‘Als laaggeletterde wil je gewoon iemand aan de lijn’

Lenie Valk Taalambassadeur De taalachterstand die Lenie Valk opliep als kind, haalde ze pas als volwassene in. Ze vertelt over de belevingswereld van laaggeletterden.

Lenie Valk in de bibliotheek in Almere. „Mensen hebben soms niet eens dóór dat ze laaggeletterd zijn. Maar ergens lopen ze vast.” Foto Bram Petraeus

‘Mijn naam is Lenie Valk, 58 jaar. Ik heb jarenlang moeite gehad met lezen en schrijven. Als taalambassadeur van Stichting Lezen & Schrijven praat ik over mijn ervaringen als laaggeletterde, dit najaar met medewerkers van de Belastingdienst bijvoorbeeld.

„Ik zal uitleggen hoe het is om laaggeletterd te zijn. Stel je eens voor. Je bent in Italië. En je ziet er precies zo uit als de Italianen zelf. Niemand die denkt: dat is een buitenlander. Maar: de taal beheers je niet. Dus elke keer dat de Italianen je nietsvermoedend aanspreken, begrijp je hen niet. Je moet je verontschuldigen. ‘Sorry, ik versta u niet. Nee, excuses, echt niet! Ik spreek geen Italiaans!’

„En dat dan elke dag van je leven.

„Ongeveer zo is het voor Nederlandse laaggeletterden om in Nederland te zijn. Je ziet eruit als een Nederlander, maar op taalgebied ben je een buitenstaander, in elk geval qua lezen en schrijven. En niemand die het aan je ziet. En het punt is: je bent nog een geboren Nederlander ook. Dus dat is geen excuus.

Lees ook deze reportage: Vol schaamte aan de balie

„Het is goed dat de Belastingdienst openstaat voor advies van laaggeletterden. Als je die opbelt, kom je terecht in een moeilijk keuzemenu, terwijl je als laaggeletterde gewoon meteen iemand aan de lijn wil.

‘Dit speelt overal’

„Dit speelt echt niet alleen bij de Belastingdienst. Het speelt overal. Bij de apotheek ook, hier in het Flevoziekenhuis in Almere bijvoorbeeld. Je loopt naar binnen en er staat ineens niet meer zo’n paal waar je een nummertje uit kan trekken. In plaats daarvan is er een computerscherm met allemaal oranje balken met letters, waar je op moet drukken om te laten weten waarvoor je bent gekomen. ‘Recepten.’ ‘Drogisterijartikelen.’ ‘Overig.’ Enzovoort. Terwijl: een laaggeletterd iemand wil gewoon een méns spreken. En als die naar het stadhuis gaat voor een nieuw paspoort, staat-ie ook weer voor zo’n computer.

„Ik kon moeilijk meekomen vroeger. Ik was dom en had een slecht handschrift, dat was wat ik op school altijd hoorde. Dus dat geloofde ik. Er was geen bijles, geen leesmoeder, geen begrip van de juf. Ik heb de huishoudschool afgerond, en daarna de kappersschool. Opleidingen met weinig boeken: theorie werd besproken. Ik heb drie jaar in een kapsalon gewerkt, werd moeder, heb daarna nog thuis aan kinderopvang gedaan.

„Al die tijd had ik helemaal niet door dat ik laaggeletterd was. Ik voelde me niet beperkt: ik kon met de auto komen waar ik wilde, ik kookte, haakte, breide, kon pinnen, deed boodschappen. En als ik een formulier moest inleveren voor mijn kinderen, voor een schoolreisje bijvoorbeeld, dan ging ik gewoon naar de school toe om het te bespreken.

„Op een dag, ik was al dik in de dertig, las ik in de krant een kop over een vliegtuigkaping door een kapper. Maar over die kapper las ik niets terug in het artikel zelf. Ik praatte erover met de lerares van mijn dochter en die zei dat ik misschien wel moeite had met taalbegrip. Zij adviseerde mij om naar het volwassenenonderwijs te gaan. Daar volgde ik een cursus Nederlands van twee jaar – spelling, zinsbouw, alles. Na die twee jaar beschouwde ik me niet meer als laaggeletterd. Maar ik besefte wel dat ik het jarenlang was geweest. Daarna heb ik tal van cursussen gevolgd. Engels, computervaardigheden, rekenen. Ik kreeg een enorme honger naar kennis.

‘Problemen bij een wegomleiding’

„Tussen laaggeletterden kunnen grote verschillen zitten. Ik ken er een die in de problemen raakt als er een wegomleiding is: onbekende borden herkent ze niet, en ze kan zelf de navigatie niet bedienen. Anderen kunnen hun boodschappen niet goed doen. Ze herkennen de koffie aan de verpakking, maar die verandert soms. Dan komt het dus aan op lezen, en gaan ze zonder koffie naar huis.

„Laaggeletterden hebben ook iets gemeen: ze schamen zich over het algemeen enorm voor hun beperking. Je bent aan het pinnen, er staat een rij mensen achter je, en je herkent de tekst op het schermpje niet omdat er ineens een of andere reclame tussendoor komt. De stress die mensen dan krijgen van het ophouden van de rij! Er zijn er genoeg die het pinnen op dat moment afbreken.

„Dat maakt de aanpak van dit probleem zo lastig. Mensen schamen zich zo dat ze niet dúrven te zeggen dat ze de taal moeilijk begrijpen. Dat ze zelfs ‘ja’ antwoorden tegen de huisarts, als die hun voor de zekerheid vraagt of de informatie begrijpelijk is. Ook al denken ze ‘nee’.

„Of, ook lastig: mensen hebben soms niet eens dóór dat ze laaggeletterd zijn. Ze hebben overlevingsstrategieën bedacht die hun probleem verhullen, voor anderen én voor zichzelf. Ze praten erop los – blablablabla en dit en dat – maar eigenlijk hebben ze niets te zeggen. Ze beseffen soms niet eens dat het praatjes zijn: ze zijn gewoon niet in staat tot de kern te komen.

„Maar ergens loopt het vast. Er valt een brief van de Belastingdienst op de deurmat, en je begrijpt ’m niet. Je fokt jezelf op. Wat moet je verdorie met die brief doen?

„Daarom is het goed dat de Belastingdienst met dit onderwerp bezig is. Dat we het hier samen over hebben. Zodat we elkaar leren verstaan.”