P.C. Hooftprijs voor ‘loepzuivere’ Nachoem M. Wijnberg

P.C. Hooftprijs 2018

Zijn gedichten zijn helder en makkelijk te lezen en gaan over belangrijke zaken in ieders leven, zegt Nachoem M. Wijnberg. Hij krijgt de P.C. Hooftprijs 2018 voor zijn oeuvre.

Foto Koos Breukel

Nachoem M. Wijnberg vindt zichzelf „in alle eerlijkheid een van de begrijpelijkste dichters”, zo zei zelf vorig jaar in NRC. „Als je een krantenartikel kunt lezen, kun je mijn poëzie lezen.” En ook de jury van de P.C. Hooftprijs, die hem deze dinsdagochtend uitriep tot de laureaat van het komende jaar, noemt de taal van Wijnbergs gedichten „loepzuiver”. Tegelijk is die taal „gevaarlijk”, vindt de jury: „Overal kan een val zijn uitgezet, waardoor wat net gelezen is opeens in een ander daglicht komt te staan.”

Nachoem Wijnberg (1961), die ook hoogleraar cultureel ondernemerschap en management aan de Universiteit van Amsterdam is, ontvangt de P.C. Hooftprijs 2018 op 24 mei. Aan de belangrijkste Nederlandse literaire oeuvreprijs, die eens in de drie jaar aan een dichter toevalt, is een geldbedrag van 60.000 euro verbonden. Dit jaar werd essayist Bas Heijne bekroond, de vorige dichter die de onderscheiding ontving was Anneke Brassinga in 2015.

Helder

Wijnberg geldt als een van de meest vooraanstaande én moeilijkste dichters van de hedendaagse Nederlandse literatuur – al spreekt hij dat laatste tegen. „Mijn gedichten zijn helder, makkelijk te lezen en beloven althans dat ze gaan over belangrijke zaken in ieders leven”, zei hij in een NRC-interview in 2009. Cruciaal is het verschil tussen helderheid en eenvoud: het eerste kenmerkt zijn gedichten bij uitstek, het tweede allerminst.

Nu al zeventien bundels lang – van zijn debuut De simulatie van de schepping (1989) tot aan zijn nieuwste Voor jou, van jou (2017) – schrijft hij poëzie die intensief lezen vereist en weinig cadeau geeft, en die critici soms doet aarzelen of het eigenlijk wel poëzie is. Poëtisch taalgebruik, lyriek, verzen, rijm, ritme, dat alles is hem vreemd: aan versiersels doet Wijnberg niet. „Behalve bangelijk ben ik zeer ongeduldig, dus woorden moeten zo snel mogelijk tot de kern komen”, zei hij in 2009.

Lees ook: Interview met Nachoem M. Wijnberg uit 2016: ‘Mijn gedichten gaan wél over de geldvoorraad!’

Zijn ‘moeilijke’ reputatie heeft hij te danken aan de complexiteit van zijn gedichten, die door de heldere taal meteen aan de oppervlakte komt te liggen. In het begin van zijn dichterschap schreef hij vooral over wat hem ontroerde, later werd literatuur een „kennisinstrument”, en zijn poëzie „een mooie manier om na te denken”. Dat wordt erkend: „Wijnberg lezen is een scherpzinnige manier van denken betreden”, zegt de jury van de P.C. Hooftprijs, die dit jaar bestond uit de dichters Remko Ekkers, Maria Barnas, Ellen Deckwitz en Anne Vegter en de hoogleraar Jos Joosten.

De gedichten van Wijnberg zijn abstraherende redeneringen, onderzoek is het belangrijkste kenmerk van zijn hecht geconstrueerde bundels, waarin gedichten elkaars betekenis spiegelen en hun uiteindelijke, meerduidige betekenis dus pas oprijst uit het geheel. Wijnberg ontving al verschillende prijzen, waaronder de VSB Poëzieprijs voor de bundel Het leven van (2008), die „Escheriaanse grammaticale bouwwerkjes” bevatte. Afgelopen jaar werd Wijnberg ook weer voor die prijs genomineerd, met zijn voorlaatste bundel Van groot belang (2015), een boekwerk van 250 bladzijden. Wijnberg herken je ook aan de gulle omvang van zowel zijn bundels als zijn gedichten.

Eigenzinnige onderwerpen

Hoe langer het gedicht, hoe meer houvast je als lezer hebt, geldt daarvoor. De gedichten in Van groot belang zijn veelal essayerende redeneringen op het snijvlak van filosofie en economie, duidelijk geworteld in de hedendaagse maatschappij. Zoals het gedicht ‘De rechtvaardige prijzen’, waarin de econoom Wijnberg onder meer dicht: „Als iemand van ver weg komt om je werk over te nemen omdat hij hier meer kan verdienen, hoeveel minder dan wat jij betaald zou krijgen voor dat werk zou jij nog rechtvaardig vinden?” Daar staat wat er staat, dus interpreteren is niet aan de orde. Scherp lezen en meedenken des te meer.

Dan helpt het als je over voorkennis beschikt van de joods-mystieke leer, de klassieke oudheid en de economie – Wijnberg dankt zijn eigenzinnige reputatie eraan dat hij als een van de weinige dichters schrijft over verkiezingen, geldvoorraad en rentevoet.

Wijnbergs nieuwste bundel Voor jou, van jou is juist weer persoonlijker en lichter van aard en toon: daar openbaart zich een veelkantig onderzoek naar herinnering en gewicht. Daar dicht hij wat een aansporing lijkt aan een dichter die niet op zijn lauweren rust: „Daarna word je enkel/ om wat zwaar is gevraagd/ en je hoopt dat je ondertussen/ - je kan niet zeggen hoe -/ beter zal worden in het lichte.”

Staat en markt

Als je de hoogste vertegenwoordiger
van de staat bent
loop je over de markt.

Waar te weinig verkocht wordt
koop je wat er nog ligt
voordat de groothandelaars
met een laag bod komen
als de dag bijna voorbij is.

Of je biedt leningen aan,
voor een rente die lager is
dan die die de banken vragen,
zodat de verkopers een dag langer kunnen wachten,
daar verdient de staat ook geld mee.

Je begint te verkopen
wat je van hen gekocht hebt
als de prijzen daarvan omhooggaan
alsof verwacht wordt
dat ze nog verder omhooggaan.

En als ze zelf nog hebben
wat ze voor die hogere prijzen kunnen verkopen
laat je ze hun leningen aflossen.

Vergeet niet, deel van je werk is
om angst en medelijden
uit elkaar te houden.

Uit: Van groot belang (2015)

Zwaar, licht

Je kan honderden voorbeelden geven
van wat gewicht is, maar je herinnert je
er maar één.

Wanneer je honderdtwintig
kilo weegt omdat je
tegen iemand op wilde lopen
die tegen je zegt: je kan niet altijd
zo zwaar zijn.

En dan nóg een: een kind
met elk van zijn handen
in een hand van een van zijn ouders
die hem samen optillen en laten schommelen
terwijl zij verder lopen.

Je maakt het lichte zwaar,
omdat je er niet goed in bent,
en niet van anderen wil leren.

Daarna word je enkel
om wat zwaar is gevraagd
en je hoopt dat je ondertussen
- je kan niet zeggen hoe -
beter zal worden in het lichte.

Uit: Voor jou, van jou (2017)

Niet als een vogel

In vrouwen zijn
kleinere vrouwen,
soms grotere vrouwen
en nog grotere vrouwen in die vrouwen.

De mannen
laten zien aan wie niet kan
door te doen alsof zij bijna niet kunnen:
tussen schaduwen stil zitten.

Zij laten zien aan wie kan vliegen,
niet als een vogel
maar als een vogel die uit een vogel
gehaald wordt en weer teruggezet.

Uit: Vogels (2001)

    • Thomas de Veen