Stijgende cultuurmeter verbloemt de onderliggende problemen

Cultuurindex

Vooral de exportkracht van Nederlandse dj’s en het toenemende bezoek aan musea en film zorgen voor stijgende cultuurcijfers. Daardoor lijken effecten van bezuinigen en dalende werkgelegenheid in de cultuursector mee te vallen.

Armin van Buuren en dj Hardwell tijdens het AMF Festival in de Amsterdam Arena. Foto Piroschka van de Wouw/ANP KIPPA

De Cultuurindex Nederland is gestegen. De index, een soort culturele barometer, staat nu op 106. Dat is hoger dan in de voorgaande tien jaren. En reden voor enig optimisme bij de Boekmanstichting, het kenniscentrum voor cultuurbeleid dat de graadmeter samenstelt. „De cultuursector heeft de weg omhoog teruggevonden”, schrijft het instituut.

Maar gaat het dan ook beter met de cultuurwereld? Is dit een teken dat de eerdere bezuinigingen op cultuur zijn verwerkt? En dat al in een paar jaar tijd, omdat de cijfers die zijn gebruikt lopen tot en met 2015? Of verbloemt de index ook onderliggende problemen?

Een snelle analyse: zonder factoren als de exportkracht van de Nederlandse dj’s en het stijgende museumbezoek, zou de cultuurindex niet op het hoogste niveau sinds 2005 zijn beland.

Amerikaans voorbeeld

Vier jaar geleden begonnen de Boekmanstichting en het Sociaal Cultureel Planbureau, naar Amerikaans en Brits voorbeeld, met de cultuurindex. Zo wilden ze een barometer krijgen van het cultuurklimaat. Bovendien zou hierdoor een groot deel van de cijfers die verschillende instellingen verzamelen over cultuurproductie, cultuurconsumptie en investeringen in cultuur, gebundeld kunnen worden. Boekmanstichting en SCP gingen in hun zoektocht terug tot 2005.

Nu, in hun derde uitgave, relativeren de onderzoekers zelf de stijgende cultuurindex. Door te laten zien welke indicatoren de stijging veroorzaken, maar ook door te beschrijven waar juist trenddalingen te zien zijn.

De grootste stijging wordt geboekt door wat de ‘kernindicator concurrentiekracht’ wordt genoemd. Drijvende factor daarachter is het succes van de Nederlandse dj’s, waardoor de exportwaarde van de Nederlandse muziek met 14 procent is gestegen.

Ook de capaciteit heeft een positieve invloed op de cultuurindex. Maar daar plaatsen de onderzoekers een aantal belangrijke kanttekeningen bij. Zo stijgt het aantal ondernemingen en instellingen door een toenemend aantal filmtheaters en bedrijven in de creatieve industrie. Maar op andere culturele gebieden daalt het aantal ondernemingen en instellingen al jaren. De totale omzet neemt af met 14 procent.

Meer banen, maar niet vast

En weliswaar neemt het aantal banen toe, maar dat komt vooral door een stijging van het aantal zzp’ers. Vaak hebben die een laag inkomen. Het aantal vaste banen nam juist af.

Een minder positieve invloed op de index heeft ook de ‘kernindicator participatie’. Optimistisch daar stemt het sterk stijgende bezoek aan musea en bioscopen. Maar na een forse daling herstelt het bezoek aan muziek-, theater- en dansvoorstellingen zich maar moeizaam.

Ook neemt het aantal vrijwilligers de laatste jaren flink toe, maar daarvan is onduidelijk in hoeverre zij vaste arbeidskrachten vervangen. En hoewel consumenten meer geld uitgeven aan cultuurbezoeken, neemt de cultuurconsumptie af. Dat komt vooral door de sinds 2005 fors afnemende verkoop van cd’s en boeken, die vervangen worden door streaming en digitaal lezen.

Geldstromen herstellen zich wel enigszins in de laatste twee jaar, maar drukken vooralsnog de koers van de cultuurindex het meest. Dat komt vooral door de dalende uitgaven van rijk, provincies en gemeenten. Die worden onvoldoende gecompenseerd door een reeks van stijgende inkomsten, variërend van hogere opbrengsten uit auteursrechten tot stijgende bioscooprecette en hogere eigen inkomsten van musea.

    • Daan van Lent