Ontketende Lois Abbingh maakt het verschil

WK handbal Nederland bereikte de halve finales van het WK dankzij een 30-26 zege op Tsjechië, maar vooral dankzij één speelster: Lois Abbingh.

Handbalster Lois Abbingh in actie tegen Tsjechie tijdens de kwartfinale op het WK in Duitsland.

Als handbal het gespreksonderwerp is, gaat het al snel over Estavana Polman of Tess Wester, de glossy speelsters van het Nederlands team. Of over Nycke Groot en Yvette Broch, wezenlijk de beste speelsters van Oranje. Vergeet die namen als het om de Nederlandse ster op het WK in Duitsland gaat. Er is dit toernooi maar één speelster die aanspraak op die eretitel maakt: Lois Abbingh. Aan haar, en alleen aan haar, dankte Nederland woensdag de 30-26 zege op Tsjechië en voor de vierde keer op rij een plaats in de halve finales van een groot toernooi.

Abbingh dus, Groningse van geboorte en product van de handbalacademie, die nadien uitzwierf naar Duitsland, Roemenië en Frankrijk. Abbingh dus, 25-jarige opbouwspeelster met een machtige werparm, die tot dit WK een schaduwrol vertolkte, veel tegenslagen moest overwinnen, maar opstaat waar de gevestigde namen hun gewenste niveau niet halen of ronduit falen.

Abbinghs topvorm is een geweldige opsteker voor bondscoach Helle Thomsen, die met ingetoomde verwachtingen aan het WK begon. De absentie van de geblesseerde Sanne van Olphen en de zwangere Maura Visser temperde haar optimisme, evenals de matige vorm waarin Polman (bevallen) en Groot (langdurig geblesseerd) naar Duitsland afreisden. De coach sprak vooraf openlijk haar twijfels uit over een plek bij de laatste vier en zwakte alle kampioensaspiraties af. Als eventueel tegenwicht voor al die tegenvallers noemde Thomsen nooit de naam Abbingh. Alsof ze haar intrinsiek hoge kwaliteiten niet volledig kende.

Regelmaat van repeteergeweer

Nou, dan kent Thomsen die nu wel. Vanaf de openingswedstrijd tegen Zuid-Korea, anderhalve week geleden, scoort Abbingh met de regelmaat van een repeteergeweer; met één uitzondering: de achtste-finalewedstrijd tegen Japan. Daar haperde haar productie tot een schamel totaal van twee treffers, waarmee de pas in verlenging gerealiseerde zege is verklaard. Zonder Abbingh-in-vorm is Nederland dit WK kwetsbaar.

Waar haar dragende medespeelsters zoekende zijn naar hun vorm, lijkt Abbingh bevrijd van elke last. In de kwartfinale tegen Tsjechië maar goed ook, want Nederland had de handen vol aan het land dat het vorige WK niet eens haalde en de EK vorig jaar als tiende afsloot. Op papier geen lastige tegenstander, leek het. De realiteit was weerbarstiger, want Tsjechië was stug en had in Iveta Luzumova (elf) en Marketa Jerabkova (zeven) makkelijk scorende speelsters. Maar als het op treffers aankwam was Abbingh baas boven baas. Zij scoorde veertien keer, bijna de helft van de Nederlandse productie. Haar totaal dit WK staat op 46 doelpunten, gemiddeld ruim 6,5 per wedstrijd.

Of Abbingh een verklaring heeft voor haar uitblinkersrol? Niet echt. „Ik ben niet sterker dan mijn ploeggenoten”, sprak ze bescheiden tegen persbureau ANP. „Misschien komt het door mijn techniek.” Om in één adem haar medespeelsters te complimenteren. „Zij speelden mij goed vrij. Ik heb in de hele wedstrijd, geloof ik, één beuk gekregen. We hadden de doelpunten nodig, dus ik bleef met alles wat ik had schieten. Nee, vermoeid raakte ik niet. Ik had de bal graag nog tien keer gegooid.''

Die bescheidenheid kenmerkt Abbingh, die zich nooit verheven zal voelen boven haar ploeggenoten. Bovendien kent Abbingh de donkere kant van topsport. Ze heeft haar portie ellende wel gehad. Fysiek, met twee gescheurde kruisbanden en eerder dit jaar gescheurde enkelbanden. En wat te denken van haar sportieve ellende? Ze werd in 2016 op de Olympische Spelen in Rio de Janeiro de schlemiel van de ploeg door eerst met een gemiste strafworp de winst in de groepswedstrijd tegen Zuid-Korea (32-32) te verspelen en vervolgens met een schot tegen de paal in de slotseconde van de halve finale tegen Frankrijk geen verlenging af te dwingen. Die laatste misser kostte Nederland mogelijk de olympische finale.

Wester maakt niet het verschil

Abbingh verbeet alle pijn en bleef mentaal stevig overeind. Ze kan tegen een stootje, zowel letterlijk als figuurlijk. Haar momenten van glorie zijn aangebroken, op het WK in Duitsland, waar Groot, Polman en Broch hun vertrouwde vorm zoeken en doelvrouw Wester zwaar onder de maat presteert. Waar reddingpercentages van waardevolle doelvrouwen rond de 40 procent behoren te liggen, komt Wester dit toernooi niet boven de 34 procent. Met andere woorden: ze maakt niet het verschil.

Hoe moeizaam ook, Nederland bereikte na het WK in 2015, de Olympische Spelen en het EK in 2016 opnieuw de halve finales. Dankzij een voorspoedig toernooiverloop, dat wel. Oranje ontliep grote landen in de achtste en kwartfinale. Maar toch, Nederland behoort al twee jaar tot de vier beste landen van de wereld. Een prestatie van formaat die vrijdag in de halve finale in Hamburg kan worden beklonken tegen Noorwegen, dat Oranje van zowel de Europese als wereldtitel afhield. Het moment van revanche lijkt aangebroken.

    • Henk Stouwdam