In welke fase verkeert de Brexit nu? Alle feiten op een rij

Uittreding

EU-leiders hebben vrijdag besloten door te gaan met de volgende fase van de Brexit-onderhandelingen. Hoe zit het met de Noord-Ierse grenskwestie? Gaat premier May politiek overleven? Deze en andere vragen over de Britse uittreding op een rij.

Pro-EU-demonstranten zwaaien met de vlag van de Europese Unie. Foto Ben Stansall/AFP

    Binnen een etmaal hadden de Britten op die 23 juni 2016 voor Brexit gestemd. Daarna begon het vormgeven van de daadwerkelijke uittreding uit de EU, een even gigantische als onoverzichtelijke taak waarvan het einde - al is er dan een datum - waarschijnlijk nog niet in zicht is. Een voorlopig overzicht in vijftien vragen.

  1. Waarom is deze vrijdag een belangrijke dag voor de Brexit?

    Deze vrijdag is een zeer significante stap gezet. De regeringsleiders van de EU, de Britse premier Theresa May uitgezonderd, hebben op dag twee van hun Brusselse top geconstateerd dat de onderhandelaars van de Britten en de EU ‘voldoende vooruitgang’ hebben geboekt in de eerste fase van de onderhandelingen.

    In de zeven maanden durende gesprekken twistten de twee kampen over vier hoofdthema’s: geld, burgerrechten, de Noord-Ierse grens en ‘overige scheidingskwesties’: een containerbegrip voor zaken – zoals de manier waarop de Britten het Euratom-verdrag (over kernenergiegebruik) verlaten.

    Vorige week bereikten de onderhandelaars een tussentijds akkoord. De Britten zegden toe circa 40 miljard euro te betalen om lopende en toekomstige financiële verplichtingen na te komen. Ook was toen duidelijk dat over burgerrechten en algemene scheidingskwesties genoeg overeenstemming was bereikt. Toch draaide de laatste gesprekken uit op een regelrechte thriller.

    Demonstranten verkleed als grenswachten staan bij de grens van Noord-Ierland om te protesteren tegen de mogelijke introductie van grenscontroles. Foto Paul Faith/AFP
  2. Wat is het grote obstakel?

    Dat is 499 kilometer lang, loopt grotendeels door drassige weilanden, is historisch een bron van geweld en politiek nog steeds gevoelige materie van de buitencategorie. Jawel, de Noord-Ierse grens.

    De regering in Dublin stelde dat de Britten de harde verdragsrechtelijke plicht hebben de grens open te houden. Volgens de Ierse premier Leo Varadkar, die een directer confrontatie zoekt dan zijn voorganger Enda Kenny, vloeit dat voort uit het Goede Vrijdagakkoord (1998), waarvoor het Verenigd Koninkrijk verantwoordelijk is.

    De Ieren wilden dat de Britten garandeerden dat grenshandel, -verkeer, en -samenwerking net zo soepel verlopen als nu. Een eerste voorstel leidde tot een blokkade bij de Noord-Ierse democratische unionisten. Dat is een kleine politieke partij die onevenredig machtig is omdat zij May’s minderheidsregering in Westminster gedoogt.

    Na een week van telefoongesprekken tussen Dublin, Londen, Brussel en Enniskillen, waar de unionistische leider Arlene Foster woont, werden de partijen het toch nog eens. Als gevolg zullen de overige EU-leiders deze vrijdag groen licht geven voor het verbreden van de gesprekken. Er mag straks ook over de toekomstige handelsrelatie tussen het VK en de EU gesproken worden.

  3. Wat is er nu precies afgesproken over de Ierse grens?

    NRC studio

    Om er op een later moment over verder te praten, met de garantie (Ierse bril) dan wel belofte (Britse bril) dat de Britten de grens ‘onzichtbaar’ houden.

    Iets gedetailleerder zit het als volgt. De Britten willen het liefst dat een oplossing onderdeel is van een breder akkoord tussen de EU en het VK. Met andere woorden: als er een grootschalig, uniek en uitgediept vrijhandelsakkoord komt tussen de EU en de Britten, is er geen vuiltje aan de lucht, want dat zijn er geen invoertarieven, douanecontroles en onoverkomelijke verschillen in regelgeving. Het probleem blijft dan even onzichtbaar als de grens nu is.

    Als het niet tijdig lukt zo’n omvangrijke handelsdeal te regelen, dan beloven de Britten een „specifieke oplossing” aan te dragen voor „de unieke situatie op het eiland Ierland”. Daarmee sluiten de Britten niet uit dat Noord-Ierland als provincie bevoegdheid krijgt om eigen handelsregels op te stellen om in de pas te lopen met de Ierse Republiek.

    Grote kans dat dit op weerstand stuit bij de Noord-Ierse unionisten: zij zullen dit zien als het begin van het afdrijven van Noord-Ierland van de rest van het VK, hun horror-scenario. Tot slot, als bovenstaande ook niet werkbaar is, zeggen de Britten dat het hele VK „zich volledig richt” op de specifieke regels van de Europese interne markt die belangrijk zijn voor grenshandel.

    Maar deze beloften, in paragraaf 49 van het tussentijdse akkoord, botsen wel met een aantal andere Britse standpunten. Zo wil May uit de Europese interne markt en douane-unie, om een eigen Brits handelsbeleid te voeren. Dat botst met de belofte de regels van de interne markt te volgen. Ook is de belofte om „specifieke oplossingen” te zoeken voor Noord-Ierland moeilijk verenigbaar met de gedachte dat het Verenigd Koninkrijk ondeelbaar is. Conclusie: deze afspraken voldoen niet en er moet nog lang verder gepraat worden over de Noord-Ierse grenskwestie.

    De Ieren vrezen dat de Brexit leidt tot herinvoering van de grenscontroles tussen Ierland en Noord-Ierland. Lees daarover: De vette Ierse eend is nu al de dupe van Brexit
  4. Praten over de toekomst. Betekent dit dat de scheiding rond is?

    Zeker niet. ‘Voldoende vooruitgang’ is niet ‘tot in de puntjes geregeld’. Het compromis over de Ierse grens is zo vaag en zo vol tegenstrijdigheden, dat er nog lang over onderhandeld moet worden.

    Nauwelijks een dag nadat May en Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie, de doorbraak bekendmaakten, was er alweer verschil van inzicht over de gevolgen. De Britse minister voor Brexitzaken David Davis houdt daarom vast aan het adagium ‘niks ligt vast totdat alles vastligt’.

    Juridisch gezien heeft hij gelijk. Het afspraken-rapport van de Britse en EU-onderhandelaars is juridisch niet bindend. Wel stellen Britse onderhandelaars: de afspraken worden nagekomen en het proces om ze te vertalen in bindende Britse wetgeving moet snel beginnen. Ze weten dat dit vereist is als zij in een vertrouwelijke sfeer verder willen onderhandelen met de EU.

    Een deel van de Britse Conservatieven wil echter dat de afspraken tot eind 2018 in potlood geschreven blijven. Zij zien de concessie om 40 miljard pond aan de EU te betalen als ruilmiddel voor een gunstig handelsakkoord.

    De Conservatieven willen dat zij aan het einde van de onderhandelingen in het Britse parlement stemmen: voor de betalingen en voor een gunstig vrijhandelsakkoord. „Als wij inzien dat de handelsvoorwaarden ongunstig zijn, waarom moeten wij in hemelsnaam tientallen miljarden aan de EU betalen?”, zegt een prominent Conservatief Lagerhuislid. „Dat kunnen wij als partij nooit verkroppen, noch verkopen.”

    Momenteel voeren EU-landen de druk op May op. Ze willen dat zij voor eens en altijd de discussie binnen haar partij en regering te beslecht over hoe de Britten na Brexit hun relatie met de EU zien. Zolang de Britse politiek instabiel blijft en zolang hardliners binnen de Tories dreigen te gesprekken op te blazen, en zolang Britse ministers op akkoorden dreigen terug te komen, gaan wij niet praten, klinkt het in Brussel. De EU kan tijd als wapen gebruiken: de klok tikt onverbiddelijk door naar 29 maart 2019, de dag van Britse uittreding.

    Premier May en EC-voorzitter Jean-Claude Juncker konden het op 4 december in Brussel nog niet eens worden. Lees daarover: EU en Britten nog niet akkoord over Brexit
  5. Hoeveel werk hebben de Britten aan de Brexit?

    May richtte twee ministeries op: een om Brexit te regelen, een om wereldwijd nieuwe handelsdeals te sluiten. Het Brexit-ministerie, The Department for Exiting the European Union (DExEU), is ondergebracht in een oud-gerechtshof in Londen. Daar werken intussen 450 ambtenaren, bijeengesprokkeld van ministeries als Buitenlandse Zaken en Financiën. Zij worden bijgestaan door externe adviseurs.

    Voor 1,9 miljoen pond adviseerde McKinsey de ambtenaren een half jaar, tot en met oktober 2017, blijkt uit gegevens van het Brexit-ministerie. DExEU betaalde ruim 2,1 miljoen aan overheidsadvocaten en juridisch advies. Circa de helft ging op aan kosten om rechtszaken te voeren, aangespannen door activisten als Gina Miller. Zij eisten dat het Britse parlement een stem kreeg over uittreding en kregen na een lange procedure bij het Supreme Court gelijk. Het totaalbudget van DExEU dit jaar: 50 miljoen pond (56 miljoen euro).

    Tegelijkertijd richtte May The Department for International Trade op. Dat ministerie, geleid door Brexiteer Liam Fox, moet vooral de economische toekomst van het VK waarborgen. Drieduizend ambtenaren werken voor zijn ministerie, dat een begroting heeft van 364 miljoen pond (414 miljoen euro). Zijn kerntaak — nieuwe handelsverdragen bespreken en tekenen — mag Fox pas verrichten nadat het VK de EU verlaten heeft.

    Brexit is een zware belasting voor Whitehall, de Britse ambtenarij. Ministeries willen in totaal tweeduizend werknemers aannemen om taken te verrichten die specifiek met Brexit te maken hebben, meldde de Financial Times een paar maanden geleden. Denktank Institute for Government schat dat het ministerie van Binnenlandse Zaken vijfduizend douaniers nodig heeft om in geval van een harde Brexit de landsgrens te controleren.

    Brexit is meer dan een dagtaak voor de mannen en vrouwen die de Britse uittreding teweegbrachten: politici. Los van May, Damian Green (de facto vice-premier) en Philip Hammond (Financiën) zijn er zeven bewindslieden op de ministeries die Brexit vormgeven.

    In het Lagerhuiscomité dat Brexit volgt, zetelen 21 leden. Het Britse parlement debatteert nu al maanden over de Uittredingswet, die alle EU-regels waaraan de Britten gebonden zijn in een klap omzet tot Brits recht. Het is dan aan regering en parlement om onwelgevallige voorschriften te schrappen of aan te passen.

    Na de Uittredingswet zal het parlement nieuwe wetten moeten aannemen om landbouw, visserij, migratie, handel en nog meer zaken te regelen. Een enorme klus. Het is zeer de vraag of het parlement dan nog tijd heeft voor andere nijpende zaken, zoals hervorming van de gezondheidszorg, onderwijs en sociale woningbouw.

    Vanaf Westminster Bridge wordt gezwaaid met vlaggen en ballonnen terwijl Nigel Farage voorbij vaart op een boot tijdens een pro-Brexit-evenement.Foto Stefan Rousseau/PA
  6. Steunen Britten de Brexit nog?

    Over de vraag of Brexit wenselijk is, zijn de Britten nog even verdeeld als bij het referendum in juni 2016. Uit een recente peiling van Yougov bleek dat 44 procent van de 1.600 respondenten vond dat met de kennis van nu Brexit een goed idee is, 45 procent antwoordde ‘nee’ en 11 procent wist het niet.

    Slechts 33 procent van de ondervraagden vond dat aan het einde van de onderhandelingen een tweede referendum moet plaatsvinden. De helft denkt dat de EU een machtigere onderhandelingspositie heeft dan het VK.

    Uit onderzoek van begin december van hoogleraar John Curtice, een gezaghebbende analist van peilingen, blijkt dat de Britten hun verwachting van de gevolgen van Brexit hebben bijgesteld. Dacht 64 procent in juni 2016 (de referendummaand) nog dat uittreden zou betekenen dat er minder migranten zouden komen, in oktober 2017 dacht nog maar 42 procent dat een daling van immigratie aanstaande is.

    In juni 2016 dacht 39 procent van de Britten dat Brexit negatieve gevolgen voor de economie zou hebben, in oktober 2017 was dat 52 procent. En slechts 19 procent denkt nu nog dat de Britten een ‘goede deal’ in de wacht slepen.

    Onderzoeker Curtice wijst erop dat de groeiende onvrede niet betekent dat Britten zich tegen Brexit keren. „Kiezers zijn geneigd de actoren [politici, onderhandelaars] in het Brexitproces de schuld te geven voor een aanpak die niet gebracht heeft waarvoor kiezers kozen, in plaats van dat ze de keuze voor Brexit misplaatst vinden”, concludeert Curtice.

  7. Schrikt Brexit nieuwe migranten af om naar het VK te komen?

    Dit is een gemengd beeld. Nog steeds komen er netto meer migranten bij dan voor de Conservatieve Partij acceptabel is. Haar partijstandpunt is dat migratie „beperkt” moet zijn, wat betekent dat er netto (instroom min uitstroom) een toename van minder dan 100.000 migranten is.

    Maar van juni 2016 tot juni 2017 kwamen er in totaal 230.000 migranten netto bij, blijkt uit de laatste melding van het Office for National Statistics. Dat getal ligt wel aanzienlijk lager dan in het jaar daarvoor, vóór het Brexit-referendum. Toen kwamen er netto 336.000 migranten bij. Nettomigratie uit de acht lidstaten die in 2004 tot de EU toetraden (onder meer Polen, Tsjechië, Litouwen) daalde van 34.000 tot 8.000. Netto-migratie uit Roemenië en Bulgarije nam af van 41.000 tot 21.000.

    Er lijkt zeker sprake van een afschrikeffect, deels bestaande uit vrees voor economische tegenwind, deels uit een perceptie van toenemende animositeit sinds het Brexit-referendum. Wat ook meespeelt: de daling van het pond. Migranten die hier werken, kunnen met hun verdiende ponden minder euro’s, Poolse zloty’s of Roemeense leu’s terugsturen.

    Lees ook het interview met de Ierse minister van Buitenlandse Zaken Simon Coveney: ‘Wij willen duidelijkheid van de Britten over onze grens met Noord-Ierland’
  8. Wat merken Britten van hun keuze de EU te verlaten?

    Sinds de referendumuitslag is de koers van de pond met 13 gedaald ten opzichte van de euro, en met 10 ten opzichte van de dollar. Een land met een economie die afhankelijk is van import voelt die daling aan den lijve. In november bedroeg inflatie 3,1 procent, de hoogste prijsstijging in zes jaar tijd.

    Nu het pond minder waard is, is het voor Britse bedrijven duurder goederen te importeren. De koersval ten opzichte van de euro is gevoelig, omdat de EU de grootste invoerbron is. De daling ten opzichte van de dollar is pijnlijk omdat brandstof en olie in de Amerikaanse valuta worden afgerekend. Wat Britten ook voelen: de lonen stijgen (2,6 procent) minder hard dan inflatie. Ze hebben dus minder te besteden.

    Verschillende Britse en internationale instellingen hebben de groeiprognoses voor het VK neerwaarts bijgesteld. Het Internationaal Monetair Fonds sprak in oktober de verwachting uit dat de Britse economie dit jaar met 1,7 procent groeit. Dat is 0,2 procentpunt langzamer dan eerder gedacht, en fors lager dan het EU-gemiddelde (2.3 procent).

    Brexiteers wuiven dit weg: het economisch herstel na de crisis van 2008 begon in het VK jaren eerder dan op het Europese vasteland, waar de eurocrisis woedde. Als gevolg, menen Brexiteers, is het cyclisch gezien logisch dat het VK nu iets afremt.

    Ondanks de economische tegenvallers heeft de Brexit-keuze nog niet tot de economische ramp geleid die voorspeld werd door mensen als Mark Carney, gouverneur van de Bank van Engeland of George Osborne, oud-minister van Financiën. De werkloosheid is met 4,3 procent historisch laag. Ook is er twijfel of de Brexit wel tot het verlies van tien- of honderdduizenden banen leidt, zoals voorspeld door verschillende adviesbureaus. Elke verhuizing van een bankafdeling of instelling (zoals het Europese Medicijnenagentschap) krijgt veel aandacht, maar vooralsnog blijven de verliezen beperkt tot enkele duizenden banen, berekende de Financial Times. Een druppel op de gloeiende plaat, betogen Brexiteers. Remainers erkennen intussen dat de Britse economische weerbaarheid ervoor zorgt dat Britten niet in verzet komen tegen het Brexitbeleid van Theresa May.

  9. Houdt Theresa May het nog lang vol als premier?

    De consensus in Westminster is dat May tot en met 2019 aanblijft. Staat ze zwak? Ja. Is zij speelbal van twisten binnen de Tories? Ja. Maar is er een logische opvolger voor haar? Nee.

    De Conservatieven vinden Brexit belangrijk, maar één zaak achten zij nog belangrijker: Labourleider Jeremy Corbyn van het premierschap afhouden. Als zij May nu aan de kant zetten is de kans groot dat er nieuwe verkiezingen komen – de derde stembusgang in minder dan drie jaar. Gezien de peilingen – Conservatieven en Labour gaan gelijk op – is winst voor de Tories geen zekerheid.

    Conservatieve politici putten ook hoop uit de peilingen. Ze hebben een dramatisch jaar achter de rug, vol uitglijders (toespraak May op het partijcongres) en affaires (#MeToo). Toch gaan ze gelijk op met Labour.

    Een relatief coherent Brexitbeleid en een paar blunderloze maanden en voor je het weet herwint de partij zelfvertrouwen. Wellicht laten de Conservatieven de uittreding aan May over, om dan in aanloop naar de geplande verkiezingen van 2022 een nieuwe leider te kiezen – die geen vuile Brexit-handen heeft. Namen om in de gaten te houden zijn die van rijzende sterren als Tom Tugendhat, Dominic Raab of de Schotse Ruth Davidson.

    Jeremy CorbynFoto Neil Hall/EPA
  10. Wat vindt Labour, als grootste oppositiepartij er eigenlijk van?

    Over Brexit is de partij behoorlijk verdeeld. Maar Labour is eensgezind over één ding: hoe eerder er verkiezingen komen, hoe beter.

    Labourleider Jeremy Corbyn ziet het niet als zijn verantwoordelijkheid Theresa May de hand te reiken en tot een Brexit-compromis te komen. Hij wil haar zo snel mogelijk opvolgen. „We are a government in waiting”, zei Corbyn in september op het partijcongres in Brighton, uiterst zelfverzekerd.

    Brexit grotendeels negeren is ook een noodoplossing voor Corbyn. Zelf is hij nooit een groot voorstander van de EU geweest, maar een groot deel van zijn partij wel. Door te zwijgen verhult hij de onenigheid.

    Er zijn genoeg gematigde Labourpolitici als Keir Starmer, Stephen Kinnock en Chuka Umunna die Brexit wél als grootste thema zien en die hun best doen oppositie te voeren. Over het algemeen willen zij een zachtere Brexit dan May voor ogen heeft.

    Hun invloed binnen de partij is echter beperkt. Labour wordt van binnenuit overgenomen door Momentum, de activistische beweging van twintigers en dertigers die Corbyn in het zadel hielpen door met tienduizenden tegelijk Labourlid te worden. Momentum, dat zich als geestverwant ziet van het Griekse Syriza, heeft evenmin veel warme gevoelens voor de EU.

    Lees ook: het is erop of eronder voor een ordentelijke Brexit
  11. Merken de Britten al dat zij er internationaal alleen voor staan?

    Britten denken ook buiten de EU een machtsfactor te zijn op wereldniveau, als permanent lid van de VN-Veiligheidsraad, als kernmacht en als trouwe bondgenoot van de VS. Toch merkten Britse diplomaten in juni dat het VK zonder EU-steun geïsoleerd kan staan.

    De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties steunde met een grote meerderheid (94 tegen 15) een resolutie om een geschil tussen het VK en Mauritius aan het Internationaal Gerechtshof in Den Haag voor te leggen. Mauritius en het Verenigd Koninkrijk steggelen over zeggenschap over de Chagos-archipel, in de Indische Oceaan.

    De Britten beloofden de eilanden over te dragen aan Mauritius, na de sluiting van de strategisch belangrijke militaire basis op Diego Garcia, maar maakten weinig aanstalten dat ook te doen. Mauritius lobbyde bij de VN om de zaak naar het Vredespaleis te sturen.

    De Britten waren tegen, maar verloren de stemming omdat een groot aantal EU-lidstaten (inclusief Nederland) zich van stemming onthield. Britse commentatoren zagen in de verloren stemming een voorbode. Internationale diplomatie kan moeilijker worden buiten de hechte EU-familie.

    In november mislukte het voor het eerst in de 71-jarige geschiedenis van het Internationaal Gerechtshof van de VN in Den Haag om een Brit tot rechter te benoemen. De Britse kandidaat ging strijdend ten onder. Volgens sommige diplomaten riep de onbehouwen stijl van Boris Johnson, die als prominente Brexiteer een belangrijke plek kreeg in de ministersploeg van May, weerstand op bij de VN.

    Een schoonmaker stofzuigt de rode loper waar EU-leiders arriveren voor de EU-top op 15-12-2017. Tijdens de top wordt onder meer gesproken over de vooruitgang van de Brexit-onderhandelingen. Foto Olivier Matthys/AP
  12. Hoe is de sfeer in het VK?

    Er wordt uitgekeken naar het sprookjeshuwelijk van prins Harry en Meghan Markle op Windsor Castle, volgend voorjaar. Eindelijk een moment waarop de natie kan samenkomen. Zo’n moment van verzoening is nodig, want het publieke debat is hard en gepolariseerd.

    Zo was er in oktober veel ophef, toen een Lagerhuislid van de Tories, die als whip een niet onbelangrijke rol in de partij speelde, universiteiten aanschreef. Hij wilde een lijst van universitair docenten en hoogleraren Europese politiek die zich bezighielden met Brexit. Ook verzocht hij universiteiten een kopie van lesmateriaal bij te voegen. De academische wereld reageerde woest. „Dit is de eerste stap naar een gedachtenpolitie en newspeak”, schreef David Green, bestuurslid van Worcester University in The Guardian.

    The Daily Telegraph plaatst in november foto’s van vijftien Conservatieve Lagerhuisleden op de voorpagina. Zij waren tegen bepaalde Brexitplannen van May. Nadat de Daily Mail vorig jaar een voorpagina maakte van foto’s van High Court-rechters met de tekst ‘Volksvijanden’, was ook nu de boodschap duidelijk. ‘De Brexitmuiters’ kopte The Telegraph. Met andere woorden: weet wie de politieke verraders zijn die stiekem Brexit trachten te dwarsbomen.

    Febrile is het Engelse woord dat het beste de sfeer beschrijft. Het laat zich vertalen als ‘koortsachtig’, ‘verhit’. Soms creëert dat bizarre situaties. Tijdens een lunch met collega’s uit het Verenigd Koninkrijk en de EU kwam het gesprek op een markante ambtenaar van het ministerie van Brexitzaken. Een journalist uit een groot EU-land vertelde dat deze man onlangs voor aanvang van een briefing in de lift stapte en riep: „Ah, de vijanden!” Foute grap? Misschien. Typisch geval van Engelse humor? Ook. Voor alle aanwezigen was duidelijk dat het niet kwaadaardig bedoeld was, aldus de Europese journalist bij de lunch.

    Een paar dagen na het etentje berichtte The Times: ‘Team Davis snauwt naar media: ‘vijanden’.’ Zo’n krantenbericht is typerend: als het om Brexit gaat, worden muggen dezer dagen in het VK tot olifanten gemaakt, terwijl ondertussen de echt belangrijke thema’s (economische en politieke toekomst) vaak onbesproken blijven.

  13. Kan het VK uit elkaar vallen?

    Die kans is klein, al leidt Brexit zeker tot spanningen. De Schotse regering wil dolgraag een tweede onafhankelijkheidsreferendum. Inzet daarop is het bestaansrecht van de Scottish National Party, geleid door Nicola Sturgeon. Haar probleem is dat de Schotten in 2014 onafhankelijkheid afwezen. Bovendien verloor de SNP zetels bij de Lagerhuisverkiezingen in juni en uit peilingen blijkt dat er nu geen meerderheid is voor onafhankelijkheid in het Noorden.

    In Wales is daar nog minder animo voor. In Noord-Ierland zullen unionisten zich met man en macht blijven verzetten tegen elke regel die ook maar iets van een wig dreigt te drijven tussen de provincie en de rest van het koninkrijk.

    Een belangrijker, veel minder mediageniek onderwerp is ondertussen de vraag wie meer bevoegdheden krijgt na Brexit. Wie verdeelt dan bijvoorbeeld de Britse landbouwsubsidies? London? Of Cardiff, Belfast en Edinburgh?

    Dat is een uiterst complex debat, vol politieke gevoeligheden en ingewikkelde vragen over geld- en subsidiestromen. Stel dat Wales, Schotland en Noord-Ierland voormalige EU-bevoegdheden naar zich toetrekken, wie garandeert dan dat het VK zelf een functionerende interne markt blijft? Deze belangrijke discussie beïnvloedt hoe de landen van het VK zich tot elkaar verhouden, maar wordt vooralsnog meer door academici en denktanks gevoerd dan op het hoofdpodium van het politieke theater.

    Lees ook over de rekening van de Brexit die veel hoger is dan May eerder wilde betalen
  14. Als er een akkoord komt, zijn de grootste problemen dan opgelost?

    Nee. Wat het tussen-akkoord wel heeft bereikt, is een besef dat de politieke onderhandelingen goed kunnen aflopen. May en haar ministers dreigen niet langer de gesprekken op te blazen. Beide kanten lijken de intentie te hebben eruit te komen, al kan de politieke goodwill van de laatste dagen snel verdampen.

    Het tussenakkoord is slechts de afronding van de eerste van drie onderhandelingsfases.

    Fase 2 begint in januari 2018. Er moet onderhandeld worden over een transitiefase, een soort schemergebied waar de Britten formeel geen EU-lid meer zijn, maar wel volledige toegang hebben tot de interne markt. Deze periode van overgang, mogelijk twee of drie jaar, is in eerste instantie nodig om de Britse autoriteiten en het bedrijfsleven de kans te geven zich op de echte Brexit voor te bereiden.

    De Britten zijn bereid om voor zo’n periode te betalen. De EU eist dat de Britten alle verplichtingen (vrij verkeer van personen, invoeren nieuwe EU-regels) accepteren, terwijl ze uitgesloten worden van besluitvorming.

    Hoe deze transitie precies gaat werken, wordt een taaie discussie, want er is geen precedent. Ook wordt de mogelijkheid niet expliciet genoemd in het EU-verdrag. Dus is er veel creativiteit vereist.

    Op de EU-top eind maart moeten de 27 EU-leiders het eens worden over een mandaat voor de hoofdonderhandelaar van de Europese Commissie om de toekomstige handelsrelatie met het VK te bespreken. Deze discussie wordt ingewikkeld, omdat lidstaten verschillende economische belangen hebben.

    Vanaf maart tot oktober 2018 wordt er vervolgens onderhandeld over de toekomst. Dat is een kort tijdsbestek en de verwachtingen over wat die gesprekken opleveren lopen erg uiteen. Brexitminister David Davis beweert dat „een minuut, of een seconde nadat wij vertrekken” de handtekening onder een handelsdeal gezet kan worden. EU-lidmaatschap en deelname aan een omvangrijk handelsverdrag lopen volgens Davis dan naadloos in elkaar over.

    Maar volgens EU-onderhandelaar Michel Barnier is er „geen enkele mogelijkheid” dat in die tijd een vrijhandelsakkoord geregeld kan worden. Een politieke verklaring op hoofdlijnen is volgens Barnier het hoogst haalbare. De gesprekken over een handelsdeal zullen vervolgens nog jaren duren.

    Pro-EU en anti-Brexit demonstranten zwaaien met de vlag van de Europese Unie tijdens een protest.Foto Niklas Halle’n/AFP
  15. Hoe ziet zo’n vrijhandelsakkoord eruit?

    Over de inhoud van zo’n handelsverdrag is weinig eensgezindheid. In Westminster wordt dezer dagen gesproken over Canada++ of Canada+++. Hoe meer plusjes, hoe enthousiaster de Brexiteer.

    Het idee is dat de Britten en de EU een groot handelsverdrag sluiten zoals CETA, de deal tussen de EU en Canada die vorig jaar rondkwam. De ++ of +++ slaat op de ambitie om de EU-Britse deal groter te maken: ook de handel in diensten moet erbij betrokken worden, inclusief bankieren.

    Voor het VK is dit cruciaal, gezien het belang van de Londense City. Maar voor de EU is dit problematisch. Regels van de Wereldhandelsorganisatie dwingen de EU dan waarschijnlijk om landen waarmee onlangs soortgelijke omvangrijke verdragen gesloten zijn (Canada, Japan, Zuid-Korea), dan eveneens toe te staan financiële diensten in de EU aan te bieden – onder dezelfde gunstige voorwaarden.

    CETA is een verdrag van 1.598 pagina’s, bijlagen niet meegerekend. De totstandkoming ervan duurde zeven jaar, inclusief verzet in het Waalse parlement dat de hele deal op het laatste moment dreigde te blokkeren. Een omvangrijk EU-Brits akkoord zal ook door de nationale en regionale parlementen van EU-lidstaten goedgekeurd moeten worden – en dat zou gezien het huidige anti-vrijhandelsklimaat een hels karwei worden.

    Hier dreigt wellicht het grootste probleem voor de toekomst. Premier May wil er, op aandringen van het Britse bedrijfsleven, alles aan doen te voorkomen dat de Britten na Brexit ‘van een klif af kukelen’. Er moet zekerheid komen, middels een geleidelijke Brexit.

    Zowel de EU als de regering van May wil dat de overgangsfase niet te lang duurt. Beide kampen zitten om politieke redenen niet te wachten op een oneindig durende transitie, waarbij het lijkt alsof de Britten ondanks de stem voor Brexit maar halfslachtig vertrekken.

    Als de onderhandelaars afspreken dat de transitie twee jaar duurt, tot maart 2021, neemt opnieuw de druk toe. In zo’n kort tijdsbestek een gelijkwaardig handelsakkoord sluiten lijkt nagenoeg onmogelijk.

    Het is van tweeën één: óf de Britten doen concessie na concessie om op tijd klaar te zijn. Óf de transitiefase houdt op voordat de deal die zekerheid biedt, rond is. En dan dreigen de Britten, zoals Wile E. Coyote, met vertraging toch in het ravijn te storten.

    Lees ook het profiel van Didier Seeuws: Deze man gaat met de Britten onderhandelen over een Brexit
    • Melle Garschagen