Meer banen bij webwinkels, ICT’ers zeer gewild

Werkgelegenheid

Het aantal werknemers bij webwinkels nam in vijf jaar tijd aanzienlijk toe, blijkt uit onderzoek van het UWV. Goede ICT’ers zijn schaars.

Personeel bij webwinkels, zoals bol.com is relatief jong. Foto NIELS WENSTEDT/ANP

„Honderden nieuwe collega’s” heeft Coolblue nodig, „om ons te helpen om alle pakketjes weer op tijd bij onze klanten te bezorgen”. Begin deze maand stuurde de webwinkel een filmpje de wereld in: topman Pieter Zwart presenteert daarin een nieuwe ‘pakketjesmachine’ en roept tegen het eind haast en passant nog eens honderden werkzoekenden op zich bij het bedrijf te melden. Geen uitzondering in een sector die snel groeit, laat een nieuw onderzoek van uitkeringsinstantie UWV zien, Kansen in webwinkels.

Het aantal werknemers bij webwinkels groeit snel, van 38.000 in 2012 naar 62.000 werknemers in 2016. Dat zijn ongeveer 48.000 voltijdbanen. Niet bij meegeteld zijn daarbij banen van diensten die uitbesteed zijn, zoals (een deel van) de klantenservice en bezorging. Het daadwerkelijke aantal mensen dat door een webwinkel werkt heeft, ligt dus nog wel hoger.

Grote winkels spelen een aanzienlijke rol in die werkgelegenheid. Van de ruim 8 miljard die in 2016 bij webwinkels werd omgezet, was een kwart afkomstig van de drie grootste spelers, aldus het UWV: Bol.com, Coolblue en Wehkamp. De meeste webwinkels, Nederland telde er dit kwartaal tegen de 37.000, zijn eenmanszaken. Slechts een twintigtal heeft meer dan honderd man in dienst.

Voor het onderzoek van het UWV werden zes mensen uit de sector geïnterviewd, allen betrokken bij of verantwoordelijk voor personeelszaken. Vijf van hen werken voor een webwinkel: Bol.com, Coolblue, Wehkamp, Fonq en Picnic. Daarnaast werd ook nog met een manager van PostNL gesproken. Onderzoeker Freek Kalkhoven noemt het resultaat „een eerste inzicht in de sector”.

Webwinkels, blijkt daaruit, zijn haast twee verschillende bedrijven. Aan de ene kant is er het hoofdkantoor, goed voor 30 tot 40 procent van het personeel. Daar werken de dataspecialisten, de ICT’ers, de creatieven. Zij zijn hoogopgeleid, en „relatief vaak vast in dienst”. Dan is er nog het logistieke deel van de organisatie, goed voor 50 tot 60 procent van het personeel – het resterende percentage werkt in de klantenservice. Het logistieke personeel heeft gemiddeld genomen een lager opleidingsniveau, en werkt veelal in ploegendiensten en op onregelmatige tijden. Het werk wordt bepaald door piekmomenten, zoals de decembermaand; er werken vaker mensen op flexibele basis. Wat de twee takken gemeen hebben: het personeel is relatief jong, eind twintig tot begin dertig. Kalkhoven rept van een „jonge cultuur” bij webwinkels, één van „spijkerbroeken en pingpongtafels”.

In vergelijking met de rest van de detailhandel ligt het gevraagde opleidingsniveau hoger, constateert het UWV. In een eerder onderzoek becijferde de instantie dat in 2016 zeker 21.000 mensen uit de detailhandel hun baan verloren, mede door faillissementen in de winkelstraat. Vooral verkopers vinden niet gemakkelijk aansluiting bij webwinkels, bevestigen de bedrijven wederom in dit onderzoek.

Lees ook wat NRC eerder over dat onderzoek schreef: Meer banen in de detailhandel, maar minder in de winkelstraat

De bedrijven geven aan vooral een tekort aan hoogopgeleide ICT’ers te hebben. Daarvoor moeten ze nu veelal uitwijken naar het buitenland.