600.000 bezoekers voor het De Stijljaar

Mondriaan

Aan het De Stijljaar deden 32 musea en regio’s mee. Het leverde 110 miljoen euro op, aldus de organisatie.

Schilderijen van Piet Mondriaan en Bart van der Leck in het Gemeentemuseum Den haag. Foto Remko de Waal/ANP

Van Mondriaan tot Dutch Design, een serie tentoonstellingen naar aanleiding van 100 jaar De Stijl, trok het afgelopen jaar 600.000 bezoekers. Van hen kwamen er 120.000 uit het buitenland. Samen besteedden ze 110 miljoen euro. De buitenlandse toeristen waren goed voor 75 van die 110 miljoen, 80 procent overnachtte in Nederland.

Die cijfers maakte het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen (NBTC Holland Marketing) vandaag bekend. Het NBTC enquêteerde gedurende het De Stijljaar op 16 locaties, waaronder het Haags Gemeentemuseum, Kröller- Müller en het Centraal Museum in Utrecht.

Het De Stijljaar is een initiatief van NBTC Holland Marketing. Het idee achter de ‘verhaallijn’ Van Mondriaan tot Dutch Design is dat plaatsen met een gemeenschappelijk thema aan elkaar worden gekoppeld, waardoor toeristen beter worden gespreid. De eerste ‘verhaallijn’, Van Gogh, dateert van 2015.

Aan het De Stijljaar deden 32 musea, steden en regio’s mee. Voor een rondgang daarlangs nodigde NBTC Holland Marketing 150 internationale journalisten uit. Zij werden geattendeerd op tentoonstellingen in ‘buitengebieden’ als Winterswijk, Eelde, Drachten en Helmond.

Volgens de organisatie overnachtten buitenlandse bezoekers vooral in Utrecht en Den Haag. Het Haags Gemeentemuseum organiseerde het afgelopen jaar drie De Stijlexposities. Amsterdam en Rotterdam hadden geen tentoonstellingen in het kader van Van Mondriaan tot Dutch Design.

Juist deze week heeft D66-Kamerlid Jan Paternotte laten weten dat NBTC Holland Marketing moet stoppen met campagnes voor Amsterdam: „Andere plekken in Nederland kunnen meer toerisme wél goed gebruiken.” Hij wil de subsidiëring van de organisatie aan de orde stellen bij de begrotingsbehandeling van Economische Zaken.

NBTC Holland Marketing is een onafhankelijke stichting, waarvan de activiteiten deels worden gefinancierd door het ministerie van Economisch Zaken (8,5 miljoen euro per jaar) en deels door (tijdelijke) partners als musea, regionale overheden, vliegmaatschappijen, hotels en congrescentra (10 miljoen).