Bouwen aan een universum

Achtergrond De Star Wars-serie is aan zijn achtste film toe. En er volgen er nog meer. Filmstudio’s zetten alles op alles om lucratieve filmuniversums te creëren. Tot nu toe is alleen Disney, met dochters Marvel en Lucasfilm, echt succesvol.

Star Wars: een van de succesvolste filmuniversums.

Met The Last Jedi, deel acht van de Star Wars-serie, komt het eind van het eerste vijfjarenplan van Lucasfilm in zicht. In mei volgt nog een spin-off film, in 2019 deel negen. Dan moet het volgende vijfjarenplan zo’n beetje zijn uitgedokterd.

Fases, plannen: filmstudio Disney bouwt zijn filmuniversum, of ‘mega-franchise’, met onverbiddelijke, haast communistische planmatigheid uit. Naar voorbeeld van superheldenfabriek Marvel, die Disney in 2009 opkocht, drie jaar voor Lucasfilm.

Marvelhoofd Kevin Feige kreeg ooit het lumineuze idee superhelden van het tweede garnituur – Thor, Iron Man, Captain America – elk via een eigen film te introduceren. Die films hebben de chronologie van een tv-serie. Waarna de helden in teamverband de wereld redden, wat dan een groot evenement werd. Het bleek een enorm succes: de eerste ensemblefilm The Avengers werd in 2012 met ruim 2 miljard dollar recette een megahit. Waarna een nieuwe cyclus van solofilms en teamfilms volgde.

Zo’n filmuniversum eist discipline: alle films moeten passen in een tijdlijn, canon en visuele stijl. De macht ligt daarom bij een ‘show runner’ die toeziet op continuïteit, en niet bij de regisseur. Zoals bij tv-series. En tot dusver werkt die aanpak alleen goed bij Disney: die kopieerde het succes van dochter Marvel naar zijn jongste dochter, Lucasfilm.

Star Wars heeft een grote, extreem loyale fanclub, zelfs na de ontgoochelende, in digitale overdaad gesmoorde filmtrilogie van geestelijk vader George Lucas van 1999-2005. Regisseur J.J. Abrams, een specialist in dit soort ‘reboots’, ving in 2015 in Star Wars: The Force Awakens iets van de magie van het origineel, A New Hope uit 1977. Sindsdien heeft producent Kathleen Kennedy als ‘show runner’ de touwtjes stevig in handen: zij selecteert jonge, talentvolle en hopelijk plooibare regisseurs.

Lees ook onze recensie van Star Wars: The Last Jedi, een waardig vervolg dat sluw met de verwachtingen van fans speelt

Bij Star Wars volgt niet elke film op de vorige: behalve grote trilogieën – regisseur Rian Johnson schrijft al aan de volgende – zijn er kleinere ‘stand alone’-films met als subtitel ‘A Star Wars Story’. Die spelen zich af in het rijke verleden van Star Wars en staan enige variatie in toon en stijl toe.

In 2016 stal in Rogue One een groep vrijbuiters de blauwdruk van de planeten verwoestende Death Star, die al in 1977 werd opgeblazen door Luke Skywalker. Het bleek een zelfmoordmissie: alle helden sneuvelden. Die zware toon viel bij de fans in smaak, al moest de jonge regisseur Gareth Edwards in de montage al te scherpe randjes wegvijlen. Zo leek het Keizerrijk in Rogue One wel erg op de VS in Irak, met rebel Saw Gerrera als jihadist.

De tweede ‘stand alone’-film, gepland voor mei 2018, heeft iets grotere problemen. Solo: A Star Wars Story gaat over de jeugdjaren van Han Solo, de vrijbuiter en smokkelaar die werd vertolkt door Harrison Ford. Een schelmenfilm met lichte toets.

In juni vertrokken de duoregisseurs Philip Lord en Christopher Miller halverwege de opnames; veteraan Ron Howard maakt hun film af. ‘Creatieve meningsverschillen’ heet dat. Het duo, bekend van de komedies The Lego Movie en 21 Jump Street, stuurde aan op parodie, moedigde improvisatie aan en week steeds verder af van script, canon en tijdlijn, zo heet het.

Al te veel humor detoneert met de gedragen toon, het dna, van Star Wars. Het duo mocht dus vertrekken en acteur Alden Ehrenreich, die de jonge Han Solo speelt, kreeg een ‘acteercoach’ – wellicht had hij de kant van de regisseurs gekozen. Filmen in commissie: het is best lastig.

Marvel’s Cinematic Universe

Striphuis Marvel, sinds 2009 een dochter van Disney, groeide in de 21ste eeuw uit van failliet striphuis tot toonaangevende filmstudio. Aanvankelijk door filmrechten op zijn populairste superhelden te verkopen met behoud van de merchandising: Spider-Man ging naar Sony, de X-Men gingen naar Fox. Maar eenmaal uit de rode cijfers door het succes van Spider-Man en de X-Men, verzon Marvel-topman Kevin Feige een plan om zijn resterende, vrij obscure superhelden filmisch uit te baten.

Net als in de strips delen de films een geschiedenis en canon. Superhelden treden afwisselend in solo- en teamfilms op, die op elkaar volgen als een tv-serie. Het leverde een groeiende schare fans op: de films over Iron Man, Thor en Captain America werkten als vliegwiel voor het megasucces van The Avengers in 2012. Sindsdien dijt Marvels filmuniversum uit met drie speelfilms per jaar met recettes van 800 miljoen tot 1,5 miljard dollar. Helden worden regelmatig ververst: zo zijn er nu The Guardians of the Galaxy, Doctor Strange, Ant-Man, en in februari 2018 een vrijwel volledig zwarte superheldenfilm, Black Panther. Expansie is er ook op ‘straatniveau’: superhelden die niet de wereld, maar hun stad redden. Marvel produceert tv-series voor ABC (3), Netflix (6) en Hulu (1).

Dat wil elke filmstudio, maar de discipline die Marvel herkenbaar maakt – lichte toon, helle kleuren – blijkt lastiger op te brengen. Ooit is het publiek zijn superhelden beu, maar voorlopig blijft Marvel onstuitbaar. Zo werd rivaal Sony onlangs tot een knieval gedwongen: zijn superheld Spider-Man keerde terug naar Marvel om rendabel te blijven.

DC Extended Universe

Na het succes van Marvel wilde studio Warner Bros in 2012 een eigen, liefst net zo lucratief ‘filmuniversum’ rond Superman, Batman en de superheldenstal van striphuis DC Comics. Supermanfilm Man of Steel (2013), met de optimistische alien Clark Kent als een broeiende loner, bleek de aftrap.

Dat ‘DC Extended Universe’ staat inmiddels op punt van imploderen. ‘Show runner’ Zack Snyder, liefhebber van plechtige bombast, zette Marvels aanpak op zijn kop: eerst een grote teamfilm, daarna pas solofilms. Daardoor maakten nieuwe superhelden – Wonder Woman, Aquaman – patsboem hun debuut in Batman v Superman, een chaotische film die de kassa alleen liet rinkelen vanwege de naamsbekendheid. Maar vervolg Justice League scoort momenteel ondermaats.

Wonder Woman was dit jaar een feministische surprisehit; die speelde zich in de Eerste Wereldoorlog af, los van de tijdlijn van het DC Exended Universe. Door dat succes valt Warner Bros waarschijnlijk terug op de traditionele aanpak van losse superheldenfilms. Uitbouw van een filmuniversum eist gewoon te veel geduld, planning, teamwerk en discipline.

Momenteel zijn er in de vakpers geruchten over The Batman, gesitueerd in Gotham anno 1980, maar zonder acteur Ben Affleck, die zich slecht thuis voelt in vleermuispak. En ook van een ‘origin story’ over The Joker, Batmans aartsvijand, met Leonardo DiCaprio, Martin Scorsese en een ‘Taxi Driver-achtige vibe’. Proefballonnetjes wellicht, maar ook een indicatie dat het geloof in DC’s kwakkelend filmuniversum wegsijpelt.

Monsterverse

Vanaf de jaren vijftig liet studio Toho reuzenmonsters – Daikaiju – tekeergaan in Japan: Godzilla, Mothra, Rodan, King Godhira. In 2014 kocht filmstudio Legendary Entertainment, nu onderdeel van de Chinese Wanda Group, de rechten met als doel een ‘Monsterverse’ waarin deze apocalyptische hooligans het tegen elkaar en staatsorgaan Monarch opnemen.

Debuutfilm Godzilla (2014) bleek een bescheiden hit, maar niet de gehoopte ‘big bang’. Net zomin als Kong: Skull Island (2016) , waarin de reuzenaap het formaat van een torenflat had. De hoop is nu gevestigd op Godzilla: King of Monsters (2019) en Godzilla vs. Kong (2020); wellicht wordt de in Azië populaire serie Pacific Rim – megarobots versus reuzenreptielen – ook in Legendary’s ‘filmische ecosysteem’ gevouwen. Want destructie blijft populair, en veel kleine hitjes leiden mogelijk tot iets groots.

Dark Universe

Ook filmstudio Universal hoopt sinds 2012 op een ‘megafranchise’: het ‘Dark Universe’. Dat leunt op Universals klassieke filmmonsters uit de jaren dertig: Dracula, Frankenstein, The Wolfman, The Mummy. Moderniseer ze apart met een ‘origin story’ en laat ze dan op elkaar los, zo was het idee: Dracula vs Frankenstein. Helaas: een soortgelijke ‘monster mash’ degradeerde de filmmonsters al in de jaren vijftig tot komische clichés, en eng willen ze nu niet meer worden: na The Wolfman (2010) en Dracula Untold (2014) werd ook The Mummy (2017) een fiasco. Een remake van Bride of Frankenstein is op de lange baan geschoven: het Dark Universe blijkt een zwart gat voor filmbudgetten.