NRC checkt: ‘In een doorsnee kerstboom wonen zo’n 25.000 insecten’

Dat berichtte De Telegraaf vorige week in een artikel op de voorpagina.

Foto iStock

De aanleiding

Onder het kopje ‘Kerstkriebels’ bracht De Telegraaf op 6 december dit bericht op de voorpagina: „De doorsnee kerstboom biedt onderdak aan zo’n 25.000 insecten zoals luizen, mijten, motten, springstaarten en spinnen, zo beweert een bedrijf voor ongediertebestrijding. De beestjes zijn in winterslaap en blijven meestal angstvallig tussen de takken. Wie er toch de kriebels van krijgt, kan de boom het beste vooraf een paar dagen in de schuur zetten en de boel flink uitschudden.”

Waar is het op gebaseerd?

De redactie van De Telegraaf verwijst naar een bericht in The Huffington Post, dat op zijn beurt als bron „een nieuw rapport van ongediertebestrijdingsbedrijf Safer Brand” aanhaalt. Dat ‘nieuwe rapport’ blijkt een brochure te zijn waarin dit Amerikaanse bedrijf schrijft „dat er wellicht wel 25.000 beestjes in één kerstboom wonen”. En dat je ze maar beter kunt bestrijden: door quarantaine in de schuur, maar natuurlijk ook door twee middeltjes van Safer Brand te gebruiken.

De brochure noemt de nieuwssite Science Daily als bron. Science Daily nam in december 2012 woord voor woord een persbericht over van de Universiteit van Bergen, in Noorwegen. Daarin zegt entomoloog Bjarte Jordal: „Een klein onderzoek heeft in sommige bomen wel 25.000 individuen aangetoond.”

En, klopt het?

We bellen met Bjarte Jordal. „Ah, die uitspraak is dus weer eens opgedoken? Dat gebeurt elk jaar in december”, reageert hij. „Nee, het is niet mijn eigen onderzoek. Dit onderzoek is een jaar of veertig geleden hier in Bergen gedaan, door Arne Fjellberg.”

Entomoloog Fjellberg is inmiddels met pensioen. Zijn adviesbureau staat nog in de Noorse Gouden Gids, maar het genoemde telefoonnummer is niet meer in gebruik. Fjellbergs 133 wetenschappelijke publicaties reppen niet over kerstbomen. „Fjellberg heeft dit onderzoek niet officieel gepubliceerd”, zegt Jordal. „Hij schreef erover in de Noord-Noorse krant Nordlys. Maar ik twijfel er niet aan dat het waar is.”

Fjellberg knipte drie takken van een potentiële kerstboom uit het bos, aldus Jordal. Die drie takken ploos hij tot op de laatste vezel uit, waarbij hij alles noteerde wat hij aan levende have tegenkwam. Toen rekende hij die drie takken om naar een hele boom. En dat deed hij bij drie verschillende sparrensoorten.

„We hebben het echt over piepkleine beestjes hoor”, vertelt Jordal. „De meeste zijn veel kleiner dan een halve millimeter. Een collega van mij heeft eens een sparrenboom uitgeschud boven een wit laken. Daar kwamen duizenden beestjes uit rollen. En dat waren niet eens die allerkleinste.” Die blijven namelijk stevig zitten in hun kiertjes, onder de bast of in de basis van de naalden. En die microbeestjes heeft Fjellberg er dus allemaal uitgepeuterd, benadrukt Jordal.

Jordal vindt 25.000 beestjes per kerstboom helemaal niet verbazingwekkend. „Entomologen weten dat je dergelijke aantallen in zo’n habitat kunt verwachten”, zegt hij. „Helemaal in kerstbomen die uit een bos komen, dus uit een compleet ecosysteem. Wellicht zitten er kwekerijbomen iets minder.”

Ook Menno Schilthuizen, entomoloog van Naturalis Biodiversity Center, vindt het getal 25.000 heel aannemelijk. „Vooral mijten vind je in ongelooflijke aantallen bij elkaar”, zegt hij uit eigen ervaring.

Wat moeten we met die kennis als we de kerstboom in huis halen? „Niets”, zegt Schilthuizen. „Die beestjes gaan echt niet aan de wandel. Ze gaan meteen dood in onze warme en droge huizen. En die vind je nooit terug, zo klein zijn ze.”

Conclusie

In elke boom, dus ook in een kerstboom, leven tienduizenden kriebelbeestjes, vooral mijten. (Ook in de haarzakjes van uw wenkbrauwen en wimpers, overigens.) Experts vinden het getal 25.000 per kerstboom heel aannemelijk. Maar dit geldt voor bomen uit een natuurlijk bos; voor kwekerijbomen is het nooit onderzocht. Tot slot nog even muggenziften: De Telegraaf spreekt van 25.000 insecten. Luizen en motten zijn insecten, maar mijten, spinnen en springstaarten behoren tot andere groepen geleedpotigen. De strekking van de stelling klopt dus helemaal, maar gezien de slordige formulering beoordelen we hem liever als grotendeels waar.

Correctie (12 december 2017): In een eerdere versie van dit stuk stond dat het artikel op 7 december op de voorpagina van De Telegraaf stond. Het gaat om de voorpagina van 6 december.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt

    • Nienke Beintema