Te lang geen oog voor misbruik in sport

Seksueel misbruik

Dinsdag presenteert een commissie haar onderzoek naar misbruik in de sport. De pijn bij misbruikte sporters zit diep.

Foto Robin Utrecht

Haar judoleraar wilde weten hoe haar borsten eruitzagen. En of zij ooit een stijve piemel had gezien. Het zestienjarige meisje was zó verbouwereerd dat zij geen antwoord gaf, vertelde zij dertien jaar later aan de politie. Maar ze durfde B. niet tegen te spreken. „Voor ik er erg in had, stond hij voor me met zijn stijve lul.”

Na jaren van juridische strijd werd judoleraar B. afgelopen zomer door de Hoge Raad schuldig bevonden aan seksueel misbruik. Zijn straf – drie jaar cel – bleef gehandhaafd. Het vonnis is uitzonderlijk: ontucht- en misbruikzaken in de sport leiden maar in een paar procent van de gevallen tot een rechterlijke veroordeling.

Dat merkte ook de door oud-minister Klaas de Vries geleide onderzoekscommissie Seksuele intimidatie en misbruik in de sport, die komende dinsdag haar bevindingen presenteert. Uit de reacties van slachtoffers maakt de commissie op dat seksueel misbruik moeilijk te bewijzen is, zeker als er geen getuigen zijn.

Het rapport, dat volgens de commissie niet zo lijvig is als het onderzoek naar misbruik in de Katholieke Kerk uit 2011, markeert het einde van een periode waarin zich een pijnlijke waarheid opdrong: te lang heeft de samenleving weggekeken van het wijdverbreide verschijnsel van seksuele intimidatie en misbruik in alle takken van sport.

Storm van verontwaardiging

Dat wegkijken gebeurde niet altijd met opzet, maar gebleken is wel dat het openbaren van misbruikverhalen noodzakelijk is om de aard en omvang van het probleem te bepalen en het bewustzijn erover te vergroten. Dat proces kwam pas eind vorig jaar op gang, toen de Engelse oud-profvoetballer Andy Woodward een onthullend interview aan The Guardian gaf. Daarin vertelde hij meer dan honderd keer te zijn verkracht door zijn oud-jeugdtrainer en daar suïcidale gedachten aan te hebben overgehouden.

Het leidde tot een wereldwijde storm van verontwaardiging en publiciteit. Nadat ook een aantal Nederlandse sporters zich had uitgesproken, kondigde sportkoepel NOC*NSF een onderzoek aan.

De pijn over het misbruik zit diep, blijkt uit de tientallen reacties van oud-sporters op een oproep van NRC om hun verhaal te doen. De vrouwen en mannen die NRC schreven over hun ervaringen, hadden soms vijftig jaar later nog last van wat hun was overkomen. De fanatieke atletiektrainer die terugkijkend te betrokken was, de zwemtrainer die de spieren van zijn sporters in naakte toestand wenste te inspecteren: de brievenschrijvers gruwen er nog van. En toch ondernamen ze meestal geen actie. Uit schuldgevoel en uit schaamte. Sommigen zochten psychische hulp, maar die had niet altijd het gewenste effect. „Het is geen gebroken been, hè”, aldus een van hen.

Slachtoffers in dit dossier zijn altijd misbruikte sporters. Maar misbruikte sporters zijn niet altijd slachtoffers. Sommigen beschouwen het grensoverschrijdende gedrag van hun coach als een incident, voor anderen is het een trauma dat zij in etappes verwerken. Oud-wielrenster Petra de Bruin, die bij Nieuwsuur vertelde hoe ze tijdens haar carrière jarenlang was misbruikt, spreekt van ‘laatjes verdriet’ die ze wegwerkt. Het item bij Nieuwsuur was één laatje. Of ze ambassadeur van misbruikte sporters wil zijn, betwijfelt ze. De oud-wielrenster is bang dat mensen denken: daar heb je háár weer.

Er zijn veel redenen om te zwijgen, blijkt uit de reacties op de oproep in NRC. De angst voor een pijnlijk en slepend proces bijvoorbeeld. Niet voor niets benadrukken zedenrechercheurs dat aangifte ook voor slachtoffers grote gevolgen heeft. „Weet u het zeker?” is een standaardvraag. Wie een geheim tot in detail wil delen met de politie – en zeker met de rechter – moet sterk in zijn of haar schoenen staan.

Zo moest het slachtoffer van Leo B. precies beschrijven hoe haar oud-coach haar clitoris aanraakte bij een Frans meer. „Ik heb diverse keren: ‘Nee, nee, nee!ꞌ’ gezegd”, staat in haar aangifte. „Maar toen ik uiteindelijk om zijn middel was en zijn penis tegen mijn vagina voelde werd ik wel stil.”

Zelden straf

Juridische processen zijn lang en leiden zelden tot een veroordeling, blijkt uit onderzoek van Bureau Beke in Arnhem. Het instituut onderzocht honderd sportgerelateerde zedenzaken en constateerde dat het in slechts twee gevallen tot een strafzaak leidde. Tekenend is de zaak van zwemster Ela Hutten. De verdachte, haar coach, traineerde de zaak. Zeven jaar later kwam de rechter tot een relatief mild oordeel: 240 uur taakstraf. „Had ik maar nooit aangifte gedaan”, schrijft Hutten in haar recent verschenen boek Onder Water.

Trainers doen de verhalen van pupillen nogal eens af als onzin.

Krachtige, dwingende mannen zijn het vaak, met een groter netwerk dan hun pupil. Toen oud-wereldkampioen Anita Staps haar vijftien jaar oudere coach Peter Ooms beschuldigde van aanranding, noemde hij haar rancuneus. Ze zou jaloers zijn omdat hij met een andere vrouw was getrouwd. Hetzelfde verwijt kreeg de Spaanse ex-turnster Gloria Viseras, die net als Staps haar verhaal deed in NRC. Haar oud-coach daagde haar voor de rechter wegens het ‘beschadigen van zijn eer’ en haalde in hoger beroep gelijk.

In het rapport van de commissie Seksuele intimidatie en misbruik in de sport worden sporters niet bij naam genoemd. Maar net als bij #MeToo, de hashtag die tot een wereldwijd debat over seksueel geweld leidde, is het niet de persoon, maar de herkenning die emoties oproept. „Nu pas komen de tranen”, mailde een vrouw van 77 jaar aan NRC. Ze was in haar leven vele malen „gepakt”. Door de verhalen van anderen besefte ze dat haar depressie een gevolg was van wat zij had meegemaakt.

Met medewerking van Danielle Pinedo.
    • Fabian van der Poll