Stap- en stapvoets

Woordhoek

Stap- en stapvoets. Maandag gehoord op de radio. „In de hele Randstad rijdt het verkeer stap- en stapvoets.” Ik kende stom- en stomdronken, klets- en kletsnat en snot- ja écht snotverkouden, maar stap- en stapvoets was nieuw voor mij. Het ging om een bericht van de verkeersdienst.

In de vreugd. Het molenaarsambacht is vorige week ingeschreven op de Lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed bij UNESCO. Vereniging De Hollandsche Molen in Amsterdam, een van de partijen die voor deze inschrijving heeft gelobbyd, ontving uit het hele land felicitaties van molenaars. Vaak ging het daarbij om foto’s van molens waarvan de wieken „in de vreugd” waren gezet.

De zogenoemde vreugdestand maakt deel uit van de molenaarstaal. Molenaars leren die taal, die al eeuwen bestaat, tijdens hun opleiding. In de vreugdestand staat de onderste wiek niet helemaal in het midden, maar iets links van het midden. Een ander begrip uit de molentaal is de rouwstand. De onderste wiek staat dan niet helemaal in het midden, maar iets naar rechts.

Interessant is dat Vereniging De Hollandsche Molen vanuit Limburg en Brabant foto’s kreeg toegestuurd van molens die in de rouwstand waren gezet. Die waren wel degelijk als felicitatie bedoeld, maar de Nederlandse molentaal kent regionale verschillen. Wat in Limburg en Brabant de vreugdestand is, betekent in het westen: wieken in de rouw.

Gapen en geeuwen. Onlangs zei ik aan de telefoon tegen mijn oudste zoon (25): „Sorry, ik moet even geeuwen.” Zijn reactie: „Ha, ha, wat een grappig ouderwets woord! Wij zeggen altijd: gapen. Geeuwen hoor ik bijna nooit.”

Op Twitter vroeg ik: is het werkwoord geeuwen op z’n retour? Dat leverde interessante reacties op. Zo schreef iemand: „Wat grappig. Mijn kleindochter van drie zei het zelfs: dat heet gapen opa!”

In de digitale leggers van NRC komt gapen zes keer vaker voor dan geeuwen. Ook uit andere bronnen blijkt dat geeuwen inderdaad op z’n retour is. Waarom dat zo is, weet ik niet. Beide woorden komen uit het Duits, zijn in 1240 voor het eerst opgetekend en gaan inmiddels dus al 777 jaar mee. In Vlaanderen zien we hetzelfde beeld. Althans: op Vlaamse websites wordt, net als op Nederlandse sites, beduidend meer gegaapt dan gegeeuwd.

Nafluiten. Onlangs had ik het hier over het nafluiten van meisjes of jonge vrouwen op straat. Daarbij worden twee langgerekte tonen ten gehore gebracht, waarbij de tweede in een boogje omlaag gaat. Een lezer wees mij op de oorsprong van dit fluitsignaal, dat in het Engels onder meer wolf-whistling of cat calling wordt genoemd. Het gaat om een fluit signaal dat oorspronkelijk door zeelieden werd gebruikt, in het bijzonder door Amerikaanse bootsmannen. Om het te horen: ga naar deze site en klik op fragment 10 (‘Turn To’). Het wordt iets langzamer en langgerekter gefloten, maar de gelijkenis is groot. Het eerste Nederlandse bericht over het nafluiten van meisjes op straat vond ik in een krant uit 1926. Het zou mij niet verbazen als dit gebruik door Amerikaanse zeelieden en soldaten in Europa is geïntroduceerd.

Ewoud Sanders schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders