Draghi wijst kritiek Knot van de hand

ECB-vergadering Volgens de president van de Europese Centrale Bank is de visie op monetair beleid van Klaas Knot níét die van zijn ECB-bestuur.

Draghi wordt niet moe te benadrukken dat maar één cijfer voor hem leidend is. Dat is het inflatiedoel van vlak onder de 2 procent van de ECB. Foto Michael Probst

Een minderheidsstandpunt – meer niet. Zo heeft Mario Draghi, de president van de Europese Centrale Bank deze donderdag de kritiek van zijn Nederlandse collega Klaas Knot op de jongste besluiten van het ECB-bestuur afgedaan.

Knot, de president van De Nederlandsche Bank, had eind november in een speech in Londen afstand genomen van het ECB-besluit in oktober om géén einddatum te noemen van het grootschalige opkoopprogramma van leningen.

Het Nederlandse ECB-bestuurslid liet zich uitgesproken kritisch uit over het monetaire beleid in Frankfurt: dat loopt volgens hem „steeds meer uit de pas” met de goed draaiende economie van de eurozone.

„Dat is niet de opvatting van de bestuursraad”, zei Draghi hierover in de persconferentie na de laatste ECB-vergadering van dit jaar.

Het laat nog eens de diepe kloof zien tussen Draghi, die de meerderheid van het 25-koppige bestuur achter zich heeft, en het smaldeel van Knot en andere ‘haviken’ dat vindt dat de ECB snel moet stoppen met het opkoopprogramma. Knot pleitte in zijn speech in Londen voor monetaire „bescheidenheid”, Draghi zei donderdag juist dat het eurogebied nog steeds „een ruime mate van monetaire stimulering” nodig heeft.

Lees ook het profiel van de ECB-topman: Draghi is de sluwe sfinx die de euro bijeen houdt

Groeiprognoses fors omhoog

De Italiaan bevestigde de ECB-besluiten van oktober. De opkoop van staats-en bedrijfsleningen, waarmee de ECB geld in de markt brengt, gaat in elk geval door tot en met september 2018, „of zo nodig langer”. Géén harde einddatum dus. Het maandelijkse opkoopbedrag gaat volgend jaar omlaag van 60 naar 30 miljard. De ultralage ECB-rentetarieven, waaronder de depositorente van minus 0,4 procent, blijven ongewijzigd.

Dat de economie van het eurogebied het goed doet, is Draghi met Knot eens – en dat valt ook lastig te ontkennen. Het bruto binnenlands product (bbp) van de eurozone groeit inmiddels sneller dan dat van de Verenigde Staten. De ECB schroefde donderdag haar bbp-prognoses „substantieel” omhoog, in Draghi’s eigen woorden. Dit jaar zal de economie met 2,4 procent groeien, volgend jaar met 2,3 procent en in 2019 met 1,9 procent. In september ging de bank nog uit van respectievelijk 2,2 procent, 1,8 procent en 1,7 procent. Voor het eerst was er ook een prognose voor 2020: 1,7 procent groei.

Inflatie blijft achter

Maar de Nederlander en de Italiaan trekken heel andere conclusies uit wat op wat inmiddels de Euroboom’ wordt genoemd. Draghi wordt niet moe te benadrukken dat maar één cijfer voor hem leidend is. Dat is het inflatiedoel van vlak onder de 2 procent van de ECB. Dit geldt onder centrale bankiers als ideaal cijfer waaronder de economie gezond kan groeien, zonder dat de prijzen de pan uitrijzen. Ook de inflatieprognoses gingen donderdag in Frankfurt omhoog, zij het alleen voor 2018. De ECB gaat nu uit van 1,5 procent inflatie dit jaar, 1,4 procent in 2018 (tegen 1,2 in de vorige raming) en 1,5 procent in 2019. De allereerste inflatieprognose voor 2020 was er ook: 1,7 procent, dus redelijk dichtbij het ECB-doel.

Na jaren van geploeter doet de economie het nu overal in de EU goed. Lees ook: Even wennen, Europa groeit écht

Knot meent dat centrale banken de inflatie niet kunnen finetunen: tegen factoren als globalisering en technologie kunnen ze niet op. Maar Draghi geeft niet op. Hij hoopt dat de door de ECB gesteunde economische opleving zal leiden tot hogere lonen, en zo tot hogere inflatie. Voorlopig blijft de ECB in elk geval leningen kopen, misschien wel tot in 2019, het jaar waarin Draghi’s termijn afloopt. De kans is groot dat de Italiaan dan weggaat zonder ooit het inflatiedoel te hebben bereikt.