‘Stop eens met dat jargon in de zorg!’

Japke-d. vraagt door Oncologisch chirurg Schelto Kruijff heeft schoon genoeg van al het managementjargon in de zorg. Hij schreef er een blog over, Japke-d. vroeg hem waarom. „Stop met die wartaal in de zorg!”

Illustratie Tomas Schats

Dat was even schrikken, dat blog vorige week bij Medisch Contact, hét artsenvakblad van Nederland. Onder de titel ‘De cocreatie van intersectorale kwaliteitskaders’ stortte de schrijver, oncologisch chirurg Schelto Kruijff, een onbegrijpelijk verhaal vol jeukjargon over de lezer heen. GeenStijl plaatste het door onder de kop ‘Alles wat er mis is in De Zorg in 1 tweet’ en al gauw regende het verontwaardigde reacties over al die termen als ‘kennisvalorisatie’ en ‘economisering van het zorgcontinuüm’. Ik vroeg de schrijver, Schelto Kruijff, wat hem bezielde.

Zeg me dat het satire was.

„Ja natuurlijk was het satire. Dat kon je zien aan de laatste zin. Daarin stond ‘Jip en Janneke’, van de ‘Jip-en-Janneketaal’. Maar veel mensen kwamen niet tot het eind. Medisch Contact ook niet! Die stuurden de eerste versie terug met het verzoek ‘kan het wat korter, we komen er niet doorheen’. Dat zegt genoeg.”

Wat wilde je met het stuk zeggen?

„Praat eens normaal en stop met die wartaal in de zorg!”

Erg hè, dat zorgjargon.

„Enorm! Ik word er niet goed van. En ik ben niet de enige, de meeste collegae zijn er he-le-maal klaar mee. Zo kregen we laatst een nieuw elektronisch patiëntensysteem, EPD. Dan worden instructeurs die ons daarbij helpen ‘super users’ genoemd, is er voor ondersteuning ‘floor support’ beschikbaar en hoorde ik ook de term ‘breaking the glass’. Dat is een procedure die voor het patiëntenbelang wel moet worden uitgevoerd, terwijl er voor de gebruiker eigenlijk geen toegang is toegestaan. En dan hebben we het dus over een gewoon ziekenhuis in Groningen, hè.”

Engels jargon is overal in Nederland.

„Ja, maar waarom? In Vlaanderen praten ze in de zorg ook gewoon Nederlands. Ik snap nooit waarom dat hier niet ook kan.”

Waar komt al dat jargon vandaan?

„Ik noem ze altijd ‘de mannen in pakken’, de managers – die praten zo. Vroeger waren hoogleraren meestal zelf verantwoordelijk voor de begroting van hun afdeling in het ziekenhuis, maar die maakten er financieel vaak een potje van. Toen kwam dus, heel begrijpelijk, de beweging dat de zorg ‘gemanaged’ moest worden en kwamen de managers. Overigens spraken artsen in die tijd zelf ook vaak in medisch jargon.”

Jargon is ook deels dikdoenerij natuurlijk, om een soort bestaansrecht te rechtvaardigen

Dokters zijn geen haar beter, met hun jargon.

„Ja, vroeger! Maar dat is er echt uit geramd, hoor. Natuurlijk praten dokters onderling nog vaak in vakjargon, om dingen korter en sneller te kunnen zeggen, maar aan hun patiënten moeten ze steeds duidelijker kunnen uitleggen wat er aan de hand is. De zorgmanagers daarentegen, die zijn steeds onduidelijkere wartaal gaan praten, terwijl er inhoudelijk amper iets gezegd wordt.”

Waarom praten die managers zo?

„Mogelijk om rookgordijnen op te trekken. Ik had het er laatst met mijn schoonmoeder over, zij zat in het onderwijs. Zij had dan een ‘mobiliteitsvergadering’. Dat is een vergadering waarin mensen uiteindelijk ontslagen worden. Zo is het ook in de zorg. Jargon wordt vaak gebruikt om te verbergen wat ze écht aan het doen zijn.”

Heeft jargon ook nut?

„Zeker. Je kunt er sneller iets mee uitleggen. Neem ‘de transmurale zorgbrug’. Dat betekent dat zorgverleners binnen en buiten zorginstellingen elkaars complexe patiënten beter overdragen en samenwerken. Een prachtig initiatief. Met ‘transmurale zorgbrug’ vat je dat samen.”

Je hebt het nu toch ook kort samengevat in normaal Nederlands?

„Ja, dat is ook weer zo. Ach ja, jargon is ook deels dikdoenerij natuurlijk. Om een soort bestaansrecht te rechtvaardigen. Zo van: we zijn met heel ingewikkelde dingen bezig, je kunt ons niet zomaar afschaffen. Overigens wordt jargon ook vaak gebruikt als mensen zelf niet precies weten wat ze aan het doen zijn.”

Moeten we stoppen met dat jargon?

„Ja. Het gevaar is nu namelijk dat wij dokters, afgestompt door deze taal, ons steeds minder gaan interesseren voor wat de managers voor ons doen. Als ik bijvoorbeeld hoor dat het „alleen met solide clinical governance-strategieën uiteindelijk lukt een extramuralisatieplatform te ontschotten in het zorgdomein”, dan haakt iedereen af. Terwijl dat ‘ontschotten’ of die ‘extramuralisatie’ mogelijk wel heel belangrijk kunnen zijn. Want de zorg is door allerlei wetgeving en toenemende bureaucratisering veel ingewikkelder geworden. Managers zijn daarom heel erg nodig, zodat artsen hun tijd zoveel mogelijk aan patiënten kunnen besteden. Maar dan moeten we wél met de managers in gesprek blijven.”

Je zou een tijdje een arts in zo’n managementteam kunnen zetten?

„Nou, dat gebeurt ook al! Maar wat je dan ziet, is dat zo’n arts binnen de kortste keren zijn witte jas uittrekt, ook een pak aantrekt en ook dat soort taal gaat uitslaan. Dat helpt dus niet.”

Wat helpt wél?

„Praat gewoon normaal Nederlands! Hoe ingewikkeld kan het zijn?”