Je tekent ervoor, zo weinig files als vandaag

Verkeer Een autoreis van 114 kilometer bij code rood. Onverstandig of juist prettig? Hulde aan de strooiers.

Het sneeuwdek in Nederland (hier in december 2017) is gemiddeld nog slechts half zo dik als in de jaren vijftig. Foto ANP/Robin Utrecht

Je kunt het beter niet doen maar we doen het toch. We rijden per auto van Amsterdam naar Breda. De reis van 114 kilometer zal verlopen onder „zeer gevaarlijke rijomstandigheden”, heeft Rijkswaterstaat laten weten. Er geldt voor zowat het gehele land een „code rood” vanwege „maatschappelijke ontwrichting” door zware sneeuwval, bevriezing van natte weggedeelten en lange files.

Met sidderend gemoed rijden we door de binnenstad van Amsterdam. Veel mensen hebben de waarschuwingen ter harte genomen want het is behoorlijk rustig. Je kunt soepel doorrijden. De wegen zijn niet erg glad, alleen op de Torontobrug bij het Amstel Hotel glibbert de auto even vervaarlijk, kennelijk zijn dit soort winters ook stoere winterbanden te machtig. Het loopt goed af. Zonder noemenswaardige incidenten bereiken we de rand van de stad.

Geïrriteerde truckers

Op de snelweg naar Utrecht, de A2, is het redelijk druk, zeker voor deze tijd, even na het middaguur. Hoe is het mogelijk dat toch nog zo veel automobilisten de weg op zijn gegaan? Gelukkig houden ze vrijwel allemaal een veilige snelheid aan, zó veilig dat het sommige truckers irriteert en hen ertoe brengt de middelste van vijf rijbanen te kiezen en slome duikelaars in te halen. Pas even na Utrecht, bij Nieuwegein en knooppunt Everdingen, treffen we de eerste files. Kort. Ze worden veroorzaakt door langzaam rijdende strooi- en veegwagens die de rijbanen op de A27, het moet gezegd, heel goed berijdbaar houden. Hulde aan de strooiers.

Op de grens tussen Utrecht en Zuid-Holland is het opgehouden met sneeuwen. We naderen de brug bij Gorinchem. Zonder file! Nog vrijwel nooit zijn we deze brug over de Merwede zo vlot gepasseerd als nu, op de dag dat op de autoradio onophoudelijk weerman Marco Verhoef aan het woord komt over sneeuwpakketten en depressies. We denderen met ruim honderd kilometer Brabant binnen, zorgeloos kijkend naar klonten sneeuw die vanaf daken van vrachtwagens vallen. De bossen zijn wit. Ineens lijkt de wereld niet gevaarlijk maar liefelijk. De temperatuur ligt rondom het vriespunt. Tevreden checken we de gemiddelde snelheid die we vanaf de Dam in Amsterdam hebben behaald; 73 kilometer per uur. Voor zo’n snelheid teken je op een doordeweekse filedag.

IJselijk voorzichtig

We naderen onze bestemming. De laatste, besneeuwde binnenwegen door het bos zijn het gevaarlijkst en zorgen voor de meeste vertraging, vooral door ijselijk voorzichtige automobilisten, kennelijk op zomerbanden. Dat drukt de gemiddelde snelheid tijdens deze reis uiteindelijk nog tot 69 kilometer per uur. Een bagatel. Over het algemeen voelen we ons bevoorrecht; als een muis die in een brandend huis een gaatje heeft gevonden waarlangs hij kan ontsnappen; als iemand die op het nippertje, als door een gelukkig toeval, aan de barre winter is ontkomen.

    • Arjen Schreuder