Opinie

    • Kees van der Vijver

Of de Nationale Politie objectief een succes is zullen we nooit weten

De Nationale Politie moest leiden tot meer veiligheid, maar of dat is gelukt is niet te achterhalen. Er is aan begonnen als een ‘kip zonder kop’, schrijft Kees van der Vijver in de Politiecolumn.

Foto Koen van Weel/ANP

De noodzaak tot nationalisering van de politie kan op verschillende gronden worden verdedigd. De verandering van de schaal van onveiligheidsproblemen, bijvoorbeeld. Of het feit dat de vorige structuur, de regionale politie, niet strookte met de bestuurlijke organisatie van Nederland (de politieregio’s waren ooit bedoeld als voorlopers van een bestuurlijke herindeling). Dat zijn veilige argumenten waaraan je je als minister geen buil kunt vallen.

Maar de toenmalige minister wilde meer. In zijn visie zou de nationalisering eigenlijk alles moeten verbeteren wat niet goed ging en, als kers op de taart, zou Nederland er ook nog veiliger door worden. De commissie-Kuijken stelt dat een groot aantal verbeteringen (nog) niet is gerealiseerd en dat er geen wijs woord kan worden gezegd over de toename van de veiligheid. Dat heeft al veel losgemaakt, ook in deze columns, want daar ging het toch om?

Effectiviteit als probleem

Terecht constateert de commissie-Kuijken dat het de vraag is of een eventuele afname van de onveiligheid iets te maken heeft met de politie, laat staan met veranderingen in haar organisatie. Het aantonen dat een reorganisatie bepaalde resultaten heeft vereist een goed doordachte onderzoekopzet. Je moet weten wat je precies wilt bereiken (‘het wordt veiliger’ is onvoldoende specifiek), waarom je verwacht dat die reorganisatie daartoe zal bijdragen en hoe, wat je precies gaat meten om dat vast te stellen, noem maar op. En het onderzoek moet experimenteel van opzet zijn, wat wil zeggen dat, na een nulmeting, een deel wordt gereorganiseerd en in een vervolgmeting wordt vastgesteld of de verwachte veranderingen alleen maar zijn opgetreden in het experimentele gebied.

Dit type evaluatiestudie is, ook mondiaal, zeer schaars. Voor zover ik weet heeft het in Nederland maar één keer plaatsgevonden: in het begin van de jaren tachtig bij de invoering van politiële wijkteams in Haarlem.

Natuurlijk is dit een tijd geleden, waren er ook onvolkomenheden in dat onderzoek en is het model niet goed toepasbaar in de huidige situatie, al was het maar omdat een stapsgewijze introductie van de nationale politie ondenkbaar was. Maar om helemaal geen aandacht te schenken aan de maatschappelijke gevolgen is ook vreemd. Er zal toch wel één ambtenaar op het departement hebben bedacht dat, als je als minister herhaaldelijk claimt dat het veiliger gaat worden, er dan later altijd wel iemand is die vraagt of dat is gelukt?

Geen externe evaluatie

Er is niet vooraf nagedacht over een externe evaluatie en dat heeft de evaluatiecommissie voor problemen gesteld. Die moest zelf antwoorden gaan zoeken, en dan gaat het gewoonlijk snel mis. Zo schrijft de commissie dat de vraag of het veiliger wordt doorgaans wordt afgemeten aan de geregistreerde criminaliteit en de veiligheidsgevoelens.

Het eerste is onzin: de omvang van onveiligheid wordt wetenschappelijk nooit afgemeten aan de geregistreerde criminaliteit. En al helemaal niet als je de aangifteprocedure bemoeilijkt door het sluiten van politiebureaus en het inrichten van loketten die zo moeilijk toegankelijk zijn dat je wel héél gemotiveerd moet zijn om een voorval te melden. Dat heeft de afgelopen jaren zonder twijfel bijgedragen aan een afname van de geregistreerde criminaliteit die niets te maken heeft met het niveau van criminaliteit.

Veiligheidsgevoelens zijn in principe goed bruikbaar, maar je hebt er wel iets meer voor nodig dan alleen maar het kijken naar de standaard-bevolkingsmonitor. In een eerdere tussenrapportage stond de commissie voor min of meer hetzelfde probleem. Die wilde iets berichten over de ervaringen van burgers met de veranderingen, maar die waren niet bekend. Dus heeft de commissie dan maar aan politiemensen gevraagd hoe die denken dat burgers denken. Hoe onbetrouwbaar wil je het hebben?

Geen extern onderzoek, en zelfs geen aandacht aan functioneringscriteria die relevant zijn. Want daarvan kun je er een heleboel wèl meten: objectief (meldingen, aanrijtijden, doorlooptijden) en subjectief (tevredenheid van burgers bij meldingen bij 112 of het algemene telefoonnummer, bereikbaarheid van de politie). Dat is allemaal niet gebeurd. En dat is toch betrekkelijk gênant. De hoop lijkt er nu op gevestigd dat een effectiviteitsverbetering over een aantal jaren alsnog kan worden vastgesteld. Dat zal ijdele hoop zijn. Wie begint als een kip zonder kop vergooit alles.

Dit soort evaluaties is een vak. Er is heel wat ervaring mee, maar kennelijk niemand heeft het nodig gevonden om (bijvoorbeeld) die oude onderzoeken te raadplegen. Althans ik kan het nergens vinden.

Het enige positieve is dat het WODC in dit geval niet is gevraagd om te bewijzen dat de minister gelijk had.

De Politiecolumn verschijnt wekelijks en wordt geschreven door deskundigen uit het politieveld.

Blogger

Kees van der Vijver

Kees van der Vijver (1948), was hoogleraar Politie- en Veiligheidsstudies aan de Universiteit Twente, tevens directeur Instituut voor Maatschappelijke Veiligheidsvraagstukken van de UT. Daarvoor werkte hij als directeur Stichting Maatschappij en Veiligheid, commissaris van politie in Amsterdam, wetenschappelijk onderzoeker ministerie van binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties en inspecteur van politie in Velsen.

    • Kees van der Vijver