Hoe de bouwplaats schoner kan worden

Uitstoot Bouwplaats Bouwmachines zijn vies en stoten veel CO2 uit. Dat moet allemaal schoner, vindt Bramske van Beijma van bouwbedrijf BAM.

Op de bouwlocatie in Rijswijk komt de boor in mondriaankleuren van de tunnelboormachine voor de Victory Boogie Woogietunnel, onderdeel van de Rotterdamsebaan, aan. Foto ALEXANDER SCHIPPERS/ANP

Wat is de ergste vervuiler op de bouwplaats? Bramske van Beijma denkt er even over na. Een asfaltfreesmachine misschien, met die grote, warme, stinkende dieselmotor. Of een tweetakt-trilstamper, die in z’n eentje de uitstoot van 28 auto’s heeft en waar de bouwlui hoofdpijn van krijgen. Of een kraan, zo’n oude waar nog geen enkele uitstootlimiet voor bestaat.

Bouwmachines zijn, doorgaans, vies. Spullen als heftrucks, bulldozers, shovels, kranen en graafmachines nemen 8 procent van de uitstoot van fijnstof van het totale verkeer in Nederland voor hun rekening, berekende het Centraal Bureau voor de Statistiek. Ze zijn goed voor 8 procent van broeikasgas CO2 en 12 procent van de schadelijke stikstofoxiden. Veel machines gaan jaren mee en voldoen hooguit aan oude, hele ruime uitstootnormen.

Dat moet schoner, vindt Van Beijma. Ze ‘doet’ energietransitie en innovatie voor de infra- en watertak van bouwbedrijf BAM en wil de bouwplaatsen van haar bedrijf schoner en zuiniger maken. „Opdrachtgevers vragen bij aanbestedingen steeds vaker om dingen als circulair bouwen en duurzame materialen. Maar naar uitstoot op de bouwplaats kijkt niemand. Dat is een onderschat aspect.”

Verandering van brandstof

We zitten in een enorme bouwkeet – bouwcomplex is een beter woord voor het doolhof van houten hokjes en gangetjes – bij de Rotterdamsebaan. Dat is een nieuwe weg tussen knooppunt Ypenburg en de centrumring van Den Haag die BAM samen met VolkerWessels aanlegt, inclusief lange, geboorde tunnel onder een woonwijk en een kanaal. De Rotterdamsebaan moet heel duurzaam worden aangelegd en de tunnel moet zelfs de duurzaamste van Europa worden. Van Beijma somt een lange lijst genomen maatregelen op: fijnstofreductie in de tunnel, laag energie asfaltbeton, groene stroom, ledlampjes, gerecyclede boorkop, zoveel mogelijk zonder aggregaten werken.

En dus het gebruik van minder vervuilende brandstoffen, Van Beijma’s project. Dat voert ze met veel overgave uit. Als een wervelwind waait ze tijdens het gesprek door rapportjes en documenten en slingert ze feit na feit op tafel. De woordvoerder leunt zwijgend achterover. Middenin een zin stopt ze en grijnst ze. „Het gaat allemaal vééél te langzaam, dat frustreert me. Ik wil beweging. En niemand fluit me terug.”

Brandstoffen dus. Bij de aanleg van de Rotterdamsebaan gebruikt BAM alleen GTL, gas-to-liquid. Dat is een paar cent duurder per liter dan gewone diesel, maar niet zo duur als hvo, hydrotreated vegetable oil, ofwel biodiesel, dat wel 30 tot 40 cent meer per liter kost. Shell levert de schonere brandstof voor het hele project, onderaannemers zijn ook verplicht GTL te tanken. Werknemers mogen het ook afnemen.

De fabrikant staat vaak niet het gebruik van andere brandstoffen dan gewone diesel toe, dan vervalt de service

Wat maakt dit uit? GTL is geen duurzame brandstof, schrijft Van Beijma in een studie naar uitstootreductie bij bouwmachines die ze schreef voor een opleiding aan Nyenrode. Maar het gebruik van GTL vermindert wel de uitstoot van stikstofoxiden met 10 tot 15 procent, de uitstoot van fijnstof met 20 tot 30 procent en de uitstoot van CO2 met 5 procent. Is de verwachting. Om dat te verifiëren doen Shell en BAM nu samen met TNO metingen aan een shovel op GTL op de bouwplaats. De resultaten moeten nog bekend worden.

Waarom niet een shovel op biodiesel, of waterstof, of stroom? Van Beijma zette in haar studie alle voor- en nadelen per brandstofsoort op een rij. „Een elektrisch kraantje kan wel, maar die is echt in twee uur leeg. Dan moet je heel snel kunnen laden.” Ook kan een elektrische aandrijving nog niet altijd het gewenste vermogen leveren. En bouwplaatsen zijn tijdelijk. Laadpalen aanleggen is meer werk dan een tank brandstof neerzetten. Nog een nadeel: je hebt hele nieuwe motoren nodig.

Biodiesel, in tegenstelling tot GTL niet fossiel, heeft als voordeel dat je het gewoon in bestaande machines kunt gooien. „Maar in aggregaten en opslagtanks kun je last krijgen van bacterievorming.” Veel bouwmachines zijn bovendien leasebakken. BAM is dan niet de eigenaar. „De fabrikant staat vaak niet het gebruik van andere brandstoffen dan gewone diesel toe, dan vervalt de service.”

‘De mannen maakt het niks uit’

Zo heeft elke alternatieve brandstof z’n eigen nadelen. LNG, liquefied natural gas, moet extreem koud worden opgeslagen en heeft minder vermogen. Machines op CNG, compressed natural gas, hebben een kleinere actieradius. Waterstof – mits met groene stroom gemaakt – is schoon en zuinig, maar daar heb je ook weer hele nieuwe machines voor nodig, die veelal nog niet bestaan. Van Beijma: „Maar het komt, bouwmachines met andere motoren. Volgend jaar zou er al een hybride wals op de markt komen.” Alleen moeten ook de onderaannemers, die gemiddeld zo’n driekwart van het werk doen, mee in de verandering.

BAM kiest nu voor GTL, het meest makkelijke en haalbare. Wat vindt het personeel daarvan? Van Beijma: „De mannen maakt het niks uit, als ze maar geen vermogensverlies merken.” Wat het personeel wel uitmaakt is een ander programma waar Van Beijma en haar collega’s mee werken: ‘het nieuwe draaien’. Efficiënter gebruik van bouwmachines scheelt namelijk ook veel uitstoot op de bouwplaats. „Even je machine starten, dan een kopje koffie gaan drinken in de keet zodat je stoel lekker warm is als je terugkomt, dat kan niet meer.” Maar gedragsregels stuiten op meer weerstand dan een andere brandstof. „Iemand aanspreken die al dertig jaar ervaring heeft, is niet leuk.”

Niet met halve lasten rijden, niet stationair draaien, dat soort regels kan de bouwer geld besparen. Maar in het algemeen is duurzaam bouwen duurder dan regulier bouwen, zegt Van Beijma. En de winstmarges in de bouw zijn al zo laag. Iemand moet die duurzaamheid dus betalen, iemand moet dat gaan eisen bij een project. „We moeten opdrachtgevers opvoeden.”