‘Mijn passie is geweest mensen perfect te laten schaatsen’

Leen Pfrommer Oud-schaatscoach Successen van Ard Schenk tot Marianne Timmer, en nog altijd volgt Leen Pfrommer (82) het schaatsen op de voet. „De KNSB geeft mij een vervelend gevoel.”

Leen Pfrommer: „Mijn vrouw wordt er weleens gek van als ik roep dat Svens linkerschouder verder naar voren moet.” Foto Bram Petraeus

De sneeuwschuiver gaat voor even aan de kant, want over schaatsen raakt Leen Pfrommer nooit uitgepraat. „Geweldig”, klinkt het maandagochtend enthousiast door de telefoon over het kersverse wereldrecord dat Ted-Jan Bloemen de avond ervoor heeft gereden in Salt Lake City. „Ik heb zijn race niet gezien, het was zo laat. Maar na het sneeuwruimen ga ik het direct terugkijken. 6.01,86 wat een tijd! Straks gaan we onder de zes minuten, ongelofelijk. Kramer zal het zeker een keer proberen. Maar of het lukt? Ik zie Sven geen drie keer goud winnen op de Spelen. Bloemen is een concurrent, zijn coach Bart Schouten een prima vent.”

Woensdag wordt een boek gepresenteerd over de schaatscoach, 82 jaar maar nog altijd actief op het ijs. Leen Pfrommer, schaatscoach heet het. Een foto met karakteristieke ijsmuts op de voorkant, prachtige verhalen uit de glorietijd binnenin. Van de kernploeg met ‘Ard & Keessie’ tot Jong Oranje met Jan Bos en Marianne Timmer. „Ik had geen zin in een biografie”, zegt de voormalig beroepsmilitair en sportdocent op de KMA thuis in Ermelo. Maar toen zijn oud-leerling Gijs Hiltermann zich meldde met een verhaal over zijn carrière werkte hij mee. „Op voorwaarde dat ik ook mijn commentaar mocht geven.”

Om commentaar zit Pfrommer nog altijd niet verlegen, bijna 37 jaar na zijn onvergetelijke uitroep ‘Hilbert, jongen, je moet doorrijden’ voor de NOS-microfoon, toen Van der Duim een rondje te weinig reed bij het WK in Oslo. „Terecht dat de Russen worden geschorst door het IOC”, klinkt het onverbiddelijk. Nederlandse topschaatsers als Sven Kramer of Ireen Wüst, die de wereldbeker in Salt Lake City oversloegen om te trainen in zonnige oorden? „Dat kun je niet maken! De KNSB moet ze verplichten om te rijden. Maar daar is de bond te laf voor. Andere landen klagen terecht over competitievervalsing.”

Het schaatsen volgt hij op de voet, maar de coach van talloze kampioenen komt niet meer bij de grote wedstrijden in Thialf. „Bij het OKT ben ik er straks ook niet bij. Ik ga niet in de rij staan om een kaartje te kopen.” Tot 2013 had hij vrijkaarten na bemoeienis van oud-sponsor Aegon. „Toen kreeg ik bericht van de KNSB dat alleen ereleden nog vrijkaarten krijgen. Aan Leen Pfrommer hebben ze geen boodschap meer. Nou, dan kijk ik thuis, voor de tv.”

Kennersoog

Pfrommers kennersoog is onverminderd kritisch. „Mijn passie is altijd geweest om mensen perfect te laten schaatsen.” Hij ziet alles. „Mijn vrouw wordt er weleens gek van als ik roep dat Svens linkerschouder wat verder naar voren moet.” De huidige problemen van Ireen Wüst? „Technisch loopt het niet en dat werkt mentaal door. Je ziet bij haar zo of ze vrolijk of vechtend over het ijs gaat.” Jorrit Bergsma? „Die zit met zichzelf in de knoop en zijn coach Jillert Anema kan hem blijkbaar ook niet helpen.”

„Leen Pfrommer is duidelijk medebepalend geweest voor mijn succes”, stelt drievoudig olympisch kampioen Ard Schenk in het boek. „Ard was de grootste van allemaal”, reageert zijn oud-coach. „Als hij niet was gevallen op de 500 meter had hij in Sapporo vier keer goud gepakt.” Technisch vindt hij Kramer een van de besten. „Al zou zijn coach Jac Orie technisch nog iets strenger mogen zijn. Zolang mogelijk recht op je schaats staan, dan ga je het hardst. Die glijfase is allesbepalend. Jan Bos was technisch goed, Falko Zandstra ook. Van die dunne beentjes en dan kaarsrecht naar voren schieten.”

Successen genoeg met de 110 tot 115 schaatsers die hij in dertig jaar onder zijn hoede had. Maar ook tragiek. Hans van Helden, die ploeggenoot Jan de Vries zomaar invalide trapte bij een partijtje voetbal. Renske Vellinga, die verongelukte in Jong Oranje. „Ik ben twee keer naar haar ouders geweest. Alles stond op haar kamer nog precies zoals het was. Haar schaatsen, een krans van het NK. Ik kon daar niet tegen. Daarna ben ik er niet meer geweest. Ik kan best begrijpen dat die mensen me dat verweten. Maar ik kon het niet.”

Lees ook: Bloemen pakt Kramer ook zijn andere wereldrecord af.

Hij staat nog altijd op het ijs

Ondanks het verdriet was Jong Oranje, van 1984 tot 1995, achteraf de mooiste tijd. Streng doch rechtvaardig hield hij de talenten in het gareel, vele wereldtitels volgden. Met dank ook aan zijn vrouw Ietje, die op trainingskamp vaak meeging. „Ze kookte voor de hele club, hield de reinheid en netheid op de kamers in de gaten. Zo hebben we tienduizenden guldens voor de bond uitgespaard en een instituut gemaakt van Jong Oranje. Daarom houd ik een vervelend gevoel over de KNSB. Maar het was een prachtige tijd.”

Nog altijd staat coach Pfrommer in Dronten op het ijs met een groepje schaatsers. „Ik werd gevraagd door mijn huisarts en een stelletje vrienden van hem. Schaatsles geven vanuit de basis. We doen conditietraining in de zomer, twee keer per week op het ijs in de winter, elke vijf weken test. Nu rijden ze toch rondjes van 45 seconden, en een groepje is van 41 naar 33, 34 gegaan. Ja, ik vind het leuk om bezig te zijn. Maar ze moeten wel progressie maken.”

Eelco en Gijs Hiltermann: Leen Pfrommer, schaatscoach. H&G Uitgeverij, 152 blz. €16,50. ISBN 978-90-824440-5-6.
    • Maarten Scholten