Toename geweld onderwereld vormt ook gevaar voor journalist

Criminaliteit Drie misdaadverslaggevers worden momenteel zwaar bedreigd. Nog nooit waren er zoveel serieuze bedreigingen tegelijkertijd.

Crimineel en journalist Martin Kok werd vorig jaar doodgeschoten op de parkeerplaats van een sexclub in Laren. Foto Caspar Huurdeman

Schrijven over criminaliteit roept bij voorbaat spanning op: misdaad gedijt bij anonimiteit en stilte. Criminelen houden er doorgaans niet van als er over hen wordt geschreven. Tegelijkertijd verslinden ze wat er allemaal naar buiten komt over concurrenten en rivalen. Ziehier de ruimte voor misdaadjournalisten – criminelen willen wel praten, maar vooral over een ander.

Dat verandert als ze zelf onderwerp zijn van strafrechtelijk onderzoek worden. Justitie, politie en de advocatuur kennen inmiddels het belang van publiciteit. Grote strafzaken worden deels buiten de rechtszaal uitgevochten. Ook in de onderwereld wordt het belang van public relations niet onderschat.

Op dit moment is er in de wereld van de misdaadjournalistiek iets bijzonders aan de hand. Twee verslaggevers van de Telegraaf - John van den Heuvel en Mick van Wely - hebben onlangs aangifte gedaan van bedreiging uit de hoek van criminele motorclubs. Paul Vugts, werkzaam voor Het Parool, zit al sinds oktober ondergedoken vanwege zeer ernstige bedreigingen uit de Amsterdamse onderwereld. Toeval? Of is er iets veranderd in de bejegening van misdaadverslaggevers?

Panorama

Wie wil weten hoe de verhoudingen in de onderwereld liggen, kan naast de landelijke dagbladen op een aantal plekken terecht. Zo is daar weekblad Panorama: de crimineel die daar op de cover belandt, heeft meestal een probleem, zo wil de grap binnen het Openbaar Ministerie - of krijgt het snel.

Het beste voorbeeld daarvan is misschien wel Klaas Otto. De oprichter van motorclub No Surrender ging jarenlang ongestoord zijn gang maar sinds hij, onder andere via Panorama, een bekende criminele Nederlander werd, staat het justitiële zoeklicht op deze ongekroonde koning van de Brabantse onderwereld.

Misdaadnieuws vindt steeds vaker zijn weg via digitale publicaties. Zo is Crimesite.nl een erkende plek om de wederwaardigheden in het milieu te volgen. Sommige (ex-)criminelen denken dat ze ook de journalistiek beheersen en beginnen een eigen website – dat mag, journalist is geen beschermde titel.

Wijlen Martin Kok is het beste voorbeeld van die laatste categorie. Kok was op zijn best een hele onconventionele journalist, niet zozeer vanwege zijn forse strafblad, maar vooral vanwege zijn totale gebrek aan gevoel voor taal. Hij stotterde en kende spellingsregels noch woordenboek. Ook journalistieke ethiek was niet aan hem besteed.

Kok berichtte op zijn eigen, bijzondere manier, had hele goede contacten in het milieu en bleek vaak goed geïnformeerd. Velen zoeken daarin de achtergrond van zijn gewelddadige dood, maar niemand weet het zeker. Een jaar na zijn overlijden is nog altijd veel onduidelijk over de aanleiding voor de schietpartij. Schutters en opdrachtgevers zijn nog altijd niet gepakt.

Ondanks zijn onconventionele aanpak is met de moord op Kok een grens overschreden. Het is een teken van de sfeer in het criminele milieu waar de drempel voor zwaar geweld aanzienlijk is gedaald. Jonge, onervaren criminelen met een relatief klein strafblad maken steeds vaker gebruik van zware, automatische wapens voor het beslechten van conflicten. Die lage drempel voor zwaar geweld heeft zeker twee oorzaken. De toegang tot zware wapens is door grote beschikbaarheid en lage prijzen de afgelopen tien jaar gemakkelijker geworden. En criminelen in de cocaïnehandel grijpen vanwege de grote financiële belangen steeds vaker naar zware wapens ter beslechting van hun conflicten.

Van alle tijden

Bedreiging van misdaadjournalisten is van alle tijden. Bart Middelburg, gepensioneerd misdaadverslaggever van Het Parool, werd al in de jaren tachtig bedreigd door maffiabaas Klaas Bruinsma, die in 1991 het leven liet. Bij zijn Telegraaf-collega John van den Heuvel werd in 2001 thuis ingebroken door criminelen. Ze namen een laptop mee met daarop aantekeningen over een veelbesproken interview dat Van den Heuvel eerder dat jaar publiceerde met crimineel kopstuk John Mieremet. Een collega die ooit aan het begin van deze eeuw een bezoek bracht aan het toenmalige hoofdkantoor van de Hells Angels in Amsterdam-Oost kreeg daar een pistool op zijn hoofd gezet door Sam Klepper, de criminele wederhelft van John Mieremet. En zo zijn er veel meer voorbeelden van misdaadjournalisten die te maken kregen met bedreigingen. De een moet een paar dagen onderduiken, de ander krijgt een verzwaarde voordeur of rijdt tijdelijk in een gepantserde auto.

Het is echter nog nooit eerder voorgekomen dat drie misdaadverslaggevers tegelijkertijd zo zwaar bedreigd worden dat ze aangifte hebben gedaan en speciale maatregelen hebben genomen voor hun veiligheid. En het is ook geen toeval dat de bedreiging van Telegraaf-journalisten Van den Heuvel en Van Wely komt uit kringen van motorclubs en de Paul Vugts wordt bedreigd door personen die voorkomen in zijn tweede boek over de mocromaffia. Het zijn twee delen binnen het criminele milieu waar de drempel voor het uiten van bedreigingen en het gebruik van wapengeweld de afgelopen jaren sterk is gedaald.