Nieuwe lerarenbond schudt de oude op

Staking basisscholen Het gaat hard met de nieuwe vakbond PO in Actie. Maar wat schiet de sector ermee op? „Ze kunnen vrijer denken.”

Basisschoolleraren demonstreren in Rotterdam. Ze willen een lagere werkdruk en meer salaris. Foto Remko de Waal/ANP

De teller stond dinsdagmiddag, de dag van de lerarenstaking, op bijna 15.000 leden. En dat was amper zes dagen nadat de voormannen van Primair Onderwijs in Actie, Thijs Roovers en Jan van de Ven, hadden bekendgemaakt een vakbond op te richten.

Door de nieuwe bond worden basisschoolleraren in de cao-onderhandelingen, die deze maand van start gaan, door maar liefst vier vakbonden vertegenwoordigd. Wat betekent dat voor de onderhandelingstafel?

Rinda den Besten, die als voorzitter van de PO-Raad de werkgevers vertegenwoordigt, merkt dat Roovers en Van de Ven onbevangener praten dan de traditionele vakbonden. „Ze zijn heel positief: niet lullen maar poetsen. Ze zijn trots op hun beroepsgroep en dat stralen ze uit.”

In gesprekken, merkt ze, komen ze sneller tot de kern: hoe helpen we de sector verder. „Ze kunnen wat vrijer denken, omdat ze niet vastzitten aan een groep leden waarvoor ze – ik noem maar wat – regelingen uit het verleden moeten beschermen.”

Tegen elkaar uitgespeeld

Het risico van meerdere vakbonden aan één onderhandelingstafel, zegt vakbondshistoricus Sjaak van der Velden, is dat de werkgever ze tegen elkaar uitspeelt. Komen ze dan niet allemaal op voor hetzelfde belang? „Dat is al 150 jaar de theorie”, zegt hij, „maar de praktijk werkt anders.” Categorale bonden zoals PO in Actie zijn er alleen voor de beroepsgroep, zegt hij, terwijl grotere bonden ook naar bredere belangen kijken: van andere beroepen, en van de economie.

De AOb (89.000 leden, onderdeel van FNV) heeft bij het Rijk 6 miljard euro geëist voor het hele onderwijs, zegt woordvoerder Thijs den Otter. Dat staat los van de eis van het PO-front: 1,4 miljard voor het basisonderwijs. „We zien als vakbond dat de problemen op basisscholen het grootst zijn. Maar dat wil niet zeggen dat ze er in het voortgezet en wetenschappelijk onderwijs niet zijn.”

Lees ook: Deze twee docenten voeren de lerarenstaking aan

Jelmer Evers, docent geschiedenis en schrijver van boeken over onderwijs, is kritisch op de traditionele bonden. „Ze stonden te juichen als er weer een procentje was binnengesleept”, zegt hij, „maar intussen is het onderwijs uitgehold.” Ze zijn de binding met de basis kwijt, zegt hij.

Maar er is ook een andere kant: die van de verantwoordelijkheid van de leden zelf. „Ja, de vakbonden zijn ondoorzichtig georganiseerd en ontoegankelijk – het is moeilijk snel invloed uit te oefenen. Maar in principe zijn het democratische instituties.”

Snelle organisatie

Vakbonden zijn belangrijk, vindt Evers. Oude bonden zouden moeten leren van de snelle organisatie van PO in Actie. En op den duur, vindt hij, moeten ze fuseren tot één sterke vakbond, die zowel over vakinhoud als arbeidsvoorwaarden gaat. „In Canada en Finland werkt dat heel goed.”

De AOb leert van PO in Actie, zegt Den Otter. „Daar zijn we ze erkentelijk voor. Wij zijn ook bezig met een Facebook-platform om onze leden beter te bereiken, maar bij ons moeten dat soort plannen bij wijze van spreken eerst door een hele molen heen.”

Op den duur, denkt Van der Velden, zal ook PO in Actie niet aan een kantoortje met personeel ontkomen. „Er valt een hoop kritiek te leveren op de bestaande bonden, maar professionalisering heeft ook goede kanten: een stakingskas, advocaten in dienst. Het risico is dat je dan het contact met de basis verliest. En dat is waar PO in Actie de oude bonden op wijst.”

    • Mirjam Remie