„Ongeloofwaardige data” belandden in proefschrift

Wetenschapsfraude

Nóg een artikel van sociaal psycholoog Jens Förster moet worden teruggetrokken. Dat schrijft een onderzoekscommissie van de Universiteit van Amsterdam.

Een onderzoekscommissie van de Universiteit van Amsterdam vond opnieuw onbetrouwbare data in het onderzoek van sociaal psycholoog Jens Förster. Foto Koen van Weel

Een onderzoekscommissie van de Universiteit van Amsterdam heeft ongeloofwaardige data aangetroffen in twee hoofdstukken van een proefschrift begeleid door sociaal psycholoog Jens Förster. Het UvA-bestuur heeft de redactie van het Journal of Experimental Psychology verzocht om een op deze hoofdstukken gebaseerd artikel van Förster en promovenda Marleen Gillebaart terug te trekken. Het artikel gaat over reacties op vertrouwde en nieuwe prikkels als mensen gefocust zijn op persoonlijke groei of op zich veilig voelen.

Lees hier het volledige onderzoeksrapport.

De bevindingen van de commissie hebben geen consequenties voor haar proefschrift. „Förster stelde de data pas beschikbaar aan Gillebaart nadat hij deze had verwerkt, en op basis hiervan schreef zij het artikel”, aldus de UvA. „Gillebaart kan daarom niet verantwoordelijk worden gehouden voor het verzamelen en verwerken van de data.” Drie andere proefschriften waarvan Förster promotor was, bevatten volgens de commissie geen ongeloofwaardige data.

De onderzoekscommissie deed eerder al onderzoek naar alle andere artikelen die Förster tussen 2007 en 2014 publiceerde als hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. Zij vond toen „sterk bewijs” dat acht publicaties niet waren gebaseerd op echte data. Bij drie andere studies was dat onduidelijk. Uiteindelijk werden drie artikelen van de elf artikelen teruggetrokken; bij drie andere artikelen plaatsten redacties een ‘expression of concern’. Niet alle redacties vonden de onderzoeksmethode van de commissie overtuigend.

Klacht

De zaak-Förster loopt al sinds september 2012, toen de UvA een eerste integriteitscommissie instelde na een klacht over drie artikelen van de Duitser. Volgens de klager waren de resultaten in de 40 beschreven experimenten te mooi om waar te kunnen zijn. De klager becijferde de kans op zulke fraaie uitkomsten op 1 op 508 triljoen (een 1 met 18 nullen erachter). De klager had bij Förster de ruwe data opgevraagd van een studie, maar de hoogleraar kon deze niet overleggen waardoor niet meer te controleren was hoe deze data waren verwerkt in dat artikel. Förster zei ruwe data te hebben weggegooid vanwege een verhuizing naar een kleinere kamer. Het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit stelde Förster in beroep verantwoordelijk voor datamanipulatie, maar kon niet bewijzen dat Förster dat zelf had gedaan. Förster heeft altijd volgehouden geen data te hebben verzonnen.

Miljoenenbeurs

De Duitser vertrok in juni 2014 bij de UvA. Hij zou aan de Ruhr-universiteit van Bochum vijf jaar lang onderzoek gaan doen met een beurs van 5 miljoen euro van de Alexander van Humboldt Stichting. Na het ontstaan van de ophef zag hij af van deze beurs en kreeg een tijdelijk professoraat in Bochum. Na het aflopen daarvan begon hij dit najaar in Keulen met een collega een psychologische praktijk die helpt bij veranderingsprocessen en crisissen.

Naschrift 19 december 2017: Inmiddels heeft Jens Förster op zijn eigen website een reactie geplaatst op het nieuwe UvA-rapport. Hij beklaagt zich dat hij geen voldoende tijd heeft gekregen om op het rapport te reageren, en zegt dat de conclusies onjuist zijn. Volgens Förster voert de UvA al vijf jaar „een ongelooflijke heksenjacht” tegen hem en het vakgebied van de sociale psychologie in het algemeen.