Wong Maye-E / AP

Zeventien Rohingya-vrouwen vertellen over hun verkrachting door militairen in Birma

Rohingya-vrouwen worden door militairen in Birma zwaar mishandeld en meerdere malen verkracht. Soms worden hun mannen vermoord. Andere keren slaan hun mannen op de vlucht voordat de militairen arriveren en worden de achtergebleven vrouwen en kinderen slachtoffer van de gruweldaden.

Wong Maye-E / AP

F., 22 jaar oud

F. en haar man sliepen toen zeven militairen in juni 2017 hun slaapkamer binnenvielen. De soldaten bonden haar man vast met touw en maakten van haar hoofddoek een prop die ze in zijn mond stopten.

Ze rukten F.’s sieraden en kleding van haar lichaam en gooiden haar op de grond waar de eerste militair haar verkrachtte.

F.’s man wist de prop uit zijn mond te krijgen en schreeuwde. Een militair schoot op hem en sneed zijn keel door.

Na de aanval brachten de militairen F., nog altijd zonder kleding, naar buiten. Ze staken haar in brand. Gelukkig schoten buren te hulp en redden ze haar.

Twee maanden na het grove geweld kwam F. erachter dat ze twee maanden zwanger was.

In september 2017 overkwam haar weer een nachtmerrie. F. sliep bij buren toen vijf militairen het huis binnenvielen, de keel van een 5-jarige jongen doorsneden en zijn vader vermoordden. De vrouwen werden uitgekleed. Twee mannen verkrachtten F, drie mannen verkrachtten haar vriendin.

Toen de mannen vertrokken, lagen de vrouwen dagenlang op de grond voor ze vluchtten naar Bangladesh.

Ondanks alles is F. vastberaden van haar kind te houden.

Wong Maye-E / AP

K., 33 jaar oud

K. was vier maanden zwanger toen vier militairen haar huis eind augustus 2017 binnenvielen. Ze bonden haar man vast en mishandelden haar kinderen. Haar 3-jarige dochter werd zo hard tegen haar hoofd geschopt dat ze overleed. Haar man werd opgesloten in het politiebureau.

De soldaten stalen het geld dat K. verborgen had in haar blouse en namen haar juwelen mee. Ze trokken vervolgens haar kleren uit, sloegen haar gezicht, schopten haar rug, bonden haar vast en verkrachtten haar een voor een. “Het leek alsof het niet op zou houden”, zegt ze nu.

Vlak voor de mannen vertrokken, duwden ze een geweer in haar vagina. De pijn was ondraaglijk.

De volgende dag hielp het dorpshoofd het geld in te zamelen dat de militairen eisten om haar man te bevrijden.

Twee maanden later beviel K. van een zoon. Twee maanden te vroeg. De armen van het jongetje zijn nauwelijks breder dan een duim van een volwassene. K. is te ondervoed om genoeg borstvoeding te geven. Het jongetje moet op suikerwater leven.

Wong Maye-E / AP

R., 13 jaar oud

Tien militairen vielen het huis van R. eind augustus 2017 binnen. Ze bonden haar twee kleine broertjes vast aan een boom en mishandelden hen.

R. probeerde te vluchten, maar de mannen pakten haar en bonden haar aan haar armen vast aan twee bomen. R.’s juwelen werden van haar lichaam gerukt, evenals haar kleding.

R. schreeuwde dat ze moesten stoppen, maar in plaats daarvan spuugden ze op haar waarna ze door alle mannen werd verkracht en flauwviel.

R.’s oudere broers droegen haar naar de grens. Eenmaal in Bangladesh gaf een dokter haar nood-anticonceptie.

Het meisje mist haar broertjes verschrikkelijk en heeft nachtmerries. Ze heeft moeite met eten.

Voor de verkrachting, zegt ze zacht, was ze een knap meisje.

Wong Maye-E / AP

S., 25 jaar oud

Een militair sloeg S. met een pistool toen hij in oktober 2016 haar huis binnenviel, trok twee baby’s uit haar armen en gooide ze op de grond. Haar kleren werden voor de ogen van haar moeder en andere vrouwen uitgetrokken en haar oorbellen en geld werden afgepakt.

Twee militairen namen S. mee naar een veld. Ze sloegen hun handen voor haar mond om ervoor te zorgen dat ze stopte met schreeuwen en verkrachtten haar.

Toen de marteling voorbij was, verstopte S. zich in de heuvels, maar uiteindelijk keerde ze terug naar huis.

Daar werd ze in augustus 2017 weer slachtoffer van de gruweldaden van de militairen. Ze vuurden raketwerpers af op haar huis en zetten het pand in vuur en vlam. Haar man en haar twee oudste kinderen wisten te vluchten, maar S. bleef achter om haar twee dochtertjes en een paar bezittingen te pakken. Dat lukte niet: haar baby’s verbrandden levend.

S. vluchtte en verstopte zich een paar dagen met haar familie in de bergen voor ze naar Bangladesh vertrokken.

“Ik brand van binnen voor mijn kinderen, maar wat kan ik doen?”, vraagt ze zich af. “Ze zijn levend verbrand. Het zal mijn lot wel zijn geweest.”

Wong Maye-E / AP

S., 16 jaar oud

Op een vroege ochtend begin augustus 2017 vielen vijf militairen het huis van S. binnen om geld en waardevolle spullen te zoeken. Ze sneden haar mans keel door en vertrokken om andere huizen te plunderen.

Toen ze terugkwamen, duwden ze S. in een kamer, trokken haar drie maanden oude zoon uit haar armen en legden hem op de grond. Nog drie militairen kwamen het huis binnen en sloegen S. met pistolen terwijl de andere soldaten haar kleding van haar af trokken.

Een militair hield haar handen naar beneden, een ander stopte een pistool in haar mond. Vijf mannen verkrachtten haar.

Toen ze tegenstribbelde, sloegen ze haar. S. hoorde haar baby huilen en was doodsbang dat hij vermoord zou worden.

Uiteindelijk moest S. haar kleding aantrekken en werd ze met haar bebloede lichaam naar een plek buiten het centrum gebracht. Ook andere vrouwen die slachtoffer waren van de gruweldaden werden daarnaartoe gebracht. Allemaal werden ze nog een keer mishandeld.

Toen de militairen vertrokken, rende S. terug naar haar huis, pakte haar zoontje en vluchtte. Terwijl ze rende, zag ze hoe militairen jongens en mannen op een rij zetten en doodschoten. Eenmaal in de bergen keek ze om en zag ze haar dorp in brand staan.

Wong Maye-E / AP

M., 35 jaar oud

Op een middag, eind augustus 2017, vielen tien mannen het huis van M. binnen. Haar drie kinderen begonnen te schreeuwen en te huilen. Vijf mannen namen M.’s partner mee en vier mannen brachten M. naar de bergen.

Een van hen richtte een pistool op haar. Ze trokken haar kleding van haar af en namen haar oorbellen mee. Ze beten haar gezicht en lichaam en sloegen haar.

Vervolgens werd haar hoofddoek in haar mond gestopt en werd ze door vier mannen verkracht. De mishandeling duurde uren.

Toen ze uiteindelijk werd vrijgelaten, strompelde ze terug naar huis. Haar man was nergens te bekennen.

Na vijf dagen rust nam ze haar kinderen mee en begon ze aan een reis naar Bangladesh. Om zichzelf, haar gehavende lichaam, vooruit te krijgen, gebruikte ze een wandelstok.

Ondanks de gruweldaden die ze onderging, overweegt ze terug te keren naar haar vaderland, op voorwaarde dat de veiligheid van haar familie gegarandeerd is.

M.: “Als we vredig naast elkaar kunnen leven, zoals we in Bangladesh doen, zullen we teruggaan.”

Wong Maye-E / AP

S., 22 jaar oud

Samen met haar man en zoon lag S in bed toen zo’n tien soldaten haar huis binnenvielen.

Een aantal nam haar man mee. Vijf militairen bleven achter en richtten een pistool op haar.

S. probeerde te vluchten, maar ze werd gepakt en geschopt in haar rug, maag en borst. Haar kleding werd uitgetrokken, haar sieraden afgepakt en S. werd verkracht door drie mannen.

Haar jonge zoon huilde. Toen een soldaat zijn geweer op hem richtte, huilde hij nog harder.

S. was doodsbang. De militairen namen haar mee naar buiten, nog altijd naakt. Haar zoontje volgde. Meer dan twintig andere naakte vrouwen waren ook naar buiten gebracht.

Ze moesten naar een rijstveld lopen terwijl ze werden geslagen en geschopt. S. voelde het bloed tussen haar benen door lopen. Uiteindelijk moesten ze op de grond liggen. S. werd opnieuw verkracht door drie mannen.

Toen de aanval voorbij was, keerde S. terug naar haar huis en zoon. Ze vond hem, verbrand. Of haar man nog leeft, weet S. niet.

Wong Maye-E / AP

S., 25 jaar oud

Twintig militairen omringden het dorp waarin S. woont eind augustus 2017. Alle mannen vluchtten, inclusief de man van S.

Vier soldaten vielen haar huis binnen en mishandelden haar twee huilende peuters. Ze probeerde te vluchten, maar werd gepakt, naar haar badkamer gebracht en bedreigd met een pistool. De mannen trokken haar kleding van haar af, namen haar gouden oorbellen en gouden ketting en gooiden haar op de grond.

Een man hield haar linkerarm vast, een haar rechter en een derde man drukte haar benen tegen de grond terwijl een vierde man haar verkrachtte. Ze wisselden steeds van positie, tot alle mannen haar hadden verkracht. Als ze schreeuwde, dreigde ze haar neer te steken met een mes en neer te schieten.

S. was zwanger en vreesde haar kind te verliezen door de mishandelingen. Na de aanval voelde ze hevige pijn in haar buik en bloedde ze een maand lang. Twee weken lang dacht ze dat de baby was overleden. Uiteindelijk voelde ze hem bewegen.

Haar man kwam nooit terug naar huis. Ze weet niet of hij nog leeft.

Wong Maye-E / AP

K., 25 jaar oud

K. en haar familie bereidden zich eind augustus 2017 buiten voor op het ontbijt toen ze dorpsbewoners hoorden schreeuwen. Haar man en haar drie oudste kinderen sloegen op de vlucht, maar K. was negen maanden zwanger en moest op twee peuters letten. Ze kon nergens naartoe.

De mannen vielen binnen, gooiden K. op bed, namen haar juwelen af en stalen haar geld. Haar kleding werd van haar afgerukt en de mannen bonden haar handen en voeten vast met touw. Als ze zich verzette, vestikten ze haar. K. werd verkracht.

De vrouw was te bang om zich te bewegen. Een man hield een mes tegen haar oog, een ander richtte een pistool op haar borst. Een derde verkrachtte haar. Vervolgens wisselden de mannen van plaats, tot ze haar alle drie hadden verkracht.

K. bloedde en was er zeker van dat ze een miskraam zou krijgen. Uiteindelijk viel K. flauw.

Toen ze wakker werd, waren de mannen weg. Haar man gaf haar de schuld van de aanval. Hij verweet haar dat ze niet was weggelopen.

De familie vluchtte naar Bangladesh. Twee weken later beviel K. van een zoon.

Wong Maye-E / AP

D., 30 jaar oud

D. was thuis toen ze buiten lawaai hoorde, op een avond in augustus. Haar twee oudste zoons en man vluchtten en lieten haar alleen achter met haar driejarige zoon. Drie mannen kwamen het huis binnen. Ze schreeuwde, haar zoontje huilde. Ze trokken haar kleding uit en namen haar sieraden af.

Een man hield D.’s armen vast en hield een mes bij haar heupen terwijl twee anderen haar verkrachtten. Na twee uur vertrokken de mannen. Haar man kwam terug en vond haar naakt, maar ze was te beschaamd om te vertellen wat er was gebeurd.

D. had zoveel last van haar gehavende lichaam en bloedde zo hevig dat ze drie weken lang moeite had met lopen.

Ze vluchtte met haar gezin naar een ander dorp. Daar hoorde ze van andere dorpsbewoners dat haar twee oudste zoons waren overleden. Ze vertelden dat haar huis was afgebrand en dat ze de lichamen van haar zoons hadden zien liggen.

D. en haar familie kwamen in oktober aan in Bangladesh.

Wong Maye-E / AP

A., 20 jaar oud

Ook de man van A. sloeg op de vlucht toen militairen het dorp waarin ze woont eind 2017 omringden. A. bleef achter met haar twee jaar oude zoon en twee soldaten vielen haar huis binnen. Een van hen gooide haar zoontje op de grond, vervolgens werd A. mishandeld en richtten de mannen hun geweren op haar.

Haar kleding werd van haar afgerukt. A. smeekte de militairen te stoppen, maar in plaats daarvan namen ze haar oorbellen van haar af en gooiden ze haar op de grond terwijl ze haar uitlachten.

Een militair stak zijn mes in haar heup en ze werd in haar gezicht geslagen. Om beurten verkrachtten de mannen haar. Ze hoorde haar zoontje huilen en bad naar Allah, doodsbang dat de mannen haar en haar zoontje zouden doden. “Het was alleen maar pijn”, zegt ze nu.

Toen de soldaten naar buiten liepen, vuurden ze hun geweer af in de lucht.

Na de verkrachting kon A. dagenlang niet eten en had ze moeite met lopen. Ze verstopte zich in de bergen met haar zoon tot ze haar man vond. Samen liepen ze veertien dagen om uiteindelijk de grens met Bangladesh over te steken.

Wong Maye-E / AP

N., 17 jaar oud

Plotseling vielen tien soldaten het huis van N. eind augustus 2017 binnen. Ze scheurden zakken rijst open, op zoek naar waardevolle spullen. Vervolgens werden N.’s handen achter haar rug vastgebonden met touw en werd tape over haar mond geplakt.

Haar familie werd geslagen met pistolen. Ze rukten de kleding van N.’s lijf, namen haar oorbellen af en stalen het geld dat ze had verstopt in haar nieuwe blouse. Toen ze zich wilde verzetten, werd ze geslagen met pistolen.

N. werd op de grond gegooid en door vijf mannen verkracht. Haar ouders werden gedwongen toe te kijken. De soldaten sloegen de familieleden als ze schreeuwden. Uiteindelijk keken ze in stilte toe hoe hun dochter werd verkracht en mishandeld.

Na het vertrek van de mannen, maakten N.’s ouders haar los en wasten haar. N. bloedde zes dagen lang.

De familie vluchtte de volgende dag naar Bangladesh. N. had teveel pijn om te lopen, dus haar vader droeg haar over de grens.

Wong Maye-E / AP

T., 33 jaar oud

Dagenlang werden T. en haar familie in augustus 2017 lastiggevallen door militairen. Ze stalen hun voedsel, plasten in hun rijst, sloegen T. en trokken haar kleding uit.

Op een ochtend sleepten vijf militairen haar man uit huis en sneden ze zijn keel door. Ze namen haar tienjarige zoontje mee. T. zag hem nooit meer terug. Haar twaalfjarige dochter wist te vluchten.

T.’s oorbellen en neusring werden gestolen, haar kleding werd van haar lichaam gerukt. Als ze schreeuwde, kreeg ze klappen. Tegen de grond gedrukt door twee mannen werd T. verkracht door een andere militair. Vervolgens wisselden de militairen van positie. Een man stopte een geweer in haar mond zodat ze niet kon schreeuwen.

Na de mishandeling en verkrachting aten de militairen T.’s voedsel in haar keuken en namen ze haar kip en eend mee. Ze sleepten ook het lichaam van haar man weg.

T. bloedde twee dagen lang na de aanval. Maanden later deed haar rug nog steeds pijn.

De vrouw vluchtte de bergen in en vond haar dochter en vader. Ze probeerden een veilig onderkomen te vinden, maar de militairen bleven opduiken. Ze hadden geen plek om naartoe te gaan en vertrokken naar Bangladesh.

Wong Maye-E / AP

N., 31 jaar oud

N.’s man liep door het dorp toen verschillende buurtbewoners zagen hoe militairen hem de bergen in sleurden. Op diezelfde dag troffen kinderen het hoofd van N.’s man en een aantal lichamen aan in de bergen.

N. bleef tijdens de daaropvolgende dagen samen met haar achtjarige dochter thuis, terwijl ze continu huilde. Plotseling vielen tachtig soldaten het dorp binnen, van wie vijf op de deur van N.’s huis bonkten. “Wie is binnen?”, riepen ze.

N. was doodsbang. De mannen kwamen binnen. Een van hen hield haar vast terwijl ze schreeuwde en zich probeerde te ontworstelen uit zijn greep. De mannen plakten tape over haar ogen en sloegen met een pistool tegen haar hoofd. Twee mannen hielden haar vast, drie soldaten doorzochten haar woning. Er viel niets te stelen; N. had haar waardevolle spullen verstopt.

N.’s kleding werd van haar lichaam gerukt en ze werd met een pistool geslagen tot ze bewusteloos raakte. Toen ze wakker werd, was haar vagina opgezwollen, bloedde ze en zat haar lichaam onder de zweren. Ze was duidelijk verkracht, maar door hoeveel mannen wist ze niet.

De daaropvolgende dagen had N. te veel pijn om haar woning te verlaten. Zij en haar dochter vluchtten zo snel het kon naar Bangladesh. N. bloedde acht dagen lang, en drie maanden later had ze nog steeds moeite met toiletteren.

“Ik heb niets meer”, zegt ze achteraf met tranen in haar ogen. “Alles wat ik nog heb zijn mijn woorden.”

Wong Maye-E / AP

H., 30 jaar oud

H. was met haar man en zes kinderen thuis bezig met het zonsopgangsgebed, toen ze eind augustus 2017 lawaai hoorde. Zo’n twaalf militairen drongen haar huis binnen en sloegen haar man. Ze grepen drie kinderen bij hun voeten, trokken ze naar buiten en sloegen ze tegen de bomen. Ze overleden.

H.’s man schreeuwde en H. rende naar buiten. Terwijl ze vluchtte, hoorde ze geweerschoten achter zich. Ze zag haar man nooit meer terug.

H. wist met drie kinderen naar de bergen te vluchten waar andere vrouwen uit haar dorp zich ook verstopten. Maar soldaten vonden de vrouwen en verkrachtten ze.

Ze scheurden H.’s kleding van haar lichaam, namen haar juwelen en bonden haar handen achter haar rug vast met haar hoofddoek. Een man hield haar hoofd en handen vast, terwijl een ander haar benen op de grond drukte. Een derde verkrachtte haar. Vervolgens wisselden ze tot alle drie de mannen haar hadden verkracht.

H.’s huilende kinderen weigerden haar in de steek te laten tijdens de verkrachting. Soldaten sloegen ze, schopten ze en probeerden ze weg te krijgen, maar ze weigerden.

Toen de verkrachting voorbij was, probeerde H.’s dochter het naakte lichaam van haar moeder te bedekken met de verscheurde kleding.

Het kostte vier dagen voor H. en haar kinderen in Bangladesh aankwamen. “Ik ben mijn man kwijt, ik ben mijn kinderen kwijt, ik ben mijn land kwijt. Wanneer brengt God me terug naar mijn land?”, zegt H. achteraf. “Wanneer zal ik vrede hebben?”

Wong Maye-E / AP

M., 25 jaar oud

M. voedde haar zoontje eind augustus 2017 rijst toen een kogel van een militair geweer door de bamboe-muur van haar huis naar binnen vloog en haar tienerbroertje raakte. Haar man en kinderen vluchtten. Maar M. was acht maanden zwanger en wilde haar broertje niet achterlaten. Twee dagen lang bleef ze bij hem, tot hij overleed.

Vlak daarna kwamen vier soldaten haar huis binnen. Ze mishandelden haar. Drie soldaten sleepten haar uit huis, trokken haar kleding uit en sloegen haar. Als ze schreeuwde, stopten ze een pistool in haar mond.

De eerste man verkrachtte haar terwijl de andere twee haar tegen de grond drukten en haar zwangere buik mishandelden. Na de tweede verkrachting trapte M. de mannen zo krachtig dat ze vertrokken.

M. voelde hevige krampen in haar buik. Diezelfde nacht beviel ze thuis. Haar kindje, een dochter, werd dood geboren. M. begroef haar bij haar huis.

Haar man kwam terug, en samen liepen ze in drie dagen naar Bangladesh. “Ze vernederden ons, ze vernietigden ons land en onze boerderij, ze namen onze koeien mee, ze namen onze productie”, zegt ze achteraf. “Hoe zou ik terug moeten gaan? Ze vernietigden ons levensonderhoud.”

Wong Maye-E / AP

A., 35 jaar oud

A. was thuis aan het bidden met haar vier kinderen toen vijftig soldaten eind augustus 2017 haar dorp omringden en het vuur openden op de mannelijke bewoners.

Ze begon te trillen. Ze had gehoord van soldaten die vrouwen verkrachten in andere dorpen. Drie mannen vielen A.’s woning vervolgens binnen en dwongen haar te vertrekken. Ze weigerde en werd geslagen.

Haar kinderen schreeuwden. De soldaten sloegen hen en gooiden hen het huis uit. Twee soldaten sloegen A. tot ze omviel. Een van hen drukte haar tegen de grond door zijn laars op haar borst te zetten. De militairen namen haar juwelen en trokken haar kleding uit.

Alle drie de mannen verkrachtten A. Als ze schreeuwde, werd ze geschopt en geslagen. Een man zette een mes in haar nek, waardoor A. bloedde en nu nog een litteken heeft.

Na de aanval bloedde A. zo heftig dat ze dacht dat ze dood zou gaan. Een boer vertelde haar dat haar man was doodgeschoten, dus hielpen haar broer, moeder en dochter haar om in Bangladesh te komen.

“Ze wilden ons de wereld uit werken”, zegt ze achteraf over het leger. “Ze deden erg hun best, maar Allah heeft ons gered.”

In de eerste dagen na de aanval huilde A. constant. Nu huilt ze in stilte, in gedachten.