Recensie

Oude negatieven, onverwachte wondertjes

Fotografie De Libanese filmmaker-fotograaf-kunstenaar Akram Zaatari werkt op de grens van werkelijkheid en fictie. In Düsseldorf is zijn ode aan de fotografie te zien.

Akram Zaatari: ‘Archeology’, 2017 Foto Akram Zaatari

Maak geen oogcontact. Kijk ze niet aan – nooit. Dat is de les die de jongen krijgt ingeprent van zijn ouders, die van Libanees-Palestijnse komaf zijn. Tot aan zijn zestiende zal de jongen nooit een Israëlische soldaat aankijken. In 1982 pas slaat hij zijn ogen op. Hij staat bij de ingang van zijn huis in Saida, Zuid-Libanon, en tanks rollen de straat in. Het geratel van de rupsbanden is oorverdovend, huizen trillen op hun grondvesten. Maar de jongen herinnert zich vooral: stilte.

Tientallen jaren later zal een ex-Israëlische soldaat zich herinneren hoe hij in de geschutskoepel van een tank een straat in Saida komt binnenrijden. Op een balkon van een appartementencomplex ziet hij een jongen van een jaar of zestien. De jongen draagt een blauwgrijs Adidas-shirt en heeft een camera in de hand. De soldaat, die later filmmaker wordt, herinnert het zich haarscherp. De jongen richt zijn camera op de soldaat en zijn tank. Wat een maniak, denkt de soldaat. Hoe durft dat joch z’n camera op mij te richten? De soldaat draait zijn mitrailleur richting balkon. Als hij door zijn vizier tuurt om te schieten, is de jongen verdwenen.

Werkelijkheid

Het is een mooi verhaal. Alleen: is het werkelijk zo gebeurd? De Libanese filmmaker-fotograaf-kunstenaar Akram Zaatari (1966) maakt in 2010 tijdens een verblijf in Frankrijk een boekje waarin documentaire-foto’s en een lang gesprek staan afgedrukt tussen de kunstenaar en de Israëlische soldaat van toen, die filmmaker zal worden. De herinneringen zijn veel gedetailleerder en scherper dan hierboven verteld. Maar opnieuw: is het waar? Nee hoor. Filmmaker Avi Mograbi is een verzonnen figuur, die volkomen geloofwaardig leeft in het schemergebied tussen werkelijkheid en fictie.

Het is het handelsmerk van Zaatari, die in Nederland nog steeds niet in een serieuze solo is vertoond, terwijl zijn werk daar genoeg aanleiding voor geeft. Zaatari hoort samen met Walid Raad, het echtpaar Khalil Joreige & Joana Hadhithomas en Rabih Mroué tot een generatie Libanese kunstenaars, theater- en filmmakers, die volwassen zijn geworden tijdens de bloedige burgeroorlog en aanvallen vanuit Israël. Hun thematiek is verwant. Hoe verbeeld je een werkelijkheid die om de haverklap door mortierinslagen verandert? Hoe verbeeld je de getuigenis van een Armeen, gevlucht voor Turken, van een Palestijns kind, gevlucht voor Israëliërs, van een soennitische student, gevlucht voor Hezbollah? Hoe doe je dat zonder in oorlogsretoriek te vervallen en de overal aanwezige grijstinten uit het oog te verliezen?

Sarcofaag

Zaatari doet dat door bijvoorbeeld in 2012 op de Documenta een sarcofaag te begraven, bij wijze van groet aan de archeologische schatten die sinds het begin van de Burgeroorlog in 1975 in betonnen kisten in de hal van het Nationaal Museum in Beiroet staan opgeslagen. Jeugdherinnering, feitenonderzoek, pamflet en fictie gaan hand in hand. Een vijand kan evengoed vriend zijn. „Feiten”, zegt Zaatari, „hebben op zijn minst altijd twee gezichten.”

K21 in Düsseldorf organiseert nu een uitputtend overzicht van het werk van de Libanese kunstenaar en filmmaker. Vooral Zaatari’s bemoeienissen met de Arab Image Foundation, waarvan hij in 1997 samen met fotografen Fouad Elkoury en Samer Mohdad de oprichter is, worden onder de loep genomen. Geld, moeite, noch ruimte is gespaard om de werken zo groot en secuur mogelijk te laten zien.

Het streven van de Arab Image Foundation (kortweg AIF) was van aanvang duidelijk: fotografische verzamelingen uit het Midden-Oosten, Noord-Afrika en de Arabische diaspora een tehuis te bieden. De afgelopen twintig jaar heeft de AIF meer dan 600.000 foto’s verzameld, vanaf het midden van de 19de eeuw tot nu. De AIF is daarmee uitgegroeid tot het belangrijkste archief van fotografie in het Midden-Oosten: ze is van onschatbare waarde voor wie iets van het leven van de afgelopen eeuw in dit conflictgebied wil begrijpen.

Het bijzondere van de AIF is dat ze door kunstenaars wordt geleid. De fotoverzamelingen zijn daarom niet slechts verzamelingen of objecten van onderzoek, maar ook actieve aanjagers van verder artistiek werk. Zaatari toont in Düsseldorf aan de hand van zestien werken (films, zaalvullende installaties, uit tientallen foto’s bestaande series) hoe zo’n hedendaagse, artistieke vertaling van sluimerend materiaal kan uitpakken.

Akram Zaatari: ‘Faces to faces’, 2017

Foto Akram Zaatari

Retoucheren

Against Photography heet de tentoonstelling, en dat is best een curieuze titel als je bedenkt dat Zaatari juist een grandioze ode brengt aan het medium fotografie, aan verdwenen Libanese fotostudio’s, aan de techniek van het retoucheren, afdrukken en conserveren, aan de kunst van het verzamelen (professioneel en privé), en aan de fysieke onvolkomenheden van oude negatieven. Juist die laatste transformeren in de handen van Zaatari tot onverwachte wondertjes.

De serie Against Photography (2017) bijvoorbeeld bestaat uit afdrukken van negatieven waar de afbeelding in de loop der jaren uit schijnt te zijn verdwenen. Nooit geweten hoe schitterend de lijnen zijn die over de oppervlakte van beschadigde gelatinenegatieven lopen. Zaatari scant ze met 3D-apparatuur in, graveert ze op aluminiumplaten en drukt deze vervolgens op papier. Zo ontstaan abstracte juweeltjes. Ook de installatie Archeology (2017), een opgeblazen inktjetprint op glas dat door gelatine is bewerkt, maakt onvolkomenheid prachtig én raar tegelijk. Archeology toont nog maar de helft van een atleet. Is diens bovenlijf verdwenen door beschadigingen in de tijd, of heeft de kunstenaar het negatief bewerkt? Het glasnegatief uit het begin van de twintigste eeuw komt uit een onder water gelopen fotostudio in Tripoli – zo zegt de kunstenaar. De bovenste verdwenen helft van het negatief heeft hij bewerkt met modder, metaalscherven en glassplinters.

Zou Zaatari zich uitsluitend toespitsen op het belichten van esthetische effecten van zulke ‘defecten’, dan zou zijn werk vooral decoratief zijn. Maar esthetiek is bij Zaatari slechts een van de vele artistieke strategieën waarmee hij fotoverzamelingen onderzoekt, vastlegt wat verloren is gegaan, en daar een andere betekenis aan geeft. Men Posing While Crossing Ain el Helweh Bridge (2007) is een serie zwart-witfoto’s van mannen die in het begin van de jaren vijftig een nieuw aangelegde brug in Zuid-Libanon oversteken. De brug is van beton, puur functioneel. Men Posing… zegt als serie iets over de voortschrijdende techniek in Libanon, maar veel meer over het leven van de afgebeelde personen zelf.

De mannen lopen hand in hand, poseren op de motorkap van een vrachtwagen met een tros sinaasappels in hun arm, slingeren op hun fiets over een zon doorstoofde weg. Sommigen kijken wantrouwig de lens in, anderen staren langs de fotograaf, weer anderen lachen vrijmoedig. Alle foto’s stralen weemoed uit – alsof de nieuwe wereld die de fotograaf vastlegt, al bezig is te verbrokkelen als hij de sluiterknop indrukt.