Recensie

Eten om over te mopperen in Courzand

Wim de Jong is culinair recensent in de regio Rotterdam.

Over het eten in Courzand valt nogal wat te mopperen, daarover straks. Eerst even gememoreerd dat het reisje erheen een attractie op zich is. Scheep je in op het bootje van veerdienst Aqualiner, of neem de watertaxi, en verbaas je onderweg over de woestheid van de Nieuwe Maas en het indrukwekkende scheepvaartverkeer op de golven. De passage naar het RDM-terrein duurt vanaf de noordoever van de rivier maximaal een minuut of dertig maar heeft desondanks iets van de allure van een zeereis.

Komt ook door de plek waar je weer voet aan wal zat. De onderzeebootloods en de andere werven van de voormalige Rotterdamsche Droogdok Maatschappij blijven elke keer tot de verbeelding spreken. Net als het erachter gelegen Heijplaat, dat begin twintigste eeuw exclusief werd aangelegd voor het personeel van de RDM. De wijk is, na jaren van strijd tegen de voorgenomen sloop, inmiddels aangemerkt als cultuurhistorisch erfgoed.

Tot de openbare voorzieningen van het tuindorpje behoorde indertijd ook café-restaurant annex feestzaal Courzand. Behalve voor de omwonenden is het al bijna honderd jaar lang dé pleisterplaats voor havenlui uit de wijde omgeving. Courzand was tot voor kort dan ook geheel in ‘kajuitstijl’ ingericht, met scheepsroeren, reddingsboeien, oude foto’s en een heuse piratenpapegaai, maar is intussen volledig gerenoveerd en in deels oorspronkelijke staat hersteld nu een van de vaste gasten de zaak heeft overgenomen.

Dat is attractie nummer twee: die grote feestzaal die nu restaurant is, compleet met toneellijst en een koepelgewelf met de proporties van een kleine kathedraal. De galm die je ervan hebt is navenant. De eigenaar heeft aan weerszijden van het eetgedeelte houten schotten geplaatst die de akoestiek enigszins moeten temperen. Nog een geluk dat de papegaai er niet ook nog bovenuit krijst; die zal in een geluidsbak als deze niet heel erg worden gemist.

Dan het eten. Gasten uit de haven zijn heel waarschijnlijk mannen en vrouwen van tradities en van robuuste kost, want culinaire nieuwlichterij tref je op de kaart van Courzand bepaald niet aan. Vaste waarden op het lunchmenu zijn nog altijd de uitsmijter, de saté, de hamburger, de ‘reuze-kroket’ van 9,50 euro en de dito geprijsde gehaktbal van maar liefst drie ons. We bukken in een reflex wanneer we een serveerster voorbij zien komen met een bord met zo’n kogel erop.

Zelf kiezen we voor een paar ‘weekspecials’, waaronder de ‘zalm gerookt op sandalwood en whisky met zelfgemaakte citroenmayonaise’ van 12,95 euro. Die valt kortweg flink tegen. De aroma’s van hout en sterke drank die tot de neusvleugels zouden moeten doordringen, worden volledig ondergeschoffeld door de mayo waarover de zalm ligt gedrapeerd. De saus is bijna duimdik, en bovendien van een kwaliteit die te denken geeft over het epitethon ‘zelfgemaakt’. Misschien dat zulks in voorkomende gevallen een kok gewoon kan worden verboden?

De aroma’s van hout en sterke drank die tot de neusvleugels zouden moeten doordringen, worden volledig ondergeschoffeld door de mayo

Ook de Hollandse snoekbaars (17,75 euro) moet het niet van de finesses hebben. De lekkerste riviervis uit onze binnenwateren is in Courzand zó doorbakken dat alle delicate eigenschappen ervan zijn verdwenen. Opgediend met een schaaltje melige frites en een lullig bakje garnituur wordt het dan wel een heel liefdeloos gerecht. De hertenbiefstuk (20,75 euro) die erop volgt, kan de teleurstelling niet meer wegnemen. Het wild komt op tafel in een homp die in smaak en presentatie net zo ver van een hert af staat als een snoek van een teenslipper.

We zeggen er maar wat van tegen de bediening. Die weet zeker dat het heus niet aan ons hert of de kok ligt. Het zal het jasje van kruidenpaneermeel zijn waarin het vlees is verpakt, veronderstelt mevrouw. „Als je nog nooit kruidenpaneermeel hebt geproefd, tja, dan is dat even wennen.”

    • Wim de Jong