Het is een grote opportunist en het vliegt

Vogels

De grote zilverreiger is niet langer een zeldzaamheid, schrijft
foto Geert de Vries

Het is een ooievaar. Een zwaan. Nee, toch niet. Deze vogel is veel ranker, heeft iets Aziatisch. Staat te rechtop. Maar wat is het dan? Hij staat aan de waterkant, half in het riet, alsof hij wacht op vis. Als een reiger. Een witte reiger? Bestaat er zoiets?

Twintig jaar geleden was een grote zilverreiger een zeldzaamheid in Nederland. Als hij werd gezien, was dat meestal in natuurgebieden, zoals de Oostvaardersplassen, de Biesbosch of in de drassige weilanden rond het Naardermeer. Rond de eeuwwisseling werden in heel Nederland tien broedparen geteld.

Nu zie je er, bijvoorbeeld tijdens een willekeurige treinrit door de Randstad, tientallen. Als ze niet wegvallen tegen de sneeuw. In de sloot, aan de rand van poeltjes, midden in de weilanden. De grote zilverreiger is bijna gewoner dan de aalscholver, die andere vogel die hier ooit een zeldzaamheid was.

Hij voedt zich met vis, kikkers, muizen en incidenteel een mol. Natuurlijke vijanden heeft hij nauwelijks: eigenlijk alleen de vos.

„Na de zeearend is de grote zilverreiger de snelst toenemende wintergast in Nederland”, zegt Albert de Jong van Sovon Vogelonderzoek Nederland. De afgelopen tien jaar groeide de populatie jaarlijks gemiddeld met 16 procent. Deze oktober werd een record van 7.100 exemplaren geteld. De tellingen werden uitgevoerd bij hun slaapplaatsen. Dat is wel zo makkelijk, want als de schemering valt, zoeken de dieren elkaar op om de nacht veilig in een boom of hoge struik door te brengen.

De Jong verklaart het succes van de grote zilverreiger uit zijn opportunistische karakter. Het dier wijzigt zijn plan van dag tot dag. Toen hier in de winter van 2014-’15 sprake was van een veldmuizenplaag, maakte de populatie een stormachtige groei door. Als de winter ineens toch koud wordt, vertrekt de zilverreiger alsnog naar het zuiden (hij komt hier vooral uit Oost-Europa). Heel anders dan de veel halstarriger blauwe reiger. Als die eind augustus besluit te blijven, komt hij daar niet meer op terug. „Met alle risico’s van dien”, zegt De Jonge. Enkele koudere winters vanaf 2008 en 2009 zorgden voor een flinke daling in de aantallen. Want: blauwe reigers overwinteren in open polderlandschap, waarin slootjes snel dichtvriezen en hun voedsel onbereikbaar wordt.

Vermoedelijk komt het aantal grote zilverreigers deze winter op 9.000-10.000 uit. Dat is altijd nog een stuk minder dan de geschatte winteraantallen blauwe reigers, ongeveer 17.000 De verhouding is in de winter dus nog altijd (ruim) 1 op 2.

Niet alleen de aantallen, maar ook het gedrag van de grote zilverreiger verandert, ziet vogelkenner John van der Woude. „Ik heb sterk de indruk dat de zilverreigers de laatste paar jaar minder schuw zijn in de winter. Ze foerageren dichter bij de wegen en vliegen minder snel op. Alsof ze leren van de blauwe reiger, dus ook in dit opzicht opportunistisch zijn.”

Hoewel grote zilverreigers soms al aan de randen van de steden worden gezien, hebben ze de stap naar stadscentra met al hun viskraampjes als voedselbron nog niet gezet.

    • Merel Thie