Foto Jake Michaels

‘Voor ik het wist was ik een kunstenaar’

Interview Filmer Kahlil Joseph werd beroemd als maker van muziekvideo’s voor artiesten als Kendrick Lamar en Beyoncé. In het Bonnefantenmuseum in Maastricht heeft hij zijn eerste museale solo.

Hij doet alsof hij het al jaren gewend is, grote solotentoonstellingen inrichten in vooraanstaande musea. Gedecideerd stuurt Kahlil Joseph op de bovenverdieping van het Bonnefantenmuseum in Maastricht zijn crew van technici aan. Toch is deze setting nieuw voor de Amerikaanse filmmaker. New Suns is zijn eerste museale solo. Hij had zelfs nog nooit van Maastricht of het Bonnefanten gehoord toen directeur Stijn Huijts hem vorig jaar benaderde. „Ik ben nog maar een baby”, glundert hij vanonder de klep van zijn Yankees-petje. „Ik kom in de kunstwereld net kijken.”

Zelden zal een carrière van een kunstenaar zo snel gelanceerd zijn als die van Kahlil Joseph (Seattle, 1981). Zijn naam zong al wel rond in de muziekwereld, vanwege de video’s die hij had gemaakt voor Arcade Fire, Beyoncé, FKA Twigs, Flying Lotus en Kendrick Lamar – sfeervolle films vol dromerige beelden. Maar zijn debuut in de kunstwereld maakte hij pas in 2014, toen kunstenaar Kara Walker twee van zijn muziekvideo’s toonde op een groepstentoonstelling in Philadelphia. Daarna volgden al snel presentaties op de meest toonaangevende kunstplekken: het MoCA in Los Angeles, het New Museum in New York, Tate Modern in Londen en vorige zomer Art Basel Unlimited.

In Nederland was hij nog nooit geweest, vertelt hij met zijn lijzige stem vanachter zijn tuna melt sandwich. Maar hij houdt van dit deel van de wereld, zegt hij. „Alles is hier zo mooi vormgegeven: de meubels, de gebouwen. Dit hele gebied – Scandinavië, Duitsland, België – is het ultra-witte deel van Europa. Maar ik kan er als zwarte man met een gerust hart rondreizen. Als filmfanaat heb ik de films uit Zweden en Denemarken verslonden. Dus ook al ben ik er nog nooit geweest, toch voelt die wereld wel bekend.”

Als jonge filmmaker liet Joseph zich vooral inspireren door filmkunstenaars als Andrej Tarkovski en Yasujiro Ozu. „De films waar ik van houd, zijn de meer gepersonaliseerde visies. Niet die glossy Hollywood-films, maar films die een hart en een ziel hebben. Ik heb het idee dat ik Japan ken door de films van Ozu. Ik ben ook groot fan van de Thaise regisseur Apichatpong Weerasethakul. Hij is opgeleid als kunstenaar en is later films gaan maken. Toen ik in Los Angeles studeerde, ontdekte ik dat hij ook tentoonstellingen maakte. Dat was voor het eerst dat ik ontdekte dat je beide kon zijn: filmmaker en maker van kunstdingen.”

Wat ook grote invloed op hem had, zegt Joseph, was het moment dat de extreem surrealistische film Cremaster 3 van kunstenaar Matthew Barney uitkwam, in 2002. „Ik zag die film in een klein bioscoopzaaltje in L.A. Ik had geen idee wat Cremaster was, er was nog nooit zoiets gemaakt, op die schaal en zo cinematografisch. Ik had gehoord dat Barney een kunstenaar was, maar ik las zijn kunstwerk als een film. Een week later zag ik in datzelfde filmzaaltje The Thin Red Line van regisseur Terrence Malick. Ik maakte geen onderscheid tussen die twee films. Beide waren epische werken over blanke-mannen-werelden. Alleen werd de ene film als editie verkocht aan verzamelaars, en de andere door Warner Brothers gemaakt voor een zo groot mogelijk publiek.”

Hij weet nog steeds niet zo goed hoe hij zichzelf moet noemen, filmmaker of kunstenaar. „Ik kom eigenlijk nergens vandaan. Ik heb nooit binnen een specifiek genre of een categorie gepast. Ik ben niet naar een kunstacademie gegaan, maar wat ik maak lijkt nog het meest op kunst. Er is in de kunstwereld eindeloos veel vrijheid, dat vind ik het fijne eraan.”

Seattle

Kahlil Joseph groeide op in een middenklassegezin in Seattle, met een vader die advocaat was, een moeder die kunstdocent was en zijn twee jaar jongere broer Noah Davis, die later een succesvol schilder zou worden. Zijn jeugd noemt hij „romantisch”. Het was de tijd dat Seattle, dankzij de grungebeweging, even het centrum van de muziekwereld was. „Een geweldige plek om op te groeien, omringd door al die natuur. De samenleving was er zo divers. Mijn beste vriendje was joods, mijn buurmeisje was lesbisch en aan de overkant van de straat woonde een zwarte jongen met wie ik naar school ging. Ik ging er pas op mijn achttiende weg. Ik dacht echt dat de rest van de wereld net zo idyllisch was. Mijn ouders hebben me altijd aangemoedigd om te worden wat ik maar wilde. Ik speelde vooral basketbal, maar ik volgde ook fotografielessen en keek een hoop MTV. Die televisie was eigenlijk mijn enige raam naar de buitenwereld. Er was nog geen internet of Facebook. Alleen tijdschriften, muziek en muziekvideo’s.”

Kahlil Joseph regisseerde onder andere de clip van Beyoncé’s ‘Sorry’.

Zijn liefde voor film ontstond in Brazilië, het land van zijn grootmoeder, waar hij op zijn achttiende een jaar ging studeren. „Ik had er enorme heimwee en ben toen eindeloos veel Amerikaanse films gaan kijken. In de plaatselijke videotheek huurde ik eerst populaire films als Forrest Gump en Good Will Hunting. En toen ik die allemaal gezien had, begon ik films te huren met acteurs die ik herkende, zoals Robin Williams, Jack Nicholson en Robert De Niro. Zo kwam ik bij oudere films terecht als One Flew Over the Cuckoo’s Nest en Goodfellas. Die waren veel gruiziger dan de glossy Hollywoodfilms die ik kende. Daar moest ik eerst aan wennen, maar toen raakte ik door die stijl geobsedeerd.”

Terug in Amerika meldde hij zich aan bij de Marymount University in Los Angeles, de universiteit waar zijn ouders elkaar ontmoet hadden. „Zij hadden een filmprogramma. Daar heb ik goed leren monteren. Ik ben nooit afgestudeerd, omdat ik intussen al begonnen was met werken. Ik werkte in die tijd op sets van grote speelfilms, met grote crews en bekende regisseurs. Ik ruimde alleen maar rommel op, maar ik keek mijn ogen uit. We reisden het hele land door, maakten lange dagen, en om dan weer in de schoolbanken te gaan zitten, voelde opeens zo saai.”

Joseph liep stage bij videokunstenaar Doug Aitken, werkte voor regisseurs Sofia Coppola en Terrence Malick, en begon als twintiger zijn eerste muziekvideo’s te maken die opvielen door hun angstaanjagende en soms hallucinerende beelden van zwarte mensen. In m.A.A.d., de vijftien minuten durende film uit 2014 die zijn grote doorbraak zou worden, zie je Josephs liefde voor de montage terug. Het is geen lineaire film, maar een collage van beelden uit de Californische wijk Compton, die op twee schermen geprojecteerd worden. Surrealistisch en vervreemdend zijn de beelden soms, van mannen die als vampiers aan lantarenpalen hangen, of paarden die door de straten galopperen als symbolen van vrijheid. Intussen klinkt de muziek van Kendrick Lamar, de rapper die de opdracht gaf voor de film, vertraagd en in stukjes geknipt als sferische soundtrack.

Onderdeel van de film zijn oude homevideobeelden die de oom van Kendrick Lamar in 1992 had opgenomen: gruizige, schokkerige beelden van zwarte mannen die in een achterbuurt met wapens zwaaien en met auto’s stunten. „Op dat moment wist niemand wie Kendrick Lamar was”, zegt Joseph. „En nog steeds is dat niet helemaal duidelijk. Hij komt uit de beruchte wijk Compton, maar hij doet zich niet voor als een gangster. Hij is veel intelligenter dan dat, poëtischer en bescheidener. Dat homevideomateriaal was het bewijs dat hij echt in die krankzinnige omgeving is opgegroeid. De naam van zijn album was niet voor niets Good Kid, m.A.A.d. City. Ik wilde aan het publiek laten zien wie Kendrick Lamar was en waar hij vandaan kwam. Nu is hij wereldberoemd en zou hij dat persoonlijke videomateriaal nooit gegeven hebben. Maar destijds had hij niets te verliezen.”

De beelden die Joseph schoot, werden gebruikt tijdens de nationale tournee die Kendrick Lamar in 2013 maakte met Kanye West. „Voor het eerst stond Kendrick op een reusachtig podium. Kanye had een beroemde kunstenaar ingehuurd, Vanessa Beecroft, om zijn shows vorm te geven. Zij had allerlei conceptuele dingen gedaan met modellen en Kendrick begreep daar helemaal niets van. Hij was maar een arm kind uit de hood, die probeerde te concurreren met Kanye West. Ik heb toen gezegd: laten we het simpel houden. De beelden moeten helder zijn, net als jouw teksten. Dat idee stond hem wel aan.

„Na de tour ben ik verder gegaan met die beelden. Dat vond Kendrick prima. Hij had gekregen waarvoor hij had betaald. De volgende zes maanden ben ik bezig geweest met de montage. Tegen de tijd dat mijn film af was, had Kendrick zich alweer op een nieuw album gestort. Hij wist niet zo goed wat hij met mijn film aan moest en besloot hem niet uit te brengen. Daar was ik toen echt kapot van.”

Hoofdbrekens

Foto Jake Michaels

Het was Josephs broer Noah die hem in 2014 op het pad van de beeldende kunst bracht. Hij had na het overlijden van hun vader, in 2012, in Los Angeles een nieuwe kunstruimte geopend, The Underground Museum. „,Mijn studio is daar gevestigd en Noah maakte al mijn hoofdbrekens tijdens de montage van m.A.A.d. van dichtbij mee. Hij stelde voor om er een video-installatie op twee schermen van te maken. Ik dacht alleen maar: ‘Waarom? Wie gaat dat betalen en wie komt er dan naar kijken?’ Maar hij had gelijk, het was meteen een sensatie. Er kwam een curator van het MoCA kijken. En voor ik het wist was ik een kunstenaar.”

In 2015, drie jaar na het overlijden van zijn vader, stierf ook Noah aan kanker, op 32-jarige leeftijd. Als ode aan hem hangt nu een van zijn schilderijen in het Bonnefantenmuseum. Ook portretten van Josephs vader, door zijn moeder gemaakt, zijn in de tentoonstelling opgenomen. New Suns is daarmee een diep persoonlijk debuut geworden, doortrokken van rouw en melancholie.

In een van Josephs nieuwste films, Alice (You don’t even have to think about it), zien we de zwarte zangeres Alice Smith zich voorbereiden op een optreden. Haar stemoefeningen klinken als een serene treurzang door de ruimte, puur en rauw tegelijk. Toen hij Smith filmde, was net haar grootmoeder overleden, vertelt Joseph. Zonder het van elkaar te weten, zaten ze beiden in een rouwproces. De film is hem daardoor heel dierbaar, zegt hij. „Het maken van deze film was mijn vorm van therapie.”

Kahlil Joseph: New Suns. T/m 25/3 in het Bonnefantenmuseum, Maastricht. Inl: bonnefanten.nl
    • Sandra Smallenburg