Opinie

Behandel Baudet correct in les

herkent in het artikel van lerares Michelle van Dijk de verongelijkte ‘kritiese leraar’ uit de jaren 70.

Thierry Baudet moet stoppen met zijn heksenjacht op linkse leraren, betoogde lerares Michelle van Dijk zaterdag in NRC. Al lezende kon ik een glimlach niet onderdrukken. Ik herkende de verongelijkte toon van de ‘kritiese leraar’ uit de jaren 70/80, die leerlingen opvoedde tot kritische burgers.

Ik citeer: „Volgens sommigen kiezen linkse mensen vaker voor het onderwijs. Volgens anderen word je links dóór het onderwijs. Ik kan alleen voor mezelf spreken. In het onderwijs vind ik het onmogelijk om níet te werken vanuit kansengelijkheid.”

Mijn ervaring, echter, is dat er onderscheid wordt gemaakt tussen ‘goed’ en ‘fout’ kritisch. GroenLinks is in dat denkraam ‘goed’ en Baudet ‘fout’. Verderop schrijft Van Dijk: „Ik denk dat het moeilijk is om alle leerlingen een veilig klimaat te bieden als je eigenlijk vindt dat moslims hier niet thuishoren.” Spreken van ‘veiligheid in de klas’ is linke soep. Wie bepaalt er wat die ‘veiligheid’ inhoudt?

We kunnen de zaken die Van Dijk ogenschijnlijk neutraal beschrijft ook van een andere kant bekijken. Als leerlingen aangeven op GroenLinks te stemmen, zal er in de klas goedkeurend door de linkse leraar worden geknikt. De VVD-stemmende leerling krijgt het hierdoor lastig, die zal zijn voorkeur minder snel uiten in een ‘vijandige’ omgeving. Laat staan de leerling die het waagt op Baudets Forum voor Democratie te stemmen, of zelfs op de PVV. Over hen zal verontrust worden bericht in de lerarenkamer.

Lees ook: Baudet moet stoppen met zijn heksenjacht op linkse leraren

Twee jaar geleden liet mijn school examenleerlingen Nederlands presentaties houden over Baudets boek Oikofobie, de angst voor het eigene. Het was tevens de bedoeling dat ze de artikelen in het boek kritisch zouden beschouwen. Dat is een makkie, dachten we. Resultaat: nagenoeg geen enkele leerling had kritiek. „Ik ben het er eigenlijk wel mee eens”, was de meest gehoorde opmerking, met hier en daar een korte, kritische kanttekening. Een en ander kan natuurlijk zo gekomen zijn omdat we niet van tevoren hadden gezegd dat Baudet een Nederland wil „waarin slechts enkele witte mannen de macht hebben” (zoals een andere docent, in Groenlo, het tot ongenoegen van Baudet in een vwo-lesopdracht formuleerde). „Eén overdrijving van een docent”, zo doet Michelle van Dijk dat af.

Daar gaat het dus fout. Hier is namelijk geen sprake van een simpele overdrijving, maar van een moedwillige verdraaiing van zaken, met als doel de tegenstander in een kwaad daglicht te stellen. Dat noemen we een drogreden.

Eerder in haar stuk sprak Van Dijk zich nog uit tegen de „platte belediging aan het adres van volksvertegenwoordigers”. Wat betreft die ‘overdrijving’ aan het adres van Baudet, zie ik geen verschil met een leraar die voor de klas stelt dat de leider van de SP een maoïstische dictatuur wil vestigen. Of dat de heren Kuzu en Öztürk van Denk hier een Osmaans sultanaat willen vestigen met de sharia als enige wetgeving.

Voor dit soort beschuldigingen is ooit het begrip demoniseren bedacht. Als je dit als docent Nederlands niet herkent en verontwaardigd reageert wanneer een leerling in Groenlo die dit wel herkent ermee naar de beschuldigde politicus stapt, ben je dan nog wel kritisch en vakbekwaam genoeg?

Daarbij liet Baudet volgens mij weten dat mensen uiteraard kritisch mogen zijn naar zijn persoon en partij, ook leraren in de klas. Het gaat echter niet aan dat er bewust onzin en onwaarheden aan leerlingen worden verkocht door leraren. De anti-Baudet-leuze die Van Dijk afdoet als ‘overdrijving’ zou ik liever betitelen als indoctrinatie. En dat past niet op de ‘veilige plek’ die zij in de klas zegt voor te staan.