Recensie

Opera King Arthur is een levendige, maar curieuze hybride

BarokOpera Amsterdam brengt Purcells opera “King Arthur” met enthousiasme en humor. Alleen doordat stevig in het ellenlange origineel is gesneden, is de plot soms een tikje onnavolgbaar.

Scène uit de hernieuwde versie van King Arthur door BarokOpera Amsterdam. foto Benoite FANTON/WikiSpectacle

Geen Excalibur, geen ronde tafel – wie vertrouwde beelden verwacht in King Arthur van Purcell, komt bedrogen uit. En toch, vindt BarokOpera Amsterdam, is het essentieel voor de waardering van Purcells muziek om die in de oorspronkelijke context te horen. Dus mét gesproken dialogen in het Shakespeareaanse Engels van John Dryden.

BarokOpera coupeerde de tekst wel drastisch: van de speelduur (die kan oplopen tot vijf uur) resteert minder dan twee uur. Wat bleef is de mooiste muziek en bouwstenen van het verhaal - iets onnavolgbaars over oorlog met de Saksen, liefde en boze geesten - half in hof-Engels gedeclameerd, waar nodig met een knipoog vertaald naar het eigentijds Nederlands.

Het resultaat is een levendige, maar curieuze hybride. Fluitiste en dirigente Frédérique Chauvet zorgt met haar 9-koppige instrumentale ensemble voor een liefdevolle, gedetailleerde muzikale basis. Regisseur Sybrand van der Werf staat theatraal voor behoud van frisse authenticiteit; er wordt een windmachine ingezet, de zee wappert als een lap organza en moordpartijen worden verbeeld met slierten rode servetten of een ontploffende watermeloen.

Het spectaculair hoogtepunt is, getrouw aan wat in Purcells tijd mogelijk was, een kist waar, begeleid door spookachtige klavecimbelloopjes, stinkende rook uit komt. Grappig, en tussen alle actuele 4DX- en VR-ervaringen ook wel eens verfrissend.

Maar wie, waarom, waardoor en door welk motief wordt gedreven? Dat blijft vaak troebel, ondanks synopsis en boventiteling. Als in de derde akte Arthur en Oswald in manshoge boterhamzakjes opkomen (ze zijn bevroren), aarzel je eerst of de slappe lach wel een gepaste reflex is.

De enige remedie is je vraagtekenloos over te geven aan de geboden mix van kolder en ernst en je te warmen aan het aanstekelijke enthousiasme van zangers en musici, wat in de laatste twee bedrijven beter lukt. De vijf protagonisten zingen prima en acteren met flair, met name sopranen Wendy Roobol en Mijke Sekhuis en de komische en warmklankige bariton Pieter Hendriks, die als tovertrol Grimbald met zijn geile gegrom succesvol de zaal bespeelt.

    • Mischa Spel