Aan zelfvertrouwen geen gebrek

Begrotingsdebat volksgezondheid Zonder problemen sloegen de drie bewindslieden zich door hun eerste grote debat over de zorg. Al is té losjes opereren niet de bedoeling.

Minister De Jonge begroet Kamerlid Fleur Agema (PVV). Zij verweet hem later haar woorden verdraaid te hebben. Foto Jerry Lampen/ANP

Het debat moest éven wachten. De drie bewindslieden van het ministerie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport stonden schouder aan schouder een filmpje te bekijken op de telefoon van staatssecretaris Paul Blokhuis (ChristenUnie). Toen Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib het debat opende en cynisch vroeg of het „een leuk filmpje was”, keken drie grijnzende gezichten op.

Zelfvertrouwen, dat straalde de nieuwe leiding van het ministerie uit tijdens het debat over de begroting – met 80 miljard euro de grootste van alle departementen. Vooral vicepremier Hugo de Jonge (CDA) oogde zelfverzekerd. De oud-wethouder van Rotterdam houdt van simpele en populaire taal. Voortdurend sprak hij over „oma” die verbeteringen in de ouderenzorg snel moet merken. Hij wilde niet dat het gelijktrekken van eisen aan verpleeghuizen „ranking the stars” zou worden, en zeker geen „AD-oliebollentest voor verpleeghuizen”.

Zware dossiers

Hoewel zijn collega-minister Bruno Bruins (VVD) zeker zulke zware dossiers heeft, trok De Jonge duidelijk de leiding van het debat en het departement naar zich toe. De zorg, zei De Jonge, heeft „een grote verbouwing” achter de rug. Hij doelde op het overhevelen van belangrijke zorgtaken naar de gemeenten en het feit dat steeds meer verzorgingshuizen sluiten en ouderen langer thuis wonen.

„Nu komt het op ons aan”, zei De Jonge. „We mogen ons er niet bij neerleggen als mensen ondanks de stelselwijzigingen ervaren dat de zorg niet beter is geworden.”

De Jonge is van de politiek gezien sexy onderwerpen, die ook buitengewoon gevoelig zijn: ouderenzorg en medische ethiek. Hij heeft er ook geld voor. Aan betere verpleeghuiszorg mag 2,1 miljard euro uitgegeven worden. Onderwerpen waarover fel debat is in de samenleving, en dat past wel bij zijn karakter.

Hugo de Jonge werd een paar keer verweten dat hij te breedsprakig is

Toch waren er een paar momenten waaruit bleek dat een losse stijl ook gevaarlijk kan zijn. Fleur Agema (PVV) constateerde dat haar woorden waren verdraaid in de schriftelijke beantwoording van ruim 200 vragen rond dit debat. „Dát”, zei De Jonge snel, was niet de bedoeling. Hij werd ook een paar keer gewaarschuwd door Kamervoorzitter Arib om iets minder breedsprakig te zijn.

Geen domineeszoon

De tweede minister op het departement, Bruno Bruins (als enige van de drie géén domineeszoon) heeft een zakelijker toon. „Het antwoord luidt bevestigend, voorzitter”, is bijvoorbeeld een typische Bruins-zin. Hij is ook van de kassa. Dat het ministerie 1,9 miljard minder moet uitgeven aan onder meer ziekenhuiszorg en medicijnen, komt voor een groot deel op zijn bord terecht. Of Bruins slaagt in zijn taak, zal cruciaal zijn voor het succes van het ministerie. Niet voor niets viel deze verantwoordelijkheid in het vorige kabinet nog onder Edith Schippers, de baas van het ministerie.