Nieuwe hotels in oude gebouwen, dat gaan we vaker zien

Ivo Weyel signaleert nieuwe hoteltrends, zoals het gebruik van cijfers.

Eén van de suites in hotel TwentySeven in Amsterdam

1. Hoteltrends

Er zijn twee hoteltrends: hotels met cijfernamen en hotels die als heremietkreeften in oude gebouwen kruipen. In Vals, Zwitserland, staat Hotel 7132, in Barcelona 1898, op Ameland 1761, in Bergen 1900, in Londen Number 16, in Gdansk Number One, in Amsterdam Hotel Twenty Eight, hotel 717 en hotel TwentySeven (en restaurant 212, maar dat terzijde). En dat is nog maar een greep.

Naast de vele hotels die al eerder in oude gebouwen zijn neergestreken (Conservatorium in het conservatorium, Amrâth in het Scheepvaarthuis, Andaz in de bibliotheek, W in een bank), komt daar nog een hele reeks bij: alleen al in Amsterdam opent het Soho House in het oude Bungehuis, Pestana in het voormalige stadhuis van Overamstel en TwentySeven in het pand van de Koninklijke Industrieele Groote Club. Het laatste hotel scoort dus dubbel, qua naam én locatie.

2. Waar de wc-bril vanzelf opent

TwentySeven heeft geen kamers maar alleen suites (zestien stuks). Het is – wars van alle heersende interieurtrends die simpelheid en retro dicteren – ingericht als een combinatie van Duizend-en-één-nacht en het paleis van de sultan van Brunei. Het is reeds omschreven als „romige chic”, „opulent Oriëntalistisch” en „over the top aaibaar”,en dat is allemaal waar. Fluweel/zijden behang, gedrapeerde gordijnen met kwasten, tig kleuren marmer, gecapitonneerde bedden, een nachtmerrie lijkt me voor de kamermeisjes. Maar wel lekker eigenzinnig en ongekend luxueus met butlerservice, witte handschoenenbediening, Dom Pérignon en suites die 226 vierkante meter beslaan (dat is dan wel de duurste, à raison van 8000 euro per nacht). De kleinste suite kost vanaf 450 euro en meet 40 m2. Joekels van prijzen voor joekels van suites. Maar voor dat geld opent de wc-bril zich wel vanzelf als u binnenkomt en verwarmt hij uw billen, en kunt u het licht instellen op romantisch, zakelijk en nog zo wat varianten. De gordijnen openen en sluiten natuurlijk elektrisch en de butler spreekt ik weet niet hoeveel talen.

3. Klassieke panden voor hotels

Er is een levendige discussie gaande of er wel hotels in klassieke, voor andere doeleinden bedoelde gebouwen moeten komen. Sommigen pleiten zelfs voor een hotelstop. Ik ben er juist een voorstander van, want al die gebouwen waren tot nu toe niet toegankelijk voor het publiek, en nu dus wel. Wie er niet logeert, kan terecht in de bars en restaurants. Daarbij worden de vaak monumentale panden onder monumententoezicht gerestaureerd . Zo komt in het Soho House het monumentale trappenhuis weer tevoorschijn en wordt in TwentySeven het originele atrium ontsloten na decennia verscholen te zijn geweest achter verlaagde kantoorplafonnetjes.

4. Nederland is eindelijk klaar voor luxe

TwentySeven is in meer opzichten uniek: het staat midden op de Dam, dus de suites hebben riante uitzichten op het Koninklijk Paleis, de Bijenkorf en aan de andere kant over het Rokin. Net als de bar met de goudkleurige chaise longues en restaurant Bougainville van voormalig sterrenchef Pascal Jalhay. Hij serveert er dingen als een tartaar van Sint Jacobsmosselen met luchtige gadogado, kokosroomijs en een tempura van waterspinazie. En dat is nog maar het voortje. De krokante kippenhuid wordt geserveerd op een bronzen tegel van Piet Boon, dezelfde waarmee de muren van de keuken zijn betegeld. Menigeen zal dit alles on-Hollands noemen. Alsof luxe niet Hollands kan zijn. Het tegendeel is waar: Holland is eindelijk klaar voor luxe en kwaliteit en al wat daarbij komt kijken. Daarbij blijven we nivellerend: het eveneens nieuwe hotel Twenty Eight even verderop is ook nieuw, maar spotgoedkoop. En dat scheelt maar één cijfertje.

Dit is de laatste aflevering van de reisrubriek van Ivo Weyel.