Hongaarse premier Orbán ondermijnt links én rechts

Hongarije

In een opmerkelijk vertoon van eensgezindheid demonstreren links en extreem-rechts tegen de machinaties van de premier.

Tatoeage van het grondgebied van Hongarije voor de eerste Wereldoorlog op de arm van een Jobbik-aanhanger. Nadien kromp Hongarije met tweederde door het Trianon-verdrag (1920). FOTO: Balint Pprneczi/AFP

Met fakkels en vlaggen komen ze vrijdag naar Boedapest: de woedende activisten van de extreem-rechtse Jobbik-partij. Maar anders dan bij de optochten die hun partij een beruchte reputatie bezorgden, is hun toorn vrijdag niet gericht tegen Roma of vluchtelingen. Jobbik zal samen met linkse oppositiepartijen demonstreren voor vrije verkiezingen, die in hun ogen bedreigd worden door de regering van premier Viktor Orbán.

Aanleiding voor het protest is de boete van 663 miljoen forint (2,11 miljoen euro) die het Nationale Auditbureau (ASZ), dat de uitgaven van staatsfondsen controleert, wil opleggen aan de partij wegens het overtreden van de regels op de campagnefinanciering. Jobbik is de grootste concurrent van Orbáns rechts-nationalistische Fidesz-partij in alle peilingen voor de parlementsverkiezingen in april. Maar als de uitspraak van het auditbureau deze maand formeel bevestigd wordt, houdt de partij naar eigen zeggen geen campagnefondsen meer over en wordt verkiezingsdeelname onzeker.

Volgens critici, van extreem-rechts tot links, toont de zaak dat Orbán niet alleen propaganda, maar ook staatsorganen en aanklagers inzet om politieke vijanden ten gronde te richten. „Er kan geen twijfel zijn”, verklaarde Jobbik-leider Gábor Vona, dat het auditbureau, geleid door een voormalig Fidesz-parlementslid, een instrument is van „de corrupte tiran”. Met een aanval op zijn partij wil Orbán volgens hem „de luiken van de democratie sluiten en zijn lang gekoesterde droom verwezenlijken om een de facto dictatuur te vestigen in Hongarije”.

Lees ook: Dorpswoede tegen vluchtelingen? Orbán begrijpt het wel

Felle strijd

De strijd tussen de twee partijen brandt allengs feller. Nadat Fidesz in het vluchtelingendebat rechtsaf zwenkte, ging Jobbik zich minder op ideologie richten en meer op de vermeende corruptie binnen de regering. In een ophefmakende billboard-campagne beeldde het Orbán en zijn entourage af als „gangsters”. De boodschap aan de bevolking: „U werkt, zij stelen.”

Bij het huren van de billboards zou Jobbik een illegaal prijsvoordeel hebben gekregen van een bevriende zakenman, concludeerden de toezichthouders. „De wet geldt voor iedereen en Jobbik is geen uitzondering”, reageerde Fidesz-communicatiedirecteur Balázs Hidvéghi.

Een betwiste visie. Volgens anti-corruptiewaakhond Transparency International en Hongaarse onderzoeksjournalisten maakte Jobbik zich inderdaad schuldig aan inbreuken op de campagnefinancieringsregels. Maar volgens hun berekeningen was de Fidesz, niet Jobbik, kampioen overtredingen. In de financiële documenten die de regeringspartij zelf indiende, bleef alles overigens netjes onder de toegelaten drempel.

Jobbik krijgt niet alleen het auditbureau achter zich aan. Op dezelfde dag waarop het nieuws over de boete naar buiten kwam, stelde het Hongaarse Openbaar Ministerie Jobbik-europarlementslid Béla Kovács in staat van beschuldiging. Aanklacht: spionage bij Europese instellingen, wellicht ten dienste van Rusland.

Kovács ontkent, maar ook buiten Fidesz hechten veel commentatoren geloof aan de beschuldigingen. Sinds de zakenman met schimmig verleden in Rusland ten tonele verscheen als Jobbik-financier, dreven de Hongaarse ultra-nationalisten ook hun pro-Russische retoriek op.

Links-liberale vijanden

Terwijl Jobbik worstelt met justitie, krijgen de links-liberale vijanden van Orbán de inlichtingendiensten achter zich aan. Begin december verklaarde de premier dat hij de geheime diensten opgedragen had een rapport op te stellen over het werk van de Amerikaans-Hongaarse hedgefonds-magnaat en progressieve filantroop George Soros. In een grootschalige propagandacampagne, betaald met belastinggeld, beschuldigt Fidesz Soros ervan samen te zweren met Brusselse bureaucraten én de Hongaarse links-liberalen. Doel: Europa overspoelen met vluchtelingen.

De permanente mobilisatie tegen Soros, die van joodse afkomst is, leidde al tot antisemitische uitspattingen. Afgelopen week zorgde Fidesz-parlementslid János Pócs voor een nieuw dieptepunt. Samen met een stel vrienden poseerde Pócs bij een zwartgeblakerd geslacht varken met een opschrift over de rug: „O volt a Soros!!!” Dat betekent in het Hongaars: „hij was de volgende”. Maar ook: „hij was Soros”.

Poetin en Orbán zijn een lichtend voorbeeld voor autoritaire democraten in het Westen. Hubert Smeets wijt het aan de teloorgang van de lagere middenklasse, schrijft hij in dit opiniestuk.
    • Roeland Termote