Column

Doceerplicht

Ellen

Na diverse generaties te hebben uitgelegd wat het Fokschaap is gaat mijn moeder volgende week met pensioen. Ze zal de kinderen missen, maar niet de werkdruk die de afgelopen decennia flink is toegenomen. Wat ze al helemaal niet zal missen is de standaardreactie als ze vertelt dat ze voor de klas staat.

„Mensen kunnen dan zo flauw reageren”, zei ze. „Er wordt op neergekeken, terwijl het een van de leukste beroepen ter wereld is.” Zelf geef ik ook graag les. Velen begrijpen dat niet: die denken dat je dan vooral bezig bent met het in toom houden van een groep hondsdolle Redbull-verslaafden. Bij ‘leraar’ denken zij aan de halfbakken volwassenen die hun vroeger iets moesten bijbrengen. Ze staan er niet bij stil dat je een band met jongeren opbouwt, je hen onderwijst maar ook begeleidt in een van de zwaarste levensfases. En het is kicken als je hun iets leert (mijn moeder: „Toen ik afgelopen jaar een 4-havo eindelijk ervan overtuigde dat ‘me’ geen bezittelijk voornaamwoord is, heb ik toch even een goede Dom Pérignon opengetrokken.”). Maar ja, vertel dat maar aan mensen die nog nooit voor de klas hebben gestaan en denken dat je als docent vooral bent blijven hangen in je schooltijd.

De Amerikaanse slamdichter en leraar Taylor Mali schreef eens een fantastische verdediging van het docentschap, waarin hij vertelt hoe hij door een wat arrogante advocaat gevraagd werd wat je nou eigenlijk doet als leraar. Een kind kan toch niets leren van iemand die het als zijn levensdoel zag om het onderwijs in te gaan? Wat volgt is een geweldige opsomming van wat leraren doen: ze kunnen een zesje laten aanvoelen alsof het een Nobelprijs is, en een negen als een klap in het gezicht. Hij laat zijn leerlingen niet met rust tot zij het beste van zichzelf hebben laten zien. Het gedicht eindigt met: „Teachers make a goddamn difference! Now what about you?”

Soms denk ik dat als mensen ook maar enig idee hadden van hoeveel markten je thuis moet zijn als docent, ze er veel meer respect voor zouden hebben.

,,Misschien”, zei mijn moeder, moeten we daarvoor een doceerplicht instellen. Gewoon zodat er wat meer respect komt voor ons vak. Iedereen een weekje lesgeven. Lekker tot diep in de namiddag een rapportvergadering, en daarna thuis nog dertig leesverslagen nakijken, bellen met zeurende ouders en dan ook nog eens acht lessen voor de volgende dag voorbereiden. Een soort dienstplicht maar dan voor de klas, waar niemand, ook de gehele Tweede Kamer niet, onderuit kan.”

Ja. Zul je zien dat de overheid er dan opeens wél geld voor over heeft.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.