Mexico wil omstreden rol van het leger in de drugsoorlog uitbreiden

Veiligheidswet

Ondanks kritiek uit binnen- en buitenland krijgt het Mexicaanse leger waarschijnlijk een grotere en blijvende rol in de almaar escalerende drugsoorlog.

Een gemaskerde betoger loopt mee in de protestmars, woensdagavond in Mexico-Stad, tegen de nieuwe Binnenlandse Veiligheidswet. FOTO Edgard Garrido/Reuters

Elf jaar nadat Mexicaanse militairen voor het eerst ‘tijdelijk’ werden ingezet tegen de narcos in het land, lijkt hun omstreden rol in de drugsoorlog definitief te worden. Donderdag nam de senaat de Wet op de Binnenlandse Veiligheid in behandeling. Voordat deze vrijdag het kerstreces begint, willen ze haar hebben aangenomen.

Die haast heeft niet alleen met de naderende feestdagen te maken. De senatoren maken ook vaart nu het protest tegen het voorstel groeit. Mensenrechtenactivisten, ngo’s en de Verenigde Naties bekritiseren de wet al maanden. Woensdag voerde filmster Diego Luna in Mexico-Stad een mars aan van duizenden betogers onder het motto ‘veiligheid zonder oorlog’. De rectoren van de drie belangrijkste universiteiten van het land riepen gezamenlijk op de wet in deze vorm te verwerpen.

Bekijk hier een interview met acteur en criticus van de wet Diego Luna:

Escalatie

Een grotere, permanente rol van het leger is omstreden, omdat elf jaar van militarisering vooral tot escalatie heeft geleid. Sinds toenmalig president Felipe Calderón in 2006 het leger inzette tegen de circa zes kartels, zijn die versplinterd tot tientallen kleinere criminele groepen. Zij leveren niet alleen slag met de autoriteiten, maar bevechten ook elkaar fel. Bijna in het hele land kunnen nu gevechten oplaaien, waarbij ook onschuldige burgers regelmatig in het kruisvuur belanden. Met 23.968 moorden tot en met oktober wordt 2017 het dodelijkste jaar in Mexico’s recente geschiedenis.

Lees ook deze reportage uit Ciudad Juárez over het oplaaiende geweld in Mexico

Calderón koos voor het leger vanwege de wijdverspreide corruptie binnen de politie. De drugshandel is zo lucratief en agentensalarissen zijn zo laag, dat kartels hele politiekorpsen kunnen ‘kopen’. De laatste jaren zijn door het hele land korpsen ontbonden, nadat agenten ook op de loonlijst van de narcos bleken te staan. Militairen moesten die plek innemen.

Het bestendigen van die rol pakt de kern van het probleem echter niet aan, stellen critici. Militairen krijgen ruimere bevoegdheden en meer taken waar ze niet voor zijn getraind of uitgerust. Terwijl beter de zwakke politie verstevigd zou kunnen worden, bereikt deze wet het tegenovergestelde, waarschuwde bijvoorbeeld het mensenrechtenbureau van de VN begin deze maand. „Het voorstel verzwakt de civiele autoriteiten in hun rol van wetshandhaver.”

Ook regelt de wet niet dat er meer toezicht komt op het leger of dat dit meer rekenschap moet afleggen voor zijn acties. Daar is wel alle reden voor. Het aantal meldingen van mensenrechtenschendingen door het leger is sinds 2006 verveelvoudigd.

Ook plegen militairen regelmatig buitenrechtelijke executies, al dan niet in samenwerking met criminelen of corrupte lokale en regionale politici. Achter de meest geruchtmakende moordpartij van de afgelopen jaren, de verdwijning van 43 studenten in deelstaat Guerrero in 2014, zat waarschijnlijk het 27ste infanteriebataljon.

Meerderheid

De kritiek in binnen- en buitenland klinkt zo luid, dat zelfs president Enrique Peña Nieto de senaat eind vorige week opriep „ruimte te maken voor dialoog met maatschappelijke organisaties”. Dit was verrassend, omdat zijn eigen partij (PRI) de belangrijkste gangmaker is achter de wet. PRI-senatoren negeerden de woorden van ‘hun’ zeer impopulaire president echter: ze jaagden het voorstel deze week richting plenaire behandeling. Daar tekent zich een duidelijke meerderheid voor de wet af.

    • Merijn de Waal