Op lange afstanden verliest de trein

Reizen De internationale ambities van de NS zijn bescheiden. Op afstanden langer dan 500 kilometer is het vliegtuig koning.

Met de ICE naar Duitsland: een comfortabele, aangename reis zonder veel overstappen. Foto’s Krisztian Bocsi/Bloomberg

We vliegen steeds meer, véél meer. In nog geen twintig jaar tijd is het aantal mensen dat binnen Europa van of naar Nederland vloog ruimschoots verdubbeld. In de maand oktober alleen al deden vijf miljoen passagiers op een reis binnen Europa een Nederlandse luchthaven aan. En dat terwijl we een „uitstekend alternatief” hebben, schreef politicoloog Hein-Anton van der Heijden woensdag in NRC: de trein. Waarom stappen we dan toch in het vliegtuig?

Lees ook het opiniestuk van schrijver en politicoloog Hein-Anton van der Heijden: Verbied vliegen binnen Europa

De internationale trein heeft geen beste naam. Te traag, te onhandig en bovenal te duur. Dan pakken we liever de auto die toch voor de deur staat, of (als het goedkoop moet) de (Flix)bus. Wie snel en voorspoedig wil reizen vliegt voor een lang weekend weg in de meivakantie voor nog geen 100 euro op en neer naar Parijs. Sta je vijf kwartier na vertrek van Schiphol op Charles de Gaulle. Tweederde van de mensen laat de trein links liggen.

De internationale ambities van de spoorwegen zijn bescheiden. Reizigers die in een straal van 500 of 600 kilometer rond Amsterdam moeten zijn, hebben aan de trein „een goed alternatief”, zegt Ton Boon van NS. „Dan heb je een comfortabele, aangename reis zonder veel overstappen.” De NS gaat bewust op nog langere afstanden de concurrentie met luchtvaartmaatschappijen niet aan.

‘Spoorbedrijven durven niet’

„Dat is volgens mij precies waarom we in Nederland geen goede internationale verbindingen hebben”, zegt Paul Peeters. Hij promoveerde vorige maand op het effect van toerisme op klimaatverandering. De spoorwegen richten zich met de ICE, de Thalys en in 2018 de Eurostar op Duitsland, Frankrijk, België en het Verenigd Koninkrijk. Wie voor de voorjaarsvakantie wat verder wil boeken dan Parijs – Milaan of Madrid bijvoorbeeld – treft bij de NS een gesloten loket.

„De markt is er wel, maar als je van tevoren zegt van niet, ga je hem ook niet ontwikkelen”, aldus Peeters. „De spoorbedrijven durven er gewoon niet van uit te gaan dat ze een sterk product wel verkocht krijgen.” Zo heeft de introductie van een hogesnelheidslijn op de drukke route tussen Barcelona en Madrid ertoe geleid dat het aantal vluchten tussen de steden is gehalveerd. Air France vloog niet meer tussen Parijs en Straatsburg na de komst van een goede treinverbinding.

Een dergelijke goede verbinding elders tussen grote steden zou de luchtvaartmaatschappijen volgens Peeters ook in de problemen kunnen brengen. Maar dan moet de reis wel makkelijker en sneller, dus niet zoals de nieuwe trein tussen Berlijn en München. „Ze zijn er apetrots op dat het ding zeshonderd kilometer in vier uur doet. Dan denk ik: vier uur is best lang. De Chinezen doen in die tijd 1.200 kilometer. De treinen rijden allebei 300 kilometer per uur, dus daaraan ligt het niet.” De Duitse trein stopt te vaak, aldus Peeters.

Het internationale spoornet is een ingewikkeld web. Vervoerders moeten samenwerken, de treinen rijden over de sporen van verschillende beheerders, er zijn trajecten waarop tol betaald moet worden aan particuliere partijen en wet- en regelgeving kan ook per land verschillen. Zelfs de computersystemen voor de kaartverkoop werken binnen Europa niet altijd goed samen, waardoor het erg ingewikkeld kan zijn om online een vervoersbewijs te kopen. Al met al rijden de treinen niet zo hard als ze zouden kunnen, duurt het jaren voor een nieuwe verbinding tot stand is gebracht en is het voor reizigers te vaak te ingewikkeld om de trein te pakken.

Voordelen

Door alle strubbelingen zien we de voordelen van de trein weleens over het hoofd. Een retourtje Parijs met de Thalys kan voor zo’n 70 euro. Dat is goedkoper dan het vliegtuig, zeker als je de reis van en naar de luchthaven meetelt. Het is ook sneller. Wie rond het middaguur vertrekt van de Dam staat met trein en taxi voor 16.00 uur onder de Eiffeltoren. Zelfs zonder te wachten op de ruimbagage red je dat met het vliegtuig niet voor 16.30 uur. De verbindingen met België, Frankrijk, Duitsland en straks ook Londen doen daar niet voor onder.

Staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat, D66) komt begin 2018 met een visie op de internationale treinverbindingen na een motie van GroenLinks. Met het oog op het milieu wordt er mogelijk ook geprobeerd meer reizigers „te verleiden” de trein te pakken in plaats van het vliegtuig, laat het ministerie weten.

    • Bastiaan Nagtegaal