Recensie

In de opera Dialogues des Carmélites versmelten (wan)hoop, geloof en liefde

Haar vuurrode haardos is de enige kleur in een decor van wit, zwart en grijs. In de opera Dialogues des Carmélites van Francis Poulenc zingt sopraan Patricia Petibon in claustrofobische ruimten. Het orkest en dirigent Alain Altinoglu hypnotiseren het gehoor.

Dialogues des Carmélites van Francis Poulenc Foto Opera De Munt

Het zal toeval zijn, maar toch: twee grote literaire werken van vlak na de oorlog met een heldin die Blanche heet. En zowel in het toneelstuk A Streetcar Named Desire (1947) van de Amerikaan Tennessee Williams als in het nog onvoltooide filmscript Dialogues des Carmélites (1948) van de Fransman Georges Bernanos proberen beide hoofdpersonen te ontsnappen aan de werkelijkheid en aan de doodsangst die zich diep in hen verankert.

Hoe verschillend de southern belle en de vrome karmelietes ook zijn, een schuwe wereldvreemdheid maakt hun tot literaire zussen. De één zoekt bescherming bij mannen, de ander vlucht naar het klooster. Componisten Francis Poulenc en André Previn lieten zich ieder door een Blanche inspireren tot een opera.

Die uit Poulencs Dialogues des Carmélites zweeft over het toneel van De Munt in de bleke verschijning van sopraan Patricia Petibon, wier stem de vocale trap van hemel tot hel bestrijkt, van etherisch tot hysterisch. Haar vuurrode haardos is de enige kleur in een decor van wit, zwart en grijs. Het doet soms denken aan het meisje in rode jurk dat als anomalie in de film Schindler’s List rondzwierf. De gedachte aan die naziconcentratiekampen spookt ook rond in het hoofd van regisseur Olivier Py. Zowel toen als anderhalve eeuw eerder - in de terreurjaren van de Franse revolutie - zochten gelovigen vergeefs naar een teken van Gods aanwezigheid. Py schept claustrofobische ruimten met schuivende grijze wanden, die het zicht op de hoop benemen. Al eens eerder deed hij zoiets in Amsterdam bij Gounods Roméo et Juliette: met een draad weefden de beide geliefden destijds een liefdesweb dat de hun omringende haat steeds verder verstrikte en verstikte.

De aanpak werkt goed, totdat Py zich verliest in een teleurstellende slotscène die zich afspeelt in een open doos met een sterrenhemel op de achtergrond. Blanche heet dan wel De la Force, maar dit bordkartonnen Star Wars-decor doet afbreuk aan de opgebouwde atmosfeer.

Muzikaal laat deze Dialogues de bezoeker niet los. Het orkest en dirigent Alain Altinoglu hypnotiseren het gehoor. En Petibon en haar medezusters in de kunst tonen het kleurrijke mozaïek van de vrouwelijke stem. Sandrine Piau zingt een warme Constance - hartsvriendin van Blanche - in wie de volheid van de hoop straalt. Bewonderenswaardig is ook de priores op haar sterfbed van Sophie Pondjeclis, vervangster op het laatste moment voor de zieke Sylvie Brunet-Grupposo.

Sophie Koch en Véronique Gens kleuren hun karakters met diepte. In Dialogues des Carmélites versmelten Poulencs (wan)hoop, geloof en liefde. „Blanche, dat ben ik!” bekende hij. In De Munt verleent muzikale alchemie dit mengsel een gouden glans.