Van Vollenhoven: klokkenluiderswet moet worden aangepast

Huis voor Klokkenluiders

Pieter van Vollenhoven, die zich het lot van klokkenluiders al jaren aantrekt, vindt dat het Huis voor Klokkenluiders zich alleen nog op onderzoek moet richten.

Mr. Pieter van Vollenhoven is ook oud-voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Foto Bart Maat / ANP.

Een nieuw bestuur en wat veranderingen in de organisatie gaan het Huis voor Klokkenluiders niet redden. Dat denkt mr. Pieter van Vollenhoven, voorzitter van de Stichting Maatschappij en Veiligheid en al jarenlang een voorvechter van een betere positie van klokkenluiders.

Oud-topambtenaar Maarten Ruys presenteerde donderdag een kritisch rapport over het functioneren van het Huis voor Klokkenluiders, dat mensen moet bijstaan die misstanden op het werk melden. Het Huis is sinds juli vorig jaar actief, maar wist sindsdien niet één onderzoek naar misstanden af te ronden. Veel klokkenluiders klopten tevergeefs aan bij het Huis: slechts zeven van de 28 meldingen leidden tot het instellen van een onderzoek.

Volgens Ruys ging het Huis van start zonder een heldere visie, nam het bestuur geen besluiten en werkten de afdelingen Advies en Onderzoek binnen de organisatie elkaar tegen. Hij adviseert een ‘herstart’ van het Huis. Het voltallige bestuur stapt naar aanleiding van zijn rapport in januari op.

Lees ook: Crisis in Huis voor Klokkenluiders, ons eerdere nieuwsbericht over de interne problemen bij het Huis.

Pieter van Vollenhoven, als adviseur nauw betrokken bij de oprichting van het Huis, wil ook een herstart, maar denkt dat er meer nodig is dan uitvoering van de aanbevelingen van Ruys.

Wat vindt u van de conclusies van Ruys?

„Ik vind het jammer dat in het rapport niet staat dat de Wet Huis voor klokkenluiders moet worden aangepast. Bij onderzoeken door het Huis hebben klokkenluiders die strafbare feiten hebben begaan nu niet de wettelijke garantie dat hun verklaringen uiteindelijk niet tegen hen gebruikt kunnen worden. Als je de waarheid wil achterhalen, moeten alle betrokkenen vrijuit kunnen spreken. In het strafrecht mag juist iedereen zwijgen. Er is dus een enorme spanning tussen het strafrecht en de waarheidsvinding. De huidige werkwijze van het Huis is nog te veel gekoppeld aan het strafrecht. Daarom zou ik klokkenluiders onder de huidige wet een gang naar het Huis ernstig afraden.”

Ziet u meer problemen bij het Huis dan aangekaart in het rapport?

„Ja, bij het Huis zijn te veel belangen bij elkaar gestopt, het is een soort verzamelbak geworden. Het is voor mij een raadsel waarom je een afdeling Advies en een afdeling Onderzoek moet hebben. Als een klokkenluider zich meldt bij het Huis krijgt hij nu soms het advies naar de inspectie te gaan. De inspectie is echter de toezichthouder, die zal zich de haren uit het hoofd trekken als een klokkenluider met een misstand komt die zij nog niet had gesignaleerd.

„Je moet als Huis dus zelf goed onderzoeken of die melding juist is. De hele adviesfunctie kan er wat mij betreft uit. ”

Wat adviseert u het nieuwe bestuur?

„Ik zie weinig heil in een nieuw bestuur als de wet niet wordt aangepast. Het Huis zit nu verkeerd in elkaar met die twee taken (advies en onderzoek; red.). Daar kan een nieuw bestuur met andere mensen niets aan veranderen.”

Heeft u nog hoop voor klokkenluiders?

„De veiligheid van klokkenluiders is van grote betekenis voor de maatschappij. Zij hebben de moed om dingen te zeggen en maken zich daarmee niet geliefd. Ik hoop dus dat klokkenluiders de moed niet opgeven en dat we het Huis alsnog kunnen verbeteren.”