Voormalig voorzitter van de Europese Raad Herman van Rompuy.

Foto Giuseppe Lami

‘Nederland moet vaker ja zeggen tegen Europa’

Van Rompuy over de compromissen die er de komende tijd gesloten moeten worden in Brussel. „Met meer onderwerpen op tafel worden onderhandelingen gemakkelijker.”

Staat Nederland op de rem als het om Europa gaat? Het regeerakkoord doorlezend krijgt Herman van Rompuy wel die indruk. Er staat veel „nee tegen dit en nee tegen dat” in. Misschien is het tactiek, misschien niet, maar voor de Belgische oud-premier staat vast dat Nederland komend jaar ook af en toe ‘ja’ zal moeten zeggen.

Tijdens de afgelopen crisisjaren was de EU vooral bezig met reageren. Nu de storm is gaan liggen, is anticiperen ook eens mogelijk. De animo lijkt groot onder EU-leiders. In oktober spraken ze een ‘leaders agenda’ af, een reeks thematische supertoppen om vastgelopen dossiers los te trekken, om te beginnen met een top donderdag in Brussel.

Een lastige discussie, die Den Haag met de hand angstvallig op de knip voert, maar die onvermijdelijk lijkt. Omdat er, als het om migratie en de eurozone gaat, nog te veel losse eindjes zijn die twijfel zaaien over de Europese crisisbestendigheid. Van Rompuy (70) kent het klappen van de zweep. Tot 2014 was hij voorzitter van de Europese Raad, waarin de EU-leiders zetelen. Hij zag het Europese bouwwerk van dichtbij wankelen.

Lees ook het interview dat correspondent Tijn Sadée eerder had met Herman van Rompuy: 'Trump is een gevaar voor de wereld'

Hoe voorkom je herhaling? Dat is ook de vraag in een recent verschenen, lijvig rapport van het European Policy Centre (EPC), de denktank waaraan Van Rompuy tegenwoordig leiding geeft. In ‘The New Pact for Europe’ wordt gepleit voor een ‘grand bargain’, een brede uitruil van nationale belangen in ieders belang. „Uitruil? Ik zeg liever compromis”, zegt Van Rompuy op zijn kantoor in Brussel. „Uitruil klinkt mercantiel. Maar goed: compromis heeft in de politiek óók een negatieve bijklank.”

In het rapport staat dat de uitruil zo breed mogelijk moet zijn. Waarom?

„Met meer onderwerpen op tafel worden onderhandelingen gemakkelijker.”

De ‘leaders agenda’ is heel uitgebreid.

„Maar ook sterk opgedeeld in compartimenten. Nu doen we de eurozone, de volgende keer Schengen, enzovoort. Het klinkt misschien wat vreemd, om op het eerste gezicht zeer uiteenlopende zaken te verbinden, maar in de politiek kan dat juist helpen. Ook vraag ik mij af of het grotere plaatje wel scherp genoeg in beeld is: waarvoor doen we dit allemaal?”

Er wordt gepraat over een Europese superminister van Financiën.

„Ja precies. Is dat inderdaad wat onze burgers vragen? Het risico is dat je snel een technische, institutionele discussie krijgt die relevant is, maar waar burgers niet mee bezig zijn. Die burger ziet bedreigingen – onzekere jobs, technologische revoluties, massale illegale migratie – en vraagt om bescherming. Lukt het niet om die te geven dan is het populisme over drie, vier jaar sterker dan nu.”

Die burger ziet Oost-Europese landen die nul migranten opnemen.

„Zelf ben ik genuanceerd over die kloof tussen oost en west. Migratie is altijd de harde kern van het populisme geweest, zelfs al ruim voor de bankencrisis. Dat was bij jullie in Nederland het geval, en bij ons in Vlaanderen. In Frankrijk hadden ze toen al vader Le Pen, en in Oostenrijk Haider. Dus we kunnen niet doen alsof migratie geen issue is in West-Europa en dat wij overlopen van generositeit, terwijl ze dat daar niet doen. Ook veel landen buiten Oost-Europa hebben maar mondjesmaat migranten opgenomen.”

Zou dat zo’n uitruil kunnen zijn? Dat Oost-Europese landen op migratiegebied minder hoeven te doen, maar op andere gebieden - defensie bijvoorbeeld - dan twee keer zo hard moeten rennen?

„Geen slecht voorbeeld, maar uitruilen kan nooit betekenen dat landen helemaal níets hoeven te doen. Hongarije moest een paar duizend migranten opgevangen. Tja, als dat al wordt ervaren als een bedreiging van de beschaving dan is die beschaving heel zwak. Een zekere mate van redelijkheid is wel noodzakelijk.”

Is de EU opgewassen tegen alle turbulentie? Lees daarover het stuk van correspondent Stéphane Alonso en Tijn Sadée: Voor de Europese Unie geldt nu 'code rood'

Is er voldoende momentum voor een uitruil?

„Op zich wel: het gaat economisch overal goed. Tegelijkertijd lukt het de EU vaak pas in actie te komen als het al crisis is. De rug tegen de muur, de afgrond voor ogen, het mes op de keel! In goede tijden hervormen is iets wat we nooit gedaan hebben. En je wordt er niet noodzakelijk voor beloond. Tegenwoordig word je zelfs niet meer beloond voor economisch succes. Kijk naar Duitsland en Nederland. Regeringspartijen hebben daar allemaal zwaar klop gekregen.”

Nederland vreest dat de hervormingen in de eurozone uitmonden in meer transfers naar armere landen. Toch pleit u in uw rapport nadrukkelijk voor meer solidariteit.

„Als ik sommigen goed lees is het bijna een cultureel probleem. Het zuiden is gedoemd het slecht te doen, en het noorden is bijna genetisch voorbestemd om het altijd beter te doen. De wereld is ingewikkelder dan dat. Nog niet zo lang geleden kon Duitsland de Europese begrotingsregels niet naleven en gold het als de zieke man. Dat je vandaag de beste bent, wil niet zeggen dat je dat over tien of vijftien jaar ook nog bent. Blijft de Duitse autoindustrie zo bloeiend als de elektrische auto, de Chinezen of de Amerikanen terrein winnen? Als Europeaan hoop ik het hartgrondig, maar ik weet het niet. Wat ik wel weet: zonder solidariteit kan de unie niet bestaan.”

    • Stéphane Alonso