Recept: Groente voor bij het kerstdiner

Afgelopen maand mocht ik een toertje maken langs boekhandels, kookwinkels, kerstmarkten en zelfs een heus theater. Dat was om mijn nieuwe kookboek te promoten, maar had als nuttig (en leuk!) neveneffect dat ik daarbij u ontmoette en sprak. Zoiets is reuze leerzaam voor een receptioniste. Ik hoorde bijvoorbeeld dat de citroenpudding van 10 november bij een aantal van u te dun bleef. Moest er misschien meer ei bij, of meer bloem? Of moest de oventemperatuur omhoog, of de baktijd?

Ik wist het antwoord niet, en daarom probeerde ik de pudding thuis nogmaals uit. Wat denkt u? Prima gelukt. Hoe kon dat nu? Ik belde Samuel Levie – uit wiens boek We eten thuis het recept afkomstig is – en na zorgvuldig deduceerwerk kwamen we tot de volgende conclusie: degenen bij wie de pudding niet lukte, hebben waarschijnlijk een te kleine ovenschaal gebruikt, waardoor de pudding te hoog werd en van boven wel, maar van onder niet gaarde. Ik heb ’m vervolgens nog een paar keer gemaakt – tot groot plezier van mijn zonen – en het ideale formaat ovenschaal ervoor is 18 x 24 cm. Of iets wat erop lijkt natuurlijk. Oh en nog iets wat ik er misschien bij had moeten vermelden: hij hóórt aan de bovenkant stevig te zijn en op de bodem een beetje drabberig. Da’s juist het lekkere eraan.

Voilà, ik hoop dat u de pudding nog een tweede kans wilt geven. En ik hoop dat u me ook volgend jaar weer af en toe wilt laten weten wat u van mijn recepten vond. Of wat u zou willen (w)eten. Want ook daar ben ik best nieuwsgierig naar. Uit de vragen die u me her en der in het land stelde, heb ik er voor vandaag alvast maar eentje uitgezocht. Een waarvan ik vermoed dat hij bij meer mensen speelt: wat is een handig groentegerecht voor bij het kerstdiner?

Welnu, hier zijn vijf ideeën. Idee 1: kook groenten van tevoren beetgaar en warm ze op het laatste moment op met een klont boter en een scheut bouillon. Dat werkt uitstekend voor een heleboel soorten groente, van boontjes en broccoli tot spruitjes en schorseneren. Idee 2: Maak een puree van half om half aardappelen en groenten zoals knolselderij, koolraap of aardperen. Dat kan makkelijk een dag van tevoren en opwarmen gaat heel eenvoudig in de oven. Idee 3: Maak een gratin van (aardappelen en) groenten. Die kunt u ongebakken klaarzetten en vlak voor het diner in de oven schuiven.

Idee 4: Serveer een salade. U kunt diverse soorten sla al een dag van tevoren wassen en drogen en in afgesloten plastic zakjes bewaren in de koelkast. Maak de dressing ook alvast en hussel alles op het laatste moment door elkaar. Idee 5: Rooster een bakplaat vol groenten in de oven. Dat kan echt met bijna elke denkbare soort, van aubergines, courgettes, paprika’s en venkel tot pompoen, wortels, pastinaken en parten kool.

Mocht u zich zorgen maken over ruimtegebrek in uw oven (bijvoorbeeld omdat u daarin tegelijkertijd vlees wilt bereiden), realiseer u dan dat de meeste grote stukken vlees gebaat zijn bij 15 – 20 minuten rust voor ze worden aangesneden. In die tijd roostert u bijvoorbeeld een bakplaat vol van onderstaande spruitjes. Laat maar weten of ze bevallen. En alvast een heerlijke Kerst gewenst.

Geroosterde spruitjes met rozemarijn en walnoten

(8 pers.)

1,5 kilo grote spruiten, schoongemaakt en gehalveerd; naalden van 1 grote of 2 kleine takken rozemarijn; olijfolie; 200 g walnoten

Verwarm de oven voor op 200 graden.

Hussel de spruitjes met de rozemarijn, een scheut olijfolie, een snuf grof zout en royaal versgemalen peper.

Spreid ze uit over een met bakpapier beklede bakplaat en schuif 12 minuten in de oven.

Voeg de (hele) walnoten toe, hussel even en schuif nog 7 – 8 minuten terug, tot de spruitjes beetgaar zijn.