Geen overlastgevers meer in de straat

Rotterdamwet Straten waar al veel overlast is, moeten beschermd worden, vindt Rotterdam. Overlastgevers mogen daar niet meer wonen.

Rotterdams ergste lastpakken wonen sinds juni in containers bij Schiebroek. Foto Robin Utrecht/ANP

De Schiedamseweg in Delfshaven, de Beijerlandselaan op Zuid. Of het Weena en de Gouvernestraat bij het centrum: het zijn een paar van de honderd straten in Rotterdam waaruit de gemeente asociale en criminele huurders gaat weren. Om in die straten te kunnen huren, heb je straks een vergunning nodig. De burgemeester kan die weigeren als uit politiegegevens – niet per se een strafrechtelijke veroordeling – blijkt dat een huurder overlast kan veroorzaken. Dat geldt ook voor kinderen: alle gezinsleden van 16 jaar of ouder moeten een huisvestingsvergunning hebben.

Deze donderdag beslist de gemeenteraad over deze toepassing van de zogenoemde Rotterdamwet. De minister van Binnenlandse Zaken moet de straten aanwijzen, na een verzoek van de gemeenteraad.

Er is in de raad stevige kritiek op het voorstel. Het ingrijpen in het recht om ergens te wonen is een ultimum remedium, zegt de wet zelf. Een vergunningplicht mag alleen worden ingevoerd als andere maatregelen onvoldoende effect hebben. En die andere maatregelen, daar schort het aan, vindt SP-fractievoorzitter Leo de Kleijn. „Dit college doet veel te weinig aan bestrijding van woonoverlast”, zei hij eerder over het voorstel. Ook heeft het college bezuinigd op de aanpak van armoede. „Overlast komt vaak voort uit langdurige armoede”, aldus De Kleijn. Door de jongste maatregel wordt volgens hem een te groot gedeelte van de stad de facto ontoegankelijk voor arme mensen.

De Rotterdamwet wordt al sinds 2006 toegepast in de stad. Voor vier wijken (Tarwewijk, Hillesluis, Carnisse en Oud-Charlois) geldt sindsdiens een inkomenseis: er mogen alleen nieuwe huurders komen wonen met werk, geld of een pensioen – niet met een uitkering. Daar komen de ‘overlastmaatregelen’ nu bovenop: ongeveer 10 procent van de huurwoningen staat in de honderd straten.

Raadslid Bart Joost van Rij van Leefbaar Rotterdam vindt het armoedeverwijt onzin. „In die straten wonen allemaal mensen die weinig geld hebben, maar die geen overlast veroorzaken. Die verdienen bescherming.”

Het weren van overlastgevers uit kwetsbare straten gebeurde al in Rotterdam, in samenspraak tussen woningcorporaties, politie en gemeente. Nieuwe huurders kregen na screening een code (groen, oranje of rood). Het voordeel van het nieuwe systeem is dat het transparant is. Als mensen geen vergunning krijgen, kunnen ze bezwaar maken en uiteindelijk naar de rechter. Maar dat is een wassen neus, zei GroenLinks-fractievoorzitter Judith Bokhoven. Bezwaar en beroep kosten tijd, en de woning is dan allang verhuurd. Bovendien krijgen huurders voor dergelijke zaken geen gefinancierde rechtsbijstand.

Universitair docent Zwaan Duijnstee-van Imhoff, gespecialiseerd in huurrecht, van de Erasmus Universiteit Rotterdam: „Het selecteren van huurders is een eng idee, maar de maatregel is goed voor verhuurders en huurders, denk ik. Niemand wil in een getto wonen. Het lijkt me dat de maatregel legitiem is en de inbreuk op mensenrechten gerechtvaardigd.”

    • Elsje Jorritsma