Minister sluit deal over medicijn Spinraza

Geneesmiddelen

Door een deal tussen VWS en farmaceut Biogen wordt het middel tegen spierziekte beschikbaar. Het laat ook zien in welke moeilijke positie minister Bruins (Medische Zorg, VVD) zit.

Foto Stop SMA

Het medicijn Spinraza wordt het komende halfjaar tijdelijk vergoed voor kinderen met de zwaarste vorm van de spierziekte SMA. Het ministerie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft daarvoor een overeenkomst gesloten met farmaceut Biogen, maakte minister Bruno Bruins (Medische Zorg, VVD) maandagavond bekend. De farmaceut stelt het medicijn, dat 80.000 euro per injectie kost, voorlopig beschikbaar. De patiënten hoeven daarvoor niet te betalen. Het ministerie levert in ruil daarvoor een financiële bijdrage voor verder onderzoek. Details van de overeenkomst zijn niet bekendgemaakt.

Met de overeenkomst zet minister Bruins een bijzondere stap in de hoog oplopende politieke discussie over dure geneesmiddelen. Spinraza werd tot dusver niet vergoed, omdat het ministerie het middel in de zogenoemde ‘sluis’ had geplaatst. Een medicijn is dan niet beschikbaar voor patiënten, totdat het Zorginstituut Nederland (ZIN) een advies heeft uitgebracht over de prijs-kwaliteitverhouding. Die sluis is bedacht omdat farmaceuten in de ogen van het ministerie vaak veel te veel geld vragen voor hun medicijnen. Er moest een grens komen aan wat de maatschappij kon betalen voor medicijnen.

Normaal gesproken wacht de minister daarom het advies van het Zorginstituut af, en begint dan onderhandelingen met de farmaceut over een lagere prijs. Nu Bruins heeft besloten tot een tijdelijke regeling, kan hij zichzelf in een moeilijke positie brengen. Als het medicijn straks tóch te duur of te ineffectief blijkt, kan het zijn dat hij alsnog moet besluiten het middel niet te vergoeden. Patiënten die het medicijn nu vergoed krijgen, worden dan mogelijk weer afgesloten van het middel.

Het besluit laat de moeilijke positie van de minister zien. Op de sluis is namelijk ook veel kritiek, vooral van oppositiepartijen SP en PVV. Die vinden dat patiënten geen medicijn onthouden kan worden dat al ontwikkeld is. Bij Spinraza hadden patiëntenorganisatie Spierziekten Nederland en diverse partijen in de Tweede Kamer ook aangedrongen op een tijdelijke oplossing: kinderen die het medicijn niet krijgen dreigen verworven motorische vaardigheden te verliezen.

Het Zorginstituut komt volgend jaar met zijn advies over Spinraza. Grofweg kijkt de adviseur van de minister als volgt: een gezond gewonnen levensjaar mag ongeveer 80.000 euro kosten. Is een medicijn veel duurder, dan is de kans aanzienlijk dat het instituut negatief adviseert. Dit gebeurde bijvoorbeeld met het middel Orkambi voor patiënten met taaislijmziekte, dat oorspronkelijk 170.000 euro per patiënt per jaar kostte. Pas na harde onderhandelingen tussen ministerie en farmaceut werd het medicijn opgenomen in het verzekerde pakket. Ook Spinraza is duur. Patiënten hebben drie injecties per jaar nodig, die elke keer 80.000 euro kosten.

In zijn brief aan de Tweede Kamer wil minister Bruins duidelijk maken dat het tijdelijk vergoeden van medicijnen die in de sluis zitten – het zijn er nu ongeveer vijf – geen staande praktijk moet worden. Bruins schrijft dat hij „leveranciers van geneesmiddelen primair verantwoordelijk houdt voor het beschikbaar stellen van het geneesmiddel aan patiënten met een dringende behandelbehoefte”.

Correctie (12 december 2017): In een eerdere versie van dit stuk stond dat het ministerie farmaceut Biogen een zak geld geeft in ruil voor het tijdelijk beschikbaar stellen van een medicijn voor patiënten met een spierziekte. Dat klopt niet. Het ministerie stelt geld beschikbaar voor gepast gebruik van het medicijn, maar dat gaat niet rechtstreeks naar de farmaceut. Hierboven is dat aangepast.

    • Enzo van Steenbergen