Recensie

De Führer van de Walen

Léon Degrelle

Twee boeken over de fanatieke, narcistische Waalse collaborateur Léon Degrelle (1906-1994) hadden niet meer van elkaar kunnen verschillen.

Léon Degrelle in 1943, net terug van het front in Rusland Foto LAPI/Roger Viollet/Getty Images

Om maar meteen één misverstand uit de wereld te helpen: Hitler heeft nooit over de Waalse collaborateur Léon Degrelle gezegd dat hij, als hij een zoon zou hebben gehad, wilde dat die op Degrelle leek. Het is een van de vele mythes die Degrelle zelf graag verspreidde, leren we van Bruno Cheyns in de biografie Léon Degrelle. De Führer uit Bouillon.

Degrelle, in 1906 geboren in het Waalse Bouillon als zoon van een bierbrouwer en politicus, was de oprichter en leider van politieke partij Rex. In 1936 behaalde die partij uit het niets twaalf procent van de stemmen – een succes dat bijna volledig te danken was aan de welsprekendheid van de extraverte Degrelle, die zijn volgers met weidse gebaren in vervoering wist te brengen. Een Vlaamse toehoorder verklaarde na één van zijn speeches: ‘Ik heb niets begrepen van wat hij zei, maar hij zei het wel op een formidabele manier.’ Degrelle zelf verwoordde het minder subtiel: ‘Als er voor mij een massa staat, dan neem ik die zoals ik een vrouw neem.’

Na de eerste overwinning slonk de aanhang van Rex al snel door een reeks verkeerde beslissingen, maar dat ontmoedigde Degrelle niet. De streng gelovig opgevoede Waal had aanvankelijk een militant katholieke, conservatieve en nationalistische partij voor ogen, maar schoof steeds verder op richting fascisme.

Vanaf het begin van de oorlog speelde Degrelle een belangrijke rol bij de Duitse bezetters. Hij riep de Walen op tot collaboratie, richtte het Waals legioen op dat tegen de Russen vocht, en streed ook zelf aan het Oostfront. Als enige Belg ontving hij het Ridderkruis, de hoogste Duitse militaire onderscheiding.

Degrelle’s broer werd tijdens de oorlog vermoord. Zijn vader en moeder werden na de bevrijding, net als een groot deel van zijn familie, veroordeeld en overleden in de cel. Zijn vrouw, met wie hij al jaren een moeizame relatie had, werd ook opgesloten en de kinderen moesten naar een pleeggezin. Degrelle zelf overleed in 1994 op 87-jarige leeftijd in het Spaanse Malaga. Hij werd nooit uitgeleverd. Cheyns schreef de eerste gedetailleerde biografie van het boegbeeld van de Waalse collaboratie en diepte veel nieuwe feiten op.

Narcist

Degrelle blijkt een narcist te zijn, die koste wat het kost politiek succes wilde behalen. Daartoe was hij bereid meerdere keren radicaal van koers te veranderen en waar nodig de werkelijkheid te vervormen. Zo betoogde hij dat Walen eigenlijk Germanen zijn, overdreef hij structureel oplagen van partijkranten en bleef hij tot zijn dood artikelen publiceren waarin hij de Holocaust in twijfel trok.

Toch had het boek beter de biografie van de Rex-beweging kunnen heten. We komen het exact aantal toehoorders van bijeenkomsten te weten, de ins en outs van formatie-onderhandelingen, de uitslagen in elke regio bij elke verkiezing. Die details leveren voor een historicus een schat aan kennis op, maar bevorderen het leesplezier niet.

Je blijft achter met een hoop vragen over de persoon Degrelle. De biografie had baat gehad bij wat meer psychologische duiding.

Hoe anders is het Het dienstmeisje van Degrelle. Hoe Hannah Nadel de oorlog overleefde, dat bijna als een roman leest. Waar Cheyns vooral de politieke en niet de persoonlijke context van Degrelle behandelt, blijkt uit dit boek dat een zus van hem drie Joodse vrouwen de oorlog hielp overleven.

Journaliste Simone Korkus beschrijft haar persoonlijke zoektocht naar het verhaal van dienstmeisje Nadel en de familie die haar hielp. Dat blijkt niet mee te vallen. Nadel schaamt zich als Holocaust-overlevende die de oorlog relatief ‘veilig’ doorstond. De familie is nog altijd terughoudend vanwege de angst om, als verwanten van Degrelle, als collaborateurs te worden bestempeld.

Ook in dit boek blijven de personages en hun verhaal deels een raadsel, maar hier is dat juist een pluspunt. De tekortkomingen zijn onderdeel van het verhaal, dat toont hoe onduidelijk de grenzen tussen schuld en onschuld, schaamte en trots en feit en fictie kunnen zijn. Soms is dat wat voor de hand liggend – we weten inmiddels wel dat de oorlog niet zo zwart-wit was – en soms wordt het wat al te poëtisch. Zo lijken de uitgebreide beschrijvingen van het weer, terwijl de schrijfster in België rondrijdt, vooral bladvulling. Maar de gesprekken en research leveren een boeiend verhaal op dat zowel het relaas van de twee families, de historisch-politieke en maatschappelijke context, als relevante hedendaagse vraagstukken tot leven brengt. Met een recept voor gefillte Fisch op de koop toe.

Samen vormen de boeken een ode aan de vele dimensies van de mens. Een Holocaust-overlevende kan schuld voelen, oorlog kan alledaags zijn en achter elke collaborateur schuilt een mens.