Opinie

    • Jutta Chorus

Kaasjagers op het Damrak

Het Damrak ziet eruit alsof het er altijd regent. De mensen die er lopen dragen lelijke grijze Primark-mutsjes. Ze roken of blazen grote wolken van hun elektrische sigaret uit. Hordes duiven bij de frietbakkers. Armoede en kooplust samengebald in een paar honderd meter Amsterdam.

Tot aan de Bijenkorf tel ik drie kaaswinkels. Er werken meisjes met piercings in het gezicht die voor mij ontraceerbare Engelse dialecten spreken. Ze dragen schorten alsof ze de hele dag kaas snijden, maar in werkelijkheid staan ze tussen de voorverpakte, vacuüm getrokken Beemster. Plastic kaas, noemden wij dat vroeger thuis. Was de afschuw die dit bij mij opwekt maar reden genoeg om zo’n kaaswinkel te verbieden.

Als je ’m zijn gang laat gaan, jaagt de markt alles één kant op – uit evenwicht.

De gemeente Amsterdam zet in het hart van de stad alles op alles om een balans te bereiken tussen de markt (toerisme) en leefbaarheid (bewoners). De markt dicteert hier kaaswinkels, vreetwinkels, souvenirwinkels en geldwisselwinkels.

Om te voorkomen dat je hier niks anders meer kunt krijgen dan plastic kaas, heeft de gemeente een draconische maatregel genomen: „Nieuwe detailhandelsvestigingen die zich qua reclame-uiting, presentatie, assortiment en/of bedrijfsvoering richten op dagjesmensen en/of toeristen zijn verboden.”

En dus moet een van de kaaswinkels aan het Damrak, die onlangs openging, zijn deuren weer sluiten, de Amsterdam Cheese Company. De winkel daagde de gemeente dinsdag voor de rechter met de principiële vraag: „Mag de overheid de economie op deze manier sturen?”

De eigenaar van de kaaswinkel zegt: wij zijn bonafide ondernemers. Wij leveren topkwaliteit kaas en we snappen niet op welke vage voorwaarden de gemeente de ene winkel een toeristenwinkel noemt en de andere een bewonerswinkel.

Het ellendige van de vrije markt is dat de stem van de massa telt

Daar heeft hij gelijk in, lijkt mij. De gemeente heeft op de Wallen met grote toewijding schoonmaak gehouden in schimmige branches. Klopte de boekhouding niet, dan kon die minisupermarkt, die coffeeshop of die massagesalon de deuren sluiten. Dat is de lokale overheid op haar best. Maar nu heeft Amsterdam het bestemmingsplan wel heel ver opgerekt. Mag een overheid met zulke zachte criteria het ondernemen in kaas (en wafels, en ijs) onmogelijk maken?

Het ellendige van de vrije markt is dat de stem van de massa telt. In het centrum van Amsterdam zijn de toeristen in de meerderheid en de ondernemers dienen hen. Het is aan de overheid om die oerkracht te begrenzen – op rechtvaardige wijze. Het is een dilemma dat alleen een rechter kan beslechten. Het Damrak ziet eruit alsof het er altijd regent.

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.
    • Jutta Chorus