Opinie

Een raadslid heeft geen sociaal leven

Een raadslidmaatschap combineren met een baan is schier onmogelijk, aldus .

Het atrium van het stadhuis in Den Haag. Foto: ANP XTRA / Sash Alexander

‘Raadsleden gaan bijna ten onder’, kopte NRC maandag naar aanleiding van een onderzoek door het Sociaal en Cultureel Planbureau naar de tijdsbesteding van raadsleden. Ik appte het artikel meteen door naar vrienden en familie, onder het motto: dan horen jullie het ook eens van een ander. Ik ben namelijk een van die raadsleden die het vaak (te) druk heeft met het combineren van een baan en volksvertegenwoordiger zijn. ‘Maak dan scherpe keuzes’, zou je zeggen. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan.

Het raadslidmaatschap is een nevenfunctie waar een vergoeding tegenover staat. De hoogte van die vergoeding verschilt per gemeente. Veel raadsleden hebben een baan naast het raadslidmaatschap, maar die combinatie is allesbehalve eenvoudig. De tijdsbesteding en werkdruk staan vaak niet in verhouding tot de vergoeding die ervoor staat. Je kunt je verantwoordelijkheden als raadslid niet even ‘aan’ of ‘uit’ zetten. Ook als je achter je andere bureau zit, blijft de telefoon gewoon gaan, de actualiteit dendert door. En andersom geldt hetzelfde: als raadslid ben je vaak al minder beschikbaar op je werk en wil je niet de moeilijkste zijn als een collega of je baas je buiten werktijd wat vraagt. Het gevolg: vrije tijd – en vooral: ongestoorde – bestaat niet meer. Je zit in tientallen nuttige maar afleidende appgroepjes en ook de sociale verplichtingen zijn als werkend raadslid dubbelop. En dus doe je ze deels, half, of soms maar niet. Dat vergt continu jongleren, met bijbehorende stress en regelmatig een flinke dosis schuldgevoel.

Een raadslid moet in de samenleving staan, maar heeft daarvoor geen tijd

Dat raadsleden midden in de samenleving moeten staan, wordt als argument genoemd om het een parttime functie te houden. Maar in werkelijkheid zitten veel raadsleden óf op het stadhuis óf op hun werk. Want een debat in de raad kun je niet laten schieten. Een uitnodiging om de stad in te gaan voor een werkbezoek sla je makkelijker af. Terwijl je daar de ogen en oren bent die je wilt zijn. Zelf ben ik gemiddeld één keer per week ergens op bezoek, wat maar een klein deel is van alle dingen die ik zou willen doen. Tuurlijk, het dwingt je om scherpe keuzes te maken, maar daardoor valt er vaak iets van de wagen dat je eigenlijk wel had willen doen. Had móeten doen.

Lees ook: Om voldoende kandidaten op de lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen te krijgen, stoppen partijen meer energie in werving. Een rondgang langs 35 gemeenten. Na een praatje bij een borrel sta je al op de lijst.

Daarnaast is de controlerende functie van de raad er niet minder op geworden. Er wordt steeds meer verwacht van de lokale politiek. Of je daar nu voor- of tegenstander van bent, als raadslid heb je geen keus. De zorg, sociale zekerheid en de jeugdhulp zijn voor een groot deel op het bord van de gemeenten terecht gekomen. Terwijl het bord van een raadslid al tjokvol ligt. In Den Haag bijvoorbeeld, een stad met ruim een half miljoen inwoners en een begroting van 2,5 miljard euro, is aan 45 raadsleden de schone taak het beleid te controleren en al die Hagenaars en Hagenezen te vertegenwoordigen. Het is de vraag of je dat er even naast kunt doen. Het beperkt niet alleen je sociale leven, maar ook de mogelijkheden op een nieuwe functie of een andere baan, niet elke baas is even flexibel en lang niet elke functie is parttime beschikbaar.

Een aantal raadsleden uit de Haagse raad stopt dan ook na deze periode. Voor hen was een baan, een gezin en het raadslidmaatschap niet meer te combineren. Relevante ervaring gaat daarmee verloren. De Haagse raad wordt hierdoor steeds jonger: energieke twintigers en dertigers durven het nog aan. Maar een representatieve volksvertegenwoordiging is het steeds minder. Wil je ervoor zorgen dat er voldoende goede mensen dit waardevolle vak kunnen doen, dan moet je het linksom of rechtsom aantrekkelijker maken. Zodat alle geschikte mensen zich willen kandideren en niet alleen degenen die de dubbele werkdruk aankunnen of het financieel anders (kunnen) oplossen.