Het zout moet weer terug in de polder

Natuurbeheer

Door de Afsluitdijk ging brak veenlandschap verloren. Noord-Holland wil nu in één polder weer brak water. Boeren zijn huiverig.

Boswachter Ab van Dorp en onderzoeker Gijs van Dijk. Foto Nienke Beintema

Het hagelt onder een gitzwarte lucht, maar ginds schijnt de zon op de gevels van Zaandijk. We varen in een platte schuit door de polder Westzaan, met zijn lange sloten, goudgeel winterriet en overal kleine Zaanse molentjes. Ze draaien flink in de wind, net als eeuwen geleden. Nu helpen ze de elektrische gemalen bij het drooghouden van deze weiden, anderhalve meter onder NAP.

„Kijk, dit is een van de laatste groeiplaatsen van echt lepelblad”, wijst Ab van Dorp, boswachter bij Staatsbosbeheer. Hij leunt overboord en plukt een eirond blaadje, dat hij opeet. Lepelblad? Dat is toch een zilte soort, van de Wadden en de Noordzeekust? Dat klopt. Maar deze polder is ook zilt. Lang niet zo zilt als hij ooit was, maar dat moet hij wel weer worden, volgens de Provincie Noord-Holland én Natura2000, een EU-verplichting.

Verzilten, daar zijn de boeren niet blij mee. Die vrezen voor de kwaliteit van hun land. Is dat terecht? Wat gebeurt er eigenlijk als land dat ooit zilt was, en nu zoet, opnieuw verzilt? Gijs van Dijk, ook aan boord van de schuit, onderzoekt dat sinds 2009. Hij is „ecoloog met een biogeochemische inslag”, zoals hij het zelf omschrijft, bij Onderzoekscentrum B-WARE, een spin-off van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij volgt nauwgezet wat er gebeurt als het zoutgehalte toeneemt. Welke invloed heeft dat op bodem, water en landschap? Op 14 december verdedigt Van Dijk zijn proefschrift in Nijmegen.

Inklinken

Ooit lag hier een natuurlijk hoogveen, vijf tot zeven meter hoger dan het huidige maaiveld. Dat veen begon in te klinken toen de Hollanders hier zo’n duizend jaar geleden gingen boeren. Ze groeven sloten en bouwden molens om het water kwijt te raken. Het veen verdroogde en viel daardoor ten prooi aan afbraak door bacteriën – iets wat nog altijd doorgaat. Daarbij komt veel koolstofdioxide en methaan vrij, landelijk nu circa 4 procent van onze uitstoot van broeikasgassen.

Al in de twaalfde eeuw was het maaiveld zo ver gezakt dat het polderland vanuit de Zuiderzee regelmatig overstroomde. „Voor de boeren maakte dat niet uit”, vertelt Van Dorp. „Hun koetjes graasden net zo lief in zilt, kruidig grasland. Ze leverden maar een kwart zoveel melk als een moderne koe. In de winter lag dat stil, en dan gingen de boeren ter walvisvaart. Een heel ander systeem dan die extreme melkproductie van nu.”

Veenmos-rietland

En toen kwam de Afsluitdijk, in 1932. Die hield de zee op afstand, waardoor ‘Laag-Holland’ weer zoet werd. En daarmee verdween na 800 jaar een uniek brak laagveenlandschap: veenmos-rietland met ruwe bies, roerdomp, snor en rietzanger; natte oevers met echt lepelblad en heemst (een kaasjeskruid); sloten met bot, garnaaltjes en lepelaars.

In het nabijgelegen Ilperveld, beheerd door Landschap Noord-Holland, experimenteerde Van Dijk met zoutgehaltes. Hij laat een foto zien van hoe dat eruit zag: een lange rij doorzichtige plastic cilinders, een meter in doorsnede, die rechtop in het water stonden, tot diep in de bodem. „Allemaal met een ander zoutgehalte”, vertelt Van Dijk. Dat leverde verrassende bevindingen op. Naarmate het water brakker wordt, nemen andere bodembacteriën de overhand. Bacteriën die methaan produceren – een veel sterker broeikasgas dan koolstofdioxide – maken plaats voor sulfaatbacteriën. „De meest brakke cilinders stootten 98 procent minder methaan uit dan de zoete. Dat plaatst die verbrakking toch even in een heel andere context.”

Geruststellend

In veen dat altijd al zoet was, kan verbrakking leiden tot het vrijkomen van extra voedingsstoffen, zoals fosfaat. Beheerders zijn daar bang voor, want het laat sloten dichtgroeien en biodiversiteit achteruitgaan. Maar in sloten die ooit al brak waren, werkt dat anders, ontdekte Van Dijk. „Ik zie juist een daling in fosfaat, door een koppeling met het al aanwezige natrium. Dat maakt calcium vrij, dat op zijn beurt fosfaat wegvangt.” Voor beheerders is dat geruststellend, aldus Van Dijk.

Als je nog langer wacht, dan raak je de zilte soorten helemáál kwijt

Alléén Westzaan hoeft maar te verbrakken, volgens Natura2000: zo’n twee bij vijf kilometer polderland. Dat is maar een klein deel van het vroegere brakke laagveen. Maar toch komt zelfs dat maar niet van de grond. Al in 2014 zou er een sluis naar het brakke Noordzeekanaal opengaan, zo besloot de provincie. „Simpel en goedkoop”, zegt boswachter Van Dorp, „maar het wordt almaar uitgesteld. Het loopt uitermate stroef tussen beheerders, boeren, waterschap en provincie. Maar als je nu nog langer wacht, dan raak je de zilte soorten helemáál kwijt.”

Verschillende regimes

We stappen aan land op een dijk tussen twee sloten. Hier is Van Dijk dit voorjaar, in opdracht van de provincie, begonnen met een veel grootschaliger experiment. Hier gaat hij de komende jaren de effecten van verzilting meten in drie complete sloten, met verschillende regimes van plaggen en maaien. „Ook al lijkt dit onderzoek chemisch en klein”, zegt hij, „uiteindelijk kun je daarmee het hele landschap leren begrijpen en het beheer daarop aanpassen.”

Steeds meer beheerders hebben belangstelling voor die combinatie van onderzoek en praktijk, merkt Van Dijk: „In het lab én in het veld laten zien hoe iets werkt, daar gaat het om.”

    • Nienke Beintema