Wat moet je als je niet meer lezen of schrijven kan?

Rouwproces

Hij had zich enorm verheugd op zijn pensioen: volop lezen en schrijven. Maar classicus en judaïst Pieter van der Horst kan bijna niet meer zien. Binnen een jaar kan het „helemaal afgelopen” zijn.

Pieter van der Horst: „Ik zie letters en daartussen gaten.” Foto Bram Petraeus

De eerste etage van de woning van emeritus hoogleraar Pieter van der Horst (71) in Zeist bestaat uit boeken. Vier kamers vol, 12.000 stuks. Het resultaat van vijftig jaar studeren. Hij wijst: die wand, de Griekse auteurs. Daar de Romeinse auteurs, even verderop de Joodse. In de kamer ernaast staat de moderne vakliteratuur, de bijbelwetenschappen, het Nieuwe en het Oude Testament. „Hier kon ik maanden werken zonder dat ik naar de universiteitsbibliotheek hoefde”, zegt hij. Hij zucht. „Nu kan ik er niet veel meer mee.”

Van der Horst is ernstig visueel gehandicapt. Zijn rechteroog functioneert vrijwel niet meer, zijn linkeroog voor nog zo’n 20 procent. En dat zal afnemen. Als gevolg van myopie (bijziendheid) is zijn netvlies kapotgegaan. Gezichten herkennen gaat al niet meer. Maar het ergste: hij kan nauwelijks meer lezen.

Tientallen jaren las hij tien uur per dag, in hoog tempo. Hij schreef veertig boeken en honderden artikelen, over interacties tussen religieuze culturen uit de oudheid. Hij beheerst Grieks, Latijn, Hebreeuws, Aramees. Publiceren is zijn hartstocht. „Ik had me er enorm op verheugd na mijn pensioen verder te lezen en te schrijven.” Maar als de achteruitgang van zijn ogen in dit tempo verder gaat, kan het binnen een jaar „helemaal afgelopen” zijn.

Dankzij een beeldschermloep, een soort televisie die in de woonkamer staat, kan hij nog een beetje lezen. Het boek gaat onderin, via een camera komt de bladzijde op het beeldscherm. Van der Horst kan zelf vergrotingsfactor, contrasten en kleuren instellen. Het is geen prettige manier van lezen. Vijf tot tien bladzijden per dag, meer is te vermoeiend.

Zijn eerste bril kreeg hij toen hij zes was. Een sterkte van min 3, de oogarts noemde het fors voor zijn leeftijd. Zijn ouders maakten zich zorgen – zijn ogen zouden volgens de arts verder achteruitgaan. Van der Horst zelf had vooral last van de pesterijen. Hij was de enige met een bril op school, ze noemden hem brillenjood.

De glazen van zijn bril werden steeds iets dikker, op een gegeven moment waren het jampotglazen. Hij moest jaarlijks naar de oogarts. Heel langzaam, steeds verder, gingen zijn ogen achteruit; uiteindelijk tot min 18. „In principe valt dat nog te corrigeren met een bril”, zegt hij, „maar als je netvlies kapot is, heb je daar niets aan.”

En dat is wat er door de ernstige myopie is gebeurd: zijn oogbol is opgerekt, tot een soort ellips, waardoor zijn netvlies onder steeds grotere spanning is komen te staan.

Zijn rechteroog begaf het een jaar of zeven geleden. Met zijn linkeroog ging het twee jaar terug mis: opeens kon hij geen woorden meer lezen, alleen nog maar heel korte, van twee of drie letters. „Ik zie letters en daartussen gaten. Dan moet ik mijn hoofd terug bewegen om de ontbrekende letters te vinden. Dat is vreselijk vermoeiend.”

Zijn geluk is dat hij in zijn onderzoeken in oude teksten steeds op onontdekte zaken stuit. Zo vond hij onlangs nog een joodse filosoof die door de wetenschap „compleet over het hoofd is gezien”. Vanwege het gebrek aan vakliteratuur kon hij er een publicatie aan wijden – want hij hoefde zich niet in te lezen. Aan dat artikel, van vijf pagina’s, heeft hij de afgelopen weken gewerkt. Het ligt nu bij een wetenschappelijk tijdschrift.

Van der Horst genoot ervan weer te schrijven. „Dat je iets ontdekt en dat zo moet formuleren dat je mensen ervan overtuigt dat jouw interpretatie de juiste is; ik vind dat zo heerlijk”, zegt hij. „Dat was de grootste component van mijn levensvreugde.” Zijn vriendin, die naast hem woont, zei hem dat hij even weer de oude was.

Opgeven wat je het meest dierbaar is: noem het gerust een rouwproces. Het idee dat hij straks niet meer naar die bibliotheek kan, doet hem „vreselijk pijn”. Romans bestaan er in luistervorm, maar zijn studieboeken niet: voorleessystemen kennen slechts één taal, en niet de wirwar van (dode) talen en alfabetten die hij zo graag leest. De „allermoeilijkste vraag” vindt hij hoe hij straks zijn dagen zal besteden. „Ik ben al een paar jaar aan het bedenken: hoe geef ik mijn leven op een zinvolle manier vorm als ik niet meer kan lezen of schrijven? En ik heb daar nog steeds geen antwoord op.”

Monomanie, wil hij benadrukken, is gevaarlijk voor een mensenleven. „Je moet nooit alles op één kaart zetten. Want als je die niet meer kunt spelen, is het moeilijk je draai vinden. Dat is voor mij de grote worsteling.” Als hij hobby’s had ontwikkeld waar je geen goede ogen voor nodig hebt of in een sociaal netwerk had geïnvesteerd, had hij er nu anders voorgestaan, denkt hij. „Die mogelijkheden heb ik laten liggen. Aan de andere kant: daardoor heb ik kunnen bereiken wat ik heb bereikt in mijn vak.”

En dat is nogal wat. Naast de bank ligt een boek, een van de fijnste in zijn huis: Studies in honours of Pieter van der Horst. Gemaakt voor zijn afscheid op zijn zestigste, door veertig geleerden uit tien landen. Contacten die hij heeft opgedaan gedurende de tientallen jaren dat hij de wereld rondreisde. En dan is er nog de benoeming tot lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, 25 jaar geleden. „Dat was een geweldige bekroning voor mijn inspanningen. De mooiste erkenning die je kunt krijgen.”

Er is één groot geluk dat hij kan noemen buiten de boeken, zijn partner en aangenomen kinderen. Toen zijn oudste zus en haar man omkwamen bij een auto-ongeluk, heeft hij hun twee dochters geadopteerd. De opvoeding resulteerde in een sterke band. „Daar ben ik heel blij mee, tot op de dag van vandaag. Dat heeft niks met de wetenschap te maken, maar met liefde.”