Onrust bij Achmea over FBTO

Zorgverzekeraars

Financiële strop bij dochter FBTO maakt omstreden fusie van andere dochters nodig.

Het kantoor van FBTO verzekeringen in Leeuwarden. Foto Koen Suyk / ANP

Financiële problemen bij zorgverzekeraar FBTO (0,4 miljoen klanten) brengen moederbedrijf Achmea in het nauw. Achmea, met 19,4 miljard euro aan jaarlijkse premies de grootste zorg- en schadeverzekeraar van Nederland, probeert nog vóór het eind van het jaar met een fusie van dochtermaatschappijen orde op zaken te stellen.

FBTO Zorg geldt als een prijsvechter die vooral polissen via internet verkoopt. Door een fout leed de verzekeraar afgelopen jaar een financiële strop waardoor het bedrijf niet meer aan de eisen van De Nederlandsche Bank voldeed. Daarmee kwam FBTO onder curatele van de toezichthouder. Er kwam een noodplan waar DNB mee instemde.

Achmea besloot tot een tweede ingreep: een fusie van de dochtermaatschappijen Zilveren Kruis en De Friesland Zorgverzekeraar om zo het tekort bij FBTO op te lossen. FBTO is een dochter van De Friesland.

De Friesland Zorgverzekeraar (0,8 miljoen verzekerden), een gezonde verzekeraar, sprong eerder dit jaar FBTO al financieel bij, met bijna 40 miljoen euro. Maar nu dreigt De Friesland door de kwestie zelf zijn zelfstandigheid te verliezen.

Groot verzet in Friesland

De fusie stuit dan ook op groot verzet in de provincie Friesland, waar de meerderheid van de inwoners verzekerd is bij De Friesland Zorgverzekeraar. De ondernemingsraad van De Friesland stapt naar de Ondernemingskamer, een rechter die gespecialiseerd is in conflicten binnen bedrijven, als Achmea de plannen niet wijzigt. De raad van commissarissen van Achmea was donderdag in beraad bijeen.

Een van de problemen is dat FBTO formeel een dochterbedrijf van De Friesland is, terwijl het vanuit Achmea wordt aangestuurd. Deze constructie leidt tot problemen nu De Friesland moet bijspringen voor een dochterbedrijf dat eigenlijk een zuster is. Bij De Friesland zien ze liever dat moeder Achmea betaalt voor FBTO.

Juist over het schuiven van vermogens binnen zorgverzekeraars bestaat politiek veel discussie. Bij de introductie van het nieuwe zorgstelsel werd afgesproken dat zorgverzekeraars voorlopig geen winst mochten uitkeren, juist omdat de reserves van voormalige ziekenfondsen met gemeenschapsgeld zijn opgebouwd.

Achmea mag wel winst uitkeren op zijn activiteiten met brand- en autoverzekeringen. Maar bij de zorgdivisie, veruit de grootste divisie van het concern, mag de winst uit de premie-inkomsten van de verplichte basisverzekering niet worden uitgekeerd.

Op 1 januari 2018 loopt dit verbod op winstuitkeringen af. SP, CDA en PvdA proberen met een initiatiefwetsvoorstel het verbod permanent te maken. Dit voorstel is door de Tweede Kamer aangenomen maar moet nog behandeld worden in de Eerste Kamer. Daardoor zou Achmea over een paar weken winst van de zorgdivisie aan zijn aandeelhouders kunnen gaan uitkeren. Achmea benadrukt in een reactie niet van plan te zijn winst uit te keren uit het zorgbedrijf.

Winstuitkering Achmea

Het belang om winst te kunnen uitkeren is groot voor Achmea. Het concern is de enige grote zorgverzekeraar met aandeelhouders. Zowel aandeelhouder Vereniging Achmea (65 procent) als Rabobank (29 procent) kan geld goed gebruiken.

Achmea laat weten dat er de laatste tijd „intensief contact” is geweest met de ondernemingsraad van De Friesland. „Beide partijen hebben daarbij als doel om er in een goede dialoog samen uit te komen. Ook op dit moment zijn we nog nadrukkelijk in overleg met elkaar.” Er is volgens Achmea op de commissarissenvergadering niet gesproken over winstuitkeringen als zorgverzekeraar.

Naschrift (15 december 2017): dit bericht is aangevuld met een reactie van Achmea: „Achmea benadrukt in een reactie niet van plan te zijn winst uit te keren uit het zorgbedrijf.”

    • Jeroen Wester