Discrimineren mag niet, kiezen wel

Verhuurdersrecht Potentiële huurders weren op grond van hun afkomst mag niet. Maar verhuurders kunnen wel eisen stellen. Financiële vooral.

Een Marokkaans-Nederlands echtpaar werd deze week een huis geweigerd omdat de eigenaar ervan „alleen aan mensen van Nederlandse afkomst” zou willen verhuren. Afzender van het mailtje: Goedhart Makelaars & Taxateurs uit Rijnsaterwoude. Discriminatie, oordeelde het echtpaar, dat de zaak op Facebook deelde.

Het kantoor herstelde dit kort daarop: het betrof een individuele fout. Een invaller, nu op non-actief, had de bedoelingen van de huiseigenaar verkeerd geïnterpreteerd.

Discriminatie is verboden, en niet alleen op de woningmarkt. Maar een verhuurder kan wel voorwaarden stellen aan de verhuur van zijn eigendom. De huiseigenaar moet dat dan wel goed beargumenteren, zegt huurrechtadvocaat Harmen Meijerink. „Als een huis bijvoorbeeld gehorig is, kun je zeggen dat je geen lawaaiige studenten of blaffende honden wilt.” Meijerink vergelijkt het met een sollicitatie: „Daar mag je ook selectiecriteria hanteren, zoals een universitair diploma, maar ze mogen niet in strijd zijn met het verbod op discriminatie.”

Volgens Hans van den Heuvel, woordvoerder van makelaarsvereniging VBO (waarbij Goedhart Makelaars & Taxateurs is aangesloten), blijven selectiecriteria voor kandidaat-huurders normaal gesproken voornamelijk beperkt tot de (financiële) betrouwbaarheid. Zo kan aan de hand van een creditcheck of telefoontjes met voorgaande verhuurders worden uitgezocht of het om een goede huurder gaat.

Huiseigenaren laten volgens Van den Heuvel weleens vaker weten liever niet aan een bepaalde groep te verhuren. Meestal komt zo’n voorbehoud na slechte verhuurervaringen. „Maar daar kun je als makelaar dan op reageren door te wijzen op de objectieve, financiële criteria die je kunt hanteren. Vaak kom je er dan toch wel uit.”

De makelaar stelt de verhuurder vervolgens een aantal kandidaten voor en dan is het aan de eigenaar om te kiezen. Dat diens keuze dan door vooroordelen wordt ingegeven, sluit Van den Heuvel niet uit. „Wat er in het hoofd van een verhuurder omgaat, is onmogelijk te doorgronden.”

    • Kasper van Laarhoven