Column

Hoe Rutte III kans voor open doel gaat missen

Henk Kamp kende de scepsis. Een VVD’er als minister van Sociale Zaken? Dus reed hij kort na zijn beëdiging eind oktober 2010 naar Amsterdam om voorzitter Agnes Jongerius van vakbond FNV te spreken. Het ministerie van Sociale Zaken was altijd geleid door ministers van PvdA of CDA. Partijen die het sociaal-economisch overleg zien als hoeksteen van de samenleving. De VVD niet.

Kamp gaf Jongerius een zonnebril, maatje XXXL. Om de toekomst wat rooskleuriger te bekijken. Hét onderwerp die dag: de toekomst van de pensioenen en de AOW-leeftijd.

Zeven jaar na die ‘pensioentop’ zoeken werkgevers en vakbonden nog steeds naar het ei van Columbus. Zij zullen het nooit vinden. Want het ideale én haalbare pensioenstelsel bestaat niet. Pensioen is, net als andere arbeidsvoorwaarden, de uitkomst van onderhandelingen van werkgevers en vakbonden. Daar staan de bonden zwakker dan ooit. Maar juist daarom zullen zij harder vechten. De strijd gaat over de verdeling van de lasten én over de vraag wie voor de risico’s opdraait. Die risico’s zijn talrijk. De ultralage rente. De beurs. De stijgende levensverwachting.

D66 houdt, net als de VVD, niet van het overleg van bonden en bazen in achterkamertjes. Stelde minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) daarom meteen een ultimatum? Hij wil over enkele maanden een akkoord. Daarmee nam hij een serieus risico: de sociale partners worden narrig van politieke betutteling in hun pensioendomein.

Lees ook de column van Marike Stellinga: Zeg kabinet, nog even over die AOW-leeftijd

De bestaande collectieve pensioenen zijn al jaren bevroren. De nieuwe plannen behelzen geïndividualiseerde regelingen. Dat spreekt D66 en VVD aan. Een eigen koektrommeltje klinkt huiselijk, maar kan dat pensioenpotje in zijn eentje die inflatie- en renterisico’s doorstaan? Of heb je dan toch een sterk collectief vangnet nodig? Dan ben je bij wat er nu is.

De vakbonden zijn sceptisch. Zij horen leden klagen over langer werken omdat de AOW-leeftijd door achtereenvolgende kabinetten is verhoogd. Vanaf 2022 krijgt die verhoging een extra impuls. Ook onder werkgevers én bij het CPB groeit twijfel. Een deel van de werkgevers weet zich, al jaren, geen raad met ouderen op de werkvloer.

Het ‘ultimatum’ van Koolmees sorteert wel effect. De FNV legt haar kaarten op tafel. De vakbond koppelt de onderhandelingen over die pensioenen aan de AOW-leeftijd. Zien de ministers de kans voor open doel die zich hier aandient? Of kijken zij achteruit?

Koolmees en Carola Schouten (ChristenUnie, nu minister van Landbouw) steunden in 2012 vanuit de ‘constructieve oppositie’ de eerste verhoging van de AOW-leeftijd. Dat moest de begroting redden. De extra verhoging na 2022 kreeg in de Eerste Kamer het fiat van oppositiepartij CDA. Woordvoerder: Wopke Hoekstra, nu minister van Financiën. Mark Rutte leidde de kabinetten met deze verhogingen.

Met het (deels) terugnemen van de verhoging van de AOW-leeftijd slaat Rutte III de oppositie (SP, 50Plus, PVV) een machtig wapen uit handen. Het kabinet kan tegelijkertijd mensen financieel extra stimuleren om vrijwillig wél door te werken. Een akkoord met de bonden schept tevens een vertrouwensbasis om politiek zaken te doen bij de ambities op de arbeidsmarkt, zzp’ers en sociale zekerheid.

Wat weerhoudt het kabinet? Ministers moeten afstand nemen van hun fixatie op het begrotingstekort op lange termijn. Over je eigen schaduw heen springen heet dat. Mooi advies - aan anderen. In een coalitie met één stem meerderheid zie ik die flexibiliteit niet. Er zit in Rutte III meer politiek kapitaal in tekortreductie dan in sociaal overleg.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.