Mária (Alexandra Borbély) en Endre (Géza Morcsányi) ontdekken dat ze dezelfde dromen hebben in ‘On Body and Soul’.

‘Mannen zijn veel kwetsbaarder dan ze willen toegeven’

Ildikó Enyedi De Hongaarse regisseur levert met ‘On Body and Soul’ een betoverende film af, over twee vreemden die dezelfde dromen hebben over herten. „Nee, het is geen magisch realisme!”

Liefde in het abattoir, dat kan toch niet? Toch wandelt de filmpers in Berlijn betoverd uit het Hongaarse On Body and Soul. Een film over twee vreemden die elke nacht een gedeelde droom hebben, over herten in een winterbos: de oude, vereenzaamde slachthuisbaas Endre en de autistische vleesinspectrice Mária.

Een bizar gegeven, en een hoogtepunt van dit filmjaar. Op de Berlinale geeft Paul Verhoevens jury de 62-jarige Ildikó Enyedi de Gouden Beer, maar On Body and Soul wint bovendien de prijs van de filmpers, doorgaans bestemd voor weerbarstige arthouse. Dit is zo’n fabeldier: arthousefilm én crowdpleaser ineen.

Ildikó Enyedi, een kleine, bedeesd ogende vrouw met een meisjesachtige stem, weet nog niet van die prijzenregen wanneer ik haar spreek in hotel Hyatt. Wel dat On Body and Soul in de smaak valt, en dat beurt haar op na 18 jaar in de wildernis. Ooit, in 1989, maakte Enyedi in Cannes een droomdebuut: met My Twentieth Century won zij de Camera D’Or als beste debutant. Maar na een rits prima ontvangen films in de jaren negentig liep de motor vast.

„Het probleem was dat ik vijf projecten had die allemaal een positieve respons kregen”, zegt Enyedi. „Dus werkte ik aan alle vijf tegelijk. De financiering van de ene film klapte in elkaar, daarna die van de volgende. Een heel bittere tijd. Wat me heeft gered, is dat ik vijf jaar geleden voor HBO Europa ging werken aan de Hongaarse versie van In Treatment. Een soort schrijffabriek, maar HBO gaf mij alle ruimte en vrijheid en vijzelde zo mijn zelfvertrouwen weer op. En toen was er opeens geld voor On Body and Soul, dat ik al tien jaar geleden schreef.”

Mensen die van herten dromen: dat riekt naar magisch realisme.

„Alstublieft, niet magisch realisme! Dat suggereert psychologische symboliek, terwijl het gewoon met een speels idee begon: twee mensen ontdekken dat ze hetzelfde dromen. Net zo’n plotpunt als: twee onbekenden staan in de lift, de stroom valt uit, wat nu? Die gezamenlijke dromen scheppen een intrigerende situatie die twee vreemden uit hun comfort zone dwingt. Dat is riskant voor ze, en door hun aarzeling – stapje vooruit, stapje terug – leer je ze kennen.”

Koos u voor herten in een winterbos als metafoor of om de emotionele associaties: kil, eenzaam, schichtig?

„Om dat laatste. Ik wilde een heel elementair verhaal vertellen, dus was ik best huiverig over die herten. Ze zijn prachtig, maar ook een cultureel cliché: het heilige hert met een kruis in zijn gewei. De herten filmde ik met behulp van een dierencoördinator die een hele roedel heeft. Vijf herten waren getraind om te acteren, maar ik wilde beslist Goliath, een groot, oud hert met enorm charisma. Het was anderhalf jaar werk om Goliath te laten wennen aan een crew met camera.”

Hert Goliath was ongetraind, de acteur die over hem droomt is ook een amateur. Dat was vast geen toeval.

„Jawel, dat kwam gewoon zo uit. Ik ken Géza Morcsányi al heel lang, hij is de directeur van LÍRA Könyv Inc., de grootste uitgeverij van Hongarije. Ik was altijd al onder de indruk van zijn persoonlijkheid. Tijdens de opnames beurde ik Géza soms op door te zeggen: je bent de Hongaarse Clint Eastwood, zo’n stille, grote man met innerlijke kracht, autoriteit en integriteit. Mijn inspiratie was Gran Torino, Endre draagt net zulke kleding als Eastwood in die film.”

Gebrek aan acteertraining kan een voordeel zijn?

„Ja. Géza’s performance is zo sterk omdat het geen performance is. Hij doet wat hij in zo’n situatie zelf zou doen. Hij vond het lastig, ik denk dat dit meteen zijn laatste rol is. Alexandra Borbély, die Mária speelt, geeft juist wel een geweldige performance.”

Waarom situeert u deze romance in een abattoir?

„Ik kon geen beter contrast bedenken met die herten. Zie die arme koeien: te zwaar, traag, vuil, met doffe blik op weg naar het einde. En dan die herten: alert, snel, sierlijk. Dat raakt de kern van de film.

„Als je zo’n slachthuis ziet, met al die machinerie en complexe regels, voelt dat als een perfect model voor hoe wij omgaan met de heiligste momenten in ons leven. Ik zag mijn vader sterven in een ziekenhuis met slangen in zijn lijf, tussen latex handschoenen en desinfecterende middelen. Zo worden wij ook geboren. Dat is niet wreed of inhumaan: in een modern slachthuis is het lijden van de koeien minimaal. Maar het grote geheel raakt wel zoek in zo’n ethisch uitgebalanceerd, strak georganiseerd proces.”

Slachthuisbaas Endre vindt dat je empathie voor koeien moet hebben, anders hou je het werk niet vol. Moet je ze niet juist objectiveren?

„Integendeel, dat leerde ik van een slachter. Objectivering is een manier om jezelf emotioneel af te schermen van andermans leed. Maar die onthechting werkt wreedheid in de hand. Normale mensen gaan zich verknipt gedragen om zichzelf wijs te maken dat ze hun slachtoffers echt als een ding zien. Mishandelen, martelen. Maar dan keren die slachtoffers in hun dromen terug. Vergis u niet, slachtwerk is emotioneel zwaar.”

Lees hier de recensie van ‘On Body and Soul’

Geza is ruim dertig jaar ouder dan Mária, waarom?

„Dat is het Gran Torino-idee, de laatste kans van een oudere man. Zo’n man die beseft dat zijn krachten slinken en jongere mannen zijn autoriteit ondergraven. Die denkt dat zijn sociale leven erop zit en die leeft in een miserabele comfort zone van werk, televisie en fastfood. Mannen zijn zoveel kwetsbaarder dan ze willen toegeven. Eén teleurstelling en ze trekken zich terug in hun grot. God, je wilt ze knuffelen: je bent mooi, je bent goed, wees toch niet zo bang.”

Mária is autistisch, zij weet niet hoe dat moet, liefde…

On Body and Soul gaat niet over autisme hoor. Mária is gewoon een mens, een ander heeft bruin haar. Ik ken haar wel heel goed. Zelf was ik als kind onhandig, stil en verlegen. Film heeft me gered: als ik film weet ik exact wat ik wil en hoe ik me moet gedragen.

„Volgens mij wordt de wereld wel steeds moeilijker voor autisten. De sociale communicatie is zo relaxed. Vroeger waren de codes helder: rol, gedrag, kleding. Nu is alles informeel, en dat eist een veel scherper oog voor kleine sociale distincties. Een jurk die in de ene wijk hip is, maakt je een wijk verderop tot weirdo. Verkeerde lipstick en je ligt eruit. Ik mis dagelijks nog steeds allerlei hints. Maar ja, ik lijk ook op Mária.”

    • Coen van Zwol