Recensie

Veldhuis en Kemper op dreef in uptempo voorstelling

Een sabbatical lijkt het duo Veldhuis en Kemper goed te hebben gedaan. Ze weten hun materiaal weer fris te laten klinken.

Veldhuis en Kemper in ‘Geloof ons nou maar’. Foto Bob Bronshoff

In Geloof ons nou maar vragen Veldhuis en Kemper zich af of ze elkaar nog recht in de ogen kunnen kijken. Hun relatie heeft een paar flinke deuken opgelopen en ze zijn een jaar uit elkaar geweest.

Hoewel de voorstelling wat moeilijk op gang komt en soms blijft hangen in vertrouwde grappen over relaties en kinderen, werkt de combinatie van uptempo dialogen en meerstemmige liedjes nog altijd goed. Vooral Kemper is goed op dreef. De relatieproblemen tussen de twee worden mooi uitgespeeld in een conference waarin Kemper kritiek levert op Veldhuis’ deelname aan het commerciële EO-spektakel The Passion. Ook Kempers conference over het klassenfeest van zijn elfjarige zoontje is bijzonder goed, omdat hij hierin zijn eigen onmacht als vader tegen het licht houdt.

Hier tegenover staan zwakkere momenten, zoals een stuurloos verhaal over de vluchteling die Veldhuis leerde kennen. Veldhuis lijkt hiermee een tegengeluid te willen bieden aan onze angst voor vluchtelingen, maar zijn poging om de vluchteling een gezicht te geven wordt wat pijnlijk wanneer hij daarbij voornamelijk in stereotypen vervalt. Zo geeft hij de vluchteling een overdreven Marokkaans accent.

Ook de houten stoelen als metafoor voor de oprechte ontmoeting werken niet helemaal. Deze stoelen - het hele podium staat er vol mee - zijn een verwijzing naar de performance The Artist is Present (2010) van Marina Abramovic, waarin museumbezoekers op een stoel konden plaatsnemen om de kunstenaar echt aan te kijken. Hoewel het een mooie verwijzing is, voelt het voortdurende gesleep met stoelen wat geforceerd en leidt het af van de eenvoud van de handeling van het kijken.

Al is Geloof ons nou maar een wisselende voorstelling, toch lijkt de sabbatical Veldhuis en Kemper goed te hebben gedaan. Met hun energieke samenspel en oprechte woede weten ze hun materiaal weer fris te laten klinken.

    • Dick Zijp