Recensie

Stedelijk Museum maakt van kunst kijken googlen

Beeldende kunst De dure herinrichting van het Stedelijk Museum van Amsterdam door architect Rem Koolhaas is vanaf zaterdag te bezichtigen. Alles wordt dwars door elkaar getoond. Kijken is googelen.

Nieuwe inrichting door Rem Koolhaas Foto Lars van den Brink

Soms botst het hard. Een schilderij van Picasso naast een platenspeler; een stilleven van Georges Braque naast een klok; Barnett Newman’s grote blauwe Cathedra naast drie stoelen. In Stedelijk Base, de nieuwe opstelling van de vaste collectie van het roemrijke museum, wordt alles uit de collectie door elkaar getoond. Schilderijen, foto’s, affiches, meubels, ja zelfs een Tomado-rekje heeft een plaats gevonden in de zaal.

Deze ontkenning van de grens tussen kunst en design vormt de grootste breuk met de vorige opstelling van de collectie. Bij de heropening van het museum in 2012 werd er juist een aparte vleugel aan toegepaste kunst gewijd. De nagebouwde ‘Harrenstein slaapkamer’ van Rietveld uit 1926 staat ook op deze tentoonstelling, compleet met het schilderij van Charley Toorop dat in het origineel ook aan de muur hing. In deze setting zijn de rollen dus helemaal omgedraaid: de slaapkamer het kunstwerk, het schilderij slechts een kleurige decoratie voor boven de bank.

Lees ook het interview met Rem Koolhaas

Met deze coup sturen Beatrix Ruf en Rem Koolhaas, de makers van de opstelling, je meteen door naar eeuwig zingende vragen als: is kunst er om de wereld te verfraaien of te verbeteren, nu of in de toekomst, met of zonder nut, voor de elite of voor iedereen? Draait het om de intentie van de maker of om de praktijk van de gebruiker?

Er hangen opvallend veel kleden op de tentoonstelling. Soms bedoeld om aan de muur te hangen, zoals die van Sheila Hicks en Loes van der Horst. Soms hangt het misschien voor het eerst aan een muur, zoals het kleed van Bauhausleerling Kitty van der Mijll Dekker uit 1934, dat gezien de franje aan de bovenkant een vloerkleed is maar hier aan de wand is gehangen. Wat kunst is en hoe je het presenteert kan dus veranderen, al zorgen de wanden van Koolhaas ervoor dat het primaat van het schilderij en wat daar voor door kan gaan niet echt wordt aangetast. Zou ook een presentatie helemaal zonder schilderijen mogelijk zijn geweest?

Foto Lars van den Brink

De laatste drie namen laten zien dat het Stedelijk Museum van Amsterdam ernaar gestreefd heeft meer vrouwen voor het voetlicht te halen. Desondanks is maar 10 procent van de getoonde werken door vrouwen gemaakt. De collectie kent nog steeds vooral een weelde aan werk van witte mannen. Maar kunstgeschiedenis toont ook andere geschiedenis, bijvoorbeeld die van de vrouwenemancipatie. In de laatste zaal op de bovenverdieping, met werk van 1980 tot 2010, hangt werk van Anselm Kiefer, Marlene Dumas, Rineke Dijkstra en Iris Kensmil. Dit deel van de presentatie is helaas niet door Koolhaas ingericht en veel traditioneler van aard dan de doos beneden.

De hiërarchie is losgelaten, de chronologie niet. Op de buitenwanden van de benedenzaal hangen werken in chronologische volgorde, van Van Gogh tot Cindy Sherman. In het midden staan stalen wanden op allerlei manieren opgesteld om nog meer van een bepaalde kunstenaar, een stroming of een gebeurtenis weer te geven. Er zijn bijvoorbeeld wanden met twee Chagalls, met vroege Mondriaans, met klassieke Mondriaans, een hoekje met bewegende kunst, een wand Nieuwe Zakelijkheid en een wand over het Stedelijk in de Tweede Wereldoorlog. Daarop is een schilderij dat Max Beckmann in 1941 in Amsterdam maakte te zien tussen een portret van Charley Toorop uit 1943 en een affiche van Dick Elffers voor de expositie Weerbare democratie uit 1946.

Luister ook naar onze podcast over het vernieuwde Stedelijk, met een guest appearence van Rem Koolhaas zélf:

Niet het enige museum

Het Stedelijk is niet het enige museum dat met deze interdisciplinaire methode experimenteert. Het Museum of Modern Art in New York zal bijvoorbeeld vanaf 2019 werk in alle mogelijke media samenbrengen. Het Rijksmuseum bracht in 2013 bij de heropening al samen wat – in de woorden van Simon Schama – nooit gescheiden had mogen worden in schone en decoratieve kunst.

Lees ook: Herinrichting Stedelijk kost bijna drie keer zoveel

Een van de redenen die Beatrix Ruf heeft aangevoerd voor haar sequenties is dat je zo „meer leert over een periode”. Dat is een nogal schamel argument. Naar het Stedelijk ga je niet in de eerste plaats om iets over een periode te leren, daar ga je heen om betoverd te worden door kunst, een vermogen dat de kunst uit deze collectie gelukkig nog niet verloren heeft. Maar als periodiseren het belangrijkste is, kun je wel concluderen dat de kunst van de twintigste eeuw met deze presentatie voorgoed niet hedendaags meer is, zelfs niet modern, maar bijgezet in de geschiedenis. De twintigste eeuw is negentiende eeuw geworden, misschien zelfs wel zeventiende, een eeuw waarin mensen naar muziek luisterden uit een plastic kastje en aan de muur grote blauwe schilderijen hingen. Verleden tijd.

Foto Lars van den Brink
Lars van den Brink
Lars van den Brink
Foto Lars van den Brink

Ruf meent ook dat de presentatie de toeschouwer uitnodigt nieuwe verbanden te leggen. Dat is zo; overal zijn doorkijkjes en dankzij de drukte lijken de beeldrijmen niet voorgekauwd maar voor eigen rekening. Toch is het de vraag of de werken allemaal samen in deze doos het best tot hun recht komen. Het lijkt hier wel een uitdragerij. Uitverkoop in het Stedelijk. De hele twintigste eeuw is in de aanbieding!

Bovenop Rietveld Harrensteins slaapkamer is een dakterras, waarop je de zaal kunt overzien. Toen het Stedelijk in 2012 heropende, was de ruimte in de kelder nadrukkelijk bedoeld voor installaties en andere kunstwerken die in de zalen van het oude gebouw niet tot hun recht zouden komen. Nu is het juist de vaste collectie van het museum die in de nieuwbouw getoond wordt. Mondriaan en Malevitsj, Kirchner en Kienholz, Schoonhoven en Sottsass, allemaal bij elkaar in een witte doos. Koolhaas vergeleek de opstelling met een stad, met straten, pleinen, stegen en de mogelijkheid van onverwachte ontmoetingen. Ruf vergeleek hem met het internet. Kijken is googlen.

Vanaf Rietvelds dak lijkt het vooral een juwelendoos, waarin de schatten van de twintigste eeuw zijn opgeborgen. Of is het een doos vol duveltjes?

Tekening Kamagurka

    • Bianca Stigter